|
[Overzicht Publieksinfo] >
[Medische toepassingen] > [Medical Valley]
Nucleaire geneeskunde in den brede
Niet alleen vindt in Petten de ontwikkeling, verbetering en produktie
van bestaande en nieuwe nucleaire farmaca plaats, ook op andere wijze
worden de nucleaire faciliteiten voor de volksgezondheid ingezet. Voor
sommige therapeutische behandelingen is het opportuun om radioactieve
stoffen niet in het lichaam te brengen, maar om ze in het lichaam te
máken. Daarvoor dient de patiënt zich dan wel naar een kernreactor te
begeven.

Nucleaire farmaca, 'made in Petten'
BNCT, Boron Neutron Capture Therapy
Alfadeeltjes zijn (relatief) groot en zwaar. Het zijn ideale
projectielen om kankercellen uit te schakelen. Maar de afstand die ze in
menselijk weefsel kunnen afleggen is zeer kort, enkele micrometers, en
een alfadeeltje kan daarom alleen een cel vernietigen daar waar het zelf
ontstaat.
Bij BNCT spuit men de patiënt een (niet-radioactief) farmacon in met
de eigenschap dat het de kankercel opzoekt. Dat farmacon bevat het
element borium. Een boriumatoom dat een neutron invangt stoot een
alfa-deeltje (heliumkern) uit en verandert in een lithiumatoom. Plaatst
men de patiënt in een bundel neutronen die het gezonde weefsel niet
noemenswaardig schaadt, maar intensief genoeg is om voldoende
boriumatomen te treffen, dan zullen op de plaats waar het borium zich
bevindt de reactieprodukten de dichtstbijgelegen cellen, de kankercellen
dus, verwoesten.
BNCT: geen nieuw idee
BNCT is zeker geen nieuw idee. Al in 1936, slechts vier jaar na de
ontdekking van het neutron, werd de reactie 10B(n,alfa)7Li door de
kernfysici aangedragen als mogelijkheid om tumoren te bestrijden. In de
jaren '50 is BNCT daadwerkelijk beproefd, in de Verenigde Staten. De
proeven waren echter weinig succesvol en zijn daarom gestopt. De
boriumdrager bleek onvoldoende selectief waardoor onherstelbare schade
werd veroorzaakt in het gezonde weefsel. Inmiddels zijn wetenschap en
techniek veertig jaar verder en heeft toepassing van het oude BNCT-idee
aanzienlijk betere vooruitzichten.
In de Hoge Flux Reactor, de HFR, is een van de neutronenbundelkanalen,
die oorspronkelijk voor het uitvoeren van fundamenteel onderzoek zijn
aangebracht, gereed gemaakt voor patiëntenbestraling.

BNCT opstelling bij de HFR te Petten
Dat klinkt eenvoudiger dan het is. De fysici hebben, met behulp van verstrooiings-
en filtertechnieken, de bundel geschikt gemaakt. De snelheid van de
neutronen moet passen bij de gewenste indringdiepte en de spreiding in
de snelheid van de neutronen moet niet te groot zijn.
De eerste 'trial' behandelingen zijn verricht en de resultaten zijn hoopgevend.
Andere mogelijkheden
Andere elementen
Ook andere elementen die geschikte straling uitzenden na vangst van een
neutron zijn in principe kandidaat.
Bovendien zouden aan tumorzoekende dragers ook alfa-uitzendende
radio-isotopen kunnen worden gekoppeld, die dus niet door neutronen
geactiveerd hoeven te worden. Als de tijd die de drager nodig heeft om
in de tumor terecht te komen maar heel kort is vergeleken met de
halveringstijd van het radionuclide, dan zal zo'n nucleair farmacon
weinig schade kunnen aanrichten aan gezond weefsel maar veel aan
kankercellen.
Lage Flux Reactor (LFR)
De Lage Flux Reactor, een `huiskamer'reactor met een vermogen van 30
kilowatt (als de cv-ketel van een rijtjeshuis), levert thermische
(langzame) neutronen die uitstekend geschikt zijn voor BNCT op
oppervlakkige of oppervlakte-tumoren (zoals melanomen). Eerste
experimenten op een fantoom en op levende cellen hebben al uitgewezen
dat ook deze kleine reactor een toekomst heeft voor deze klinische
toepassingen.
Positronen-Emissie-Tomografie (PET)
Tenslotte mogen ook de plannen voor een PET-opstelling niet onvermeld
blijven. PET staat voor positronen-emissie-tomografie. Het is een
diagnostische techniek waarmee driedimensionale afbeeldingen gemaakt
kunnen worden. Het werkingsprincipe is gebaseerd op de annihilatie van
positronen en elektronen waarbij ter plaatse twee gammakwanten ontstaan
met tegengestelde richting. Kwanten die op twee plaatsen in de
detectoren rond de patiënt op hetzelfde moment worden waargenomen
horen bij elkaar en zijn van dezelfde plaats in het lichaam afkomstig.
Krachtige computers kunnen uit dit soort informatie gedetailleerde
beelden construeren van het te bestuderen deel van het lichaam, zoals in
Groningen in een samenwerking tussen het Academisch Ziekenhuis en het
Kernfysisch Versneller Instituut al een tijd lang wordt gedemonstreerd.
Voor PET moet de patiënt een positronen-straler toegediend krijgen en
deze zijn zonder uitzondering kortlevend, van 2 minuten tot twee uur. De
PET-scanner zal dus dichtbij de plaats moeten staan waar dat
radionuclide wordt gemaakt, dus in de buurt van een cyclotron.

Een cyclotron bij Mallickrodt Medical te Petten
Transport van het kortlevende isotoop naar bijvoorbeeld het ziekenhuis in Alkmaar
kost gauw een half uur, en een (heel) groot deel van de activiteit zal
dan al zijn vervallen.
De aanwezigheid van een PET-opstelling in Petten laat bovendien toe de
mogelijkheden van deze techniek verder te onderzoeken en te ontwikkelen.
|