|
[Overzicht Publieksinfo] >
[Medische toepassingen] > [Medical Valley]
Wat is nucleaire geneeskunde?
Tot de nucleaire geneeskunde behoren alle (be)handelingen waarbij, voor
diagnose of therapie, radioactieve stoffen in het lichaam worden
gebracht of gemaakt.
Diagnostica
Hoeveel spierweefsel van het hart is door het infarct aangetast? Hoe
goed functioneert de rechternier na dat auto-ongeluk? Het zijn vragen
die de nucleaire geneeskunde met grote precisie kan beantwoorden.
Men spuit de patiënt een nucleair farmacon in, een zwak-radioactief
preparaat. Verfijnde instrumenten en apparatuur detecteren de straling
die in het lichaam wordt uitgezonden, en verwerken de signalen tot
beelden. Aan de hand van deze beelden kunnen de gestelde vragen tot in
detail worden beantwoord.

Radio-isotopen voor medisch gebruik, 'made in Petten'.
Een nucleair farmacon is een fysiologisch actieve drager waaraan een
radio-isotoop is gekoppeld. Men kan chemische of biologische dragers
maken die een gewenst deel van het lichaam opzoeken. Calcium (kalk)
bijvoorbeeld is een bot-`zoeker', en jodium concentreert zich in de
schildklier. Het aangekoppelde radio-isotoop zendt de straling uit
waardoor het te bestuderen orgaan en het functioneren daarvan `bekeken'
kunnen worden.
Straling valt goed te detecteren. Straling die vele malen zwakker is dan
de natuurlijke achtergrondstraling kan al gemeten worden. De plaats in
de patiënt waar de straling vandaan komt is buitengewoon precies te
reconstrueren.
Hierdoor zijn radioactieve preparaten ideaal voor diagnostisch onderzoek.

De linkernier van een baby is vergroot. Dat was al met echografie vastgesteld
vóór de geboorte.
Met technetium-99m kon een preciese diagnose worden gesteld:
een obstructie in de afvoer. De obstructie is operatief verwijderd.
(Met dank aan het Kennemer Gasthuis in Haarlem).
Het is zaak de radioactieve stoffen zo te kiezen
en te maken dat ze voldoende straling uitzenden om goed gedetecteerd te
kunnen worden in het lichaam, maar niet meer dan dat. De nucleaire
farmaca voor diagnose moeten daarom een vrij korte halveringstijd hebben
(bij voorkeur tot enkele uren).
Bekende radio-isotopen voor
diagnostische doeleinden zijn technetium-99m, gallium-67, indium-111,
jodium-123, jodium-131, thallium-201, krypton-81m.
Therapeutica
Na het ontvangen van een grote dosis straling sterft weefsel vrij snel
af. Dat aspect van straling kan gebruikt worden om een tumor te
bestrijden. De straling kan van een uitwendige bron komen, maar ook van
een inwendige bron. Men kan radioactieve bronnetjes via
lichaamopeningen, de bloedbaan of operatief naar een tumor brengen en
daar laten zitten (dagen tot weken) tot voldoende dosis is afgegeven.
Men kan ook een in te slikken of in te spuiten radioactief preparaat
gebruiken dat zich in of nabij de tumor zal concentreren. De nucleaire
farmaca voor therapie moeten een vrij lange halveringstijd hebben.
Bekende radio-isotopen voor therapeutische doeleinden zijn jodium-131
(in NaI of in metaiodobenzylguanidine, MIBG), fosfor-32, iridium-192,
goud-198. Ook radioactieve bronnen die voor plaatselijke bestraling van
tumoren in het lichaam tot bij de tumor worden gebracht rekent men tot
de nucleaire farmaca. Deze bronnen zijn meestal iridium-192-bronnen.
Palliativa
Een bijzonder therapeutisch gebruik van nucleaire farmaca is die voor
pijnbestrijding bij de terminale patiënt met uitgezaaide botkanker.
Veel pijn en ontluistering zal hem bij zijn levenseinde bespaard blijven
door het inspuiten van rhenium-186, een botzoeker die de zenuwuiteinden
in het bot uitschakelt. Ook strontium-89 wordt voor palliatieve
doeleinden (pijnbestrijding) gebruikt.
|