Bijlage A: Een klein beetje kernfysica
Elke atoomsoort heeft een kern die uit een karakteristiek aantal
protonen en neutronen bestaat. De kernfysicus noemt zo'n specifieke kern
nuclide.
In de natuur komen vele verschillende nucliden voor, maar ook
de kernfysicus kan ze maken, door beschieting van bepaalde materialen
met neutronen of protonen. De meeste van de kunstmatige en een aantal
van de natuurlijke nucliden zijn echter niet stabiel: ze transformeren
spontaan in een ander nuclide onder uitzending van straling. Dat noemt
men radioactief verval, en de nucliden die dat doen noemt men
radionucliden.
Ieder radionuclide heeft zijn eigen karakteristieke
vervalwijze: bepaalde soort(en) straling met bepaalde energie(ën). Ook
het tempo waarin een radioactieve stof vervalt, uitgedrukt als
halveringstijd, is karakteristiek voor een radionuclide.
Voor de
verschillende behandeldoelen van de nucleaire geneeskunde zijn daarom
ook verschillende radionucliden geselecteerd. Deze worden in dit
vakgebied doorgaans aangeduid als radio-isotopen of, gewoon, isotopen.