|
[Overzicht Publieksinfo] >
[Medische toepassingen] > [Medical Valley]
Molybdeen en Technetium
Technetium-99m is een radioactieve stof die in elk voor medisch-nucleair
onderzoek ingericht ziekenhuis veelvuldig wordt gebruikt. Technetium
wordt wel het werkpaard van de nucleaire geneeskunde genoemd. In Europa
werden in 1995 met behulp van technetium 6 miljoen diagnoses gesteld.
En de groei van de vraag naar dit diagnosticum heeft zich
tot in het nieuwe millennium doorgezet.
Technetium is zo populair omdat die stof precies de goede fysische en
chemische eigenschappen bezit. De uitgezonden gammastraling heeft de
juiste energie om een goede afbeelding te verkrijgen. De
stralingsbelasting van de patiënt is zeer laag. Technetium laat zich
gemakkelijk binden aan vele verschillende chemische stoffen zodat het
voor uiteenlopende diagnoses bruikbaar is. De halveringstijd is 6 uur,
lang genoeg om het medisch onderzoek goed uit te voeren en kort genoeg
om de patiënt na het onderzoek niet in het ziekenhuis te hoeven
houden. Er lijkt maar één nadeel aan technetium te kleven.
Kortlevende radioactieve stoffen moeten altijd ergens worden aangemaakt,
en hoe krijgt men een stof die na 6 uur al voor de helft verdwenen is
iedere dag in elk ziekenhuis?
In de afgeschermde fles bevindt zich molybdeen-99. Het molybdeen
(halveringstijd 66 uur) vervalt naar technetium-99m (halveringstijd 6 uur).
Dit technetium kan zeer eenvoudig chemisch worden afgescheiden.
Het wordt in ziekenhuizen veelvuldig gebruikt voor diagnostische
doeleinden. Als een ziekenhuis elke week een verse fles ontvangt, die
technetium-`koe' wordt genoemd, kunnen de artsen in dat ziekenhuis op
elk moment van de dag, zeven dagen per week, door de koe `te melken' over
technetium beschikken.
Hier helpt de natuur een handje.
Technetium-99m is het vervalprodukt van molybdeen-99 dat zelf een
halveringstijd heeft van 66 uur. En díe halveringstijd laat transport
wel toe, zelfs over grote afstanden. Nu resteert nog de vraag: hoe komt
men aan molybdeen-99?
Molybdeen-99 komt evenmin als technetium-99m in de natuur voor. Het is
een stof die slechts kan ontstaan door kernreacties. Het wordt gevormd
bij de splijting van uranium en komt dus voor in `gebruikte' splijtstof.
Het isoleren van molybdeen uit gebruikte splijtstof is chemisch gezien
niet al te lastig, het probleem schuilt in de straling: de
splijtingsprodukten zijn hoogradioactief.
In de `Molybdeen-vleugel' van het Laboratorium voor Sterkradioactieve
Objecten zijn twee lijnen van vijf hot-cells opgesteld. Daarin wordt in
vijf stappen molybdeen-99 afgescheiden uit `gebruikt' uranium. De tweede
lijn is in principe een reservelijn. Continuïteit moet gegarandeerd
zijn. Het is van kardinaal belang dat iedere week voldoende molybdeen
beschikbaar is voor distributie naar de ziekenhuizen.
Met technetium-99m, de dochter van dat molybdeen, worden dagelijks zo'n
30.000 diagnoses gesteld in de Europese ziekenhuizen.
Het `verse' molybdeen-99 in dit buisje (enkele microgrammen) is goed
voor de behandeling van zo'n tienduizend patiënten. Het hoogactieve
molybdeen wordt verdeeld over vele honderden
`koeien' welke wekelijks naar evenzovele ziekenhuizen in Europa en daarbuiten
worden verstuurd. het molybdeen vervalt tot technetium en met het
technetium uit één koe worden vele tientallen
patiënten gediagnosticeerd.
|