|
[Publieksinfo - Hoofdpagina] >
[Straling in en om het huis - Rookgasdetectoren]
Nederlands
- De meeste rookdetectoren bevatten een kunstmatig geproduceerd radioisotoop: americium-241.
- Americium-241 wordt gemaakt in kernreactoren en is een vervalproduct van plutonium-241.
- Rookdetectoren met americium zijn in staat heel kleine hoeveelheden rookdeeltjes
te detecteren en kunnen daardoor tijdig waarschuwen bij brand en zo levens redden.
Rookdetectoren zijn belangrijke instrumenten om de veiligheid in huis te vergroten,
zij hebben duidelijk potentieel om levens en eigendommen te redden. Er zijn
twee typen detectoren beschikbaar op de consumenten markt.
Het eerste en meest gebruikte type gebruikt de straling van een kleine
hoeveelheid radioactief materiaal om de aanwezigheid van rook- of warmtebronnen te
detecteren. Deze zogenoemde "ionisatiekamer rookdetectoren" zijn het populairste,
omdat ze goedkoop zijn en een groter toepassingsbereik hebben dan het andere type.
Het tweede type heeft geen radioactief materiaal; het gebruikt een fotoelectrische
sensor om de verandering in lichtniveau te meten, die optreedt bij rookvorming.
Dit type is momenteel duurder m.b.t. aankoop en installatie en (tot nu toe)
minder effectief. Dit type wordt in dit verhaal verder niet behandeld.
Americium
Het belangrijke ingrediënt van rookdetectoren voor huishoudelijk gebruik is een
zeer kleine hoeveelheid (<35 kBq) van americium-241 (Am-241). Dit element
werd een halve eeuw geleden ontdekt tijdens het Manhattan Project in de USA.
Het eerste americium werd geproduceerd door bombardering van plutonium met
neutronen in een nucleaire reactor bij de Universiteit van Chicago (USA).
Het chemische element americium heeft atoomnummer 95 en een gemiddeld atoomgewicht
van 243. Americium is een zilverachtig metaal, dat blootgesteld aan de lucht
langzaam dof wordt. Het is oplosbaar in zuur. De meest stabiele isotoop van
americium is Am-243, dit heeft een halfwaardetijd van meer dan 7500 jaar,
alhoewel Am-241, met een halveringstijd van 432 jaar, het eerste americiumisotoop
was dat werd ontdekt.
Americium oxide, AmO2, werd voor het eerst aangeboden door de
US Atomic Energy Commission in 1962 en de prijs van US$ 1500 per gram
is sindsdien nauwelijks veranderd. Eén gram americium oxide geeft
genoeg activiteit om meer dan 5000 rookdetectoren voor huishoudelijk gebruik
te kunnen maken.
Americium (in combinatie met beryllium) wordt ook gebruikt als neutronenbron
niet-destructieve materiaaltesten toe tepassen voor machines en andere uitrustingen,
en om dichtheidsmetingen te doen in de glasindustrie. Echter, de meest voorkomende
toepassing is als ionisatiebron in rookdetectoren, en het grootste deel van de
paar kilogram americium die ieder jaar gemaakt wordt, is voor deze toepassing bedoeld.
Vorming van americium
Plutonium-241, dat circa 12% uitmaakt van de één procent plutonium
in gebruikte splijtstof van kerncentrales , heeft een halfwaarde tijd van slechts 14
jaar, waarbij het vervalt tot Am-241 door emissie van beta deeltjes. Am-241 heeft
een halfwaardetijd van 432 jaar, waarbij het alfa deeltjes uitzendt (zie boven)
om uiteindelijk over te gaan in neptunium-237.
Gebruik van rookdetectoren
Americium-241 zendt alfa deeltjes uit en gammastralen van lage energie.
De alfa deeltjes worden geabsorbeerd in de detector zelf, en komen dus niet buiten de
detector. De meeste gammastralen komen wel buiten de detectorbehuizing, maar zijn bij
de toegepaste hoeveelheid americium onschadelijk.
Het americium is in een vaste, chemisch-stabiele oxidevorm aanwezig in de detector.
De alfa deeltjes uitgezonden door Am-241, botsen met zuurstof en stikstof in de lucht,
die zich in de ionisatiekamer bevindt, waarbij electrisch geladen deeltjes gevormd worden
die wij ionen noemen. Een lage spanning is aangebracht over de ionisatiekamer (middels een
batterij) om de ionen voort te stuwen, waardoor een constante kleine electrisch stroom
gaat stromen tussen twee electrodes. Wanneer nu rook de ionisatiekamer binnendringt,
en tussen de electrodes komt, dan wordt de alfa straling geabsorbeerd door rookdeeltjes.
Dit heeft tot gevolg dat de ionisatie af neemt, er minder ionen komen en daarmee
de electrische stroom afneemt, waarna een alarm wordt geactiveerd.
De alfa deeltjes van de rookdetector zijn op zich zelf niet gevaarlijk voor de
gezondheid, omdat ze geabsorbeerd worden door de lucht en/of de onderdelen van de detector.
Americium-241 is echter wel een in potentie gevaarlijk isotoop wanneer het in
het lichaam wordt genomen door bijvoorbeeld 'opeten' of opdrinken van een opgeloste vorm.
Het zendt zowel alfa als gammastraling uit en het zou zich kunnen concentreren in
de botten. Echter opeten van het radioactieve materiaal van de rookdetector
zou niet leiden tot een significante interne absorptie van Am-241, omdat het toegepaste
americiumdioxide onoplosbaar is. Het zal dan het spijsverteringkanaal passeren,
zonder een grote stralingsdosis te veroorzaken.
De stralingsdosis aan de bewoners van een huis door de rookdetector is vrijwel nul,
en zeker veel lager dan de dosis uit de natuurlijke achtergrondstraling.
Aan de andere kant is het vermogen om levens te redden een veel belangrijkere eigenschap
van rookdetectoren, zoals wereldwijd is aangetoond bij branden in woonhuizen.
Het vroegtijdig waarschuwen door de detector na rookontwikkeling heeft vele levens gered.
Eisen aan rookdetectoren
Rookdetectoren moeten zijn gelabelled of in de bijgeleverde instructie vermelden:
- waarschuwing dat detector radioactief materiaal bevat;
- de identiteit en de hoeveelheid toegepast radioactief material in de bron; en
- een tekst dat de detector kan geretourneerd worden aan leverancier of fabrikant voor
afvalverwerking.
Nieuwe ontwikkelingen t.a.v. regelgeving
De overheid heeft besloten dat er binnen enkele jaren geen rookdetectoren
meer verkocht mogen worden die radioactief materiaal bevatten. De alternatieven
die op basis van de wat duurdere optische systemen werken, worden als goed genoeg
beschouwd om de conventionele detector te vervangen.
Geraadpleegde literatuur:
Uranium Institute item over Americium
Handboek Radionucliden van A.S. Keverling Buisman
Cursusmateriaal Stralingsdeskundige Niveau 3 - versie 1999
back to top of page
|