[menubar_home]
  Opberging van radioactief afval Publieks Info Service


Zie ook:
onderzoek en advies
 

O.a. op deze pagina:
opslag bij COVRA

 
 

[Publieksinfo - Hoofdpagina] > [Decommissioning en afval - Opberging van radioactief afval]

Nederlands

  • Radioactief afval wordt buiten onze leefomgeving gehouden middels verantwoorde opslag en bijbehorende veiligheidsmaatregelen.
  • Bovengrondse interim opslag is voor meer dan 100 jaar geregeld en gegarandeerd.
  • Eindberging, de definitieve berging, is technisch mogelijk maar is nog niet gerealiseerd en behoeft een politieke afweging.
  • Onderzoekers werken aan andere methodes om de hoeveelheid afval sterk te verminderen.


NRG (voorheen ECN-Nucleaire Energie) doet samen met buitenlandse organisaties en bedrijven onderzoek naar het verantwoorde beheer en de opberging van radioactief afval. Daarnaast wordt er vernieuwend onderzoek gedaan naar geavanceerde verwerkingsmethoden van het afval, die de schadelijkheid en de levensduur van het afval kunnen verminderen. NRG geeft op basis van haar deskundigheid advies aan overheid en bedrijfsleven in binnen- en buitenland. Zie onze contact adressen voor advies op maat.

Omdat het afval gedurende lange tijd een potentieel gevaar kan vormen, moet het geïsoleerd worden van onze leefomgeving. Hiervoor zijn reeds vele technische oplossingen voorhanden. Om deze verder te verbeteren wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een veilige bovengrondse en ondergrondse berging.

Het internationale onderzoek is er ondermeer op gericht de risico's te bepalen die de huidige en toekomstige generaties lopen tengevolge van het opgeborgen afval en de maatregelen en technische voorzieningen te ontwikkelen, die die risico's tot een aanvaardbaar minimum kunnen beperken. Het internationale onderzoek omvat modelstudies en experimenten.

Dicht bij huis, in Europa, werken Nederlandse onderzoekers samen met diverse onderzoeksinstuten uit ondermeer België Duitsland, Frankrijk, Groot-brittanië, Zwitserland en Spanje. Er wordt vaak in het kader van Europese (EU) onderzoeksprogramma's samengewerkt.


Wat is radioactief afval?

Radioactief afval is afval dat ioniserende straling afgeeft. Deze straling kan gevaarlijk zijn voor de mens die in de nabijheid van dat afval komt, maar in de dagelijkse praktijk is straling goed te meten en bovendien is goed bekend hoe we ons tegen de kwalijke gevolgen van deze straling kunnen beschermen.

We kunnen het afval ruwweg verdelen in drie categorieën:
  1. Laag actief, met een relatief geringe activiteit, wat hierdoor geschikt is om in speciaal daarvoor gemaakte faciliteiten aan het aardoppervlak opgeborgen te worden.
  2. Middel actief, met een hogere activiteit hetgeen betere afscherming en isolatie voor mens en milieu noodzakelijk maakt.
  3. Hoog actief, met een hoge activiteit maar daarnaast geeft het afval tengevolge van de activiteit ook nog warmte af.

Waar komt het vandaan?

Radioactief afval ontstaat overal waar de mens gebruik maakt van het verschijnsel radioactiviteit. Dit is ondermeer in ziekenhuizen, voor niet-destructief materiaal onderzoek en voor het opwekken van energie in kerncentrales.
Radioactief afval heeft in tegenstelling tot chemisch afval de eigenschap dat de radiotoxiciteit - dit is de mate waarin het afval voor de mens gevaarlijk is - na langere of kortere tijd verdwijnt. Dit kan overigens, afhankelijk van de aard van het afval, zeer lange tijd duren.

Met name de hoogactieve gebruikte splijtstof van kernreactoren heeft de vervelende eigenschap dat de tijd waarin het afval zijn potentiële gevaar voor de mens behoudt zeer lang is en wel in de orde van tien- tot honderdduizenden jaren. Dit materiaal verliest namelijk zijn radioactiviteit maar langzaam. Gedurende de lange 'vervalperiode' moet het voldoende geïsoleerd worden van mens en milieu. De splijtstof gaat tegenwoordig nog naar buitenlandse fabrieken waar bruikbare stoffen er uitgehaald worden voor hergebruik. Dit noemt men opwerking. De reststoffen worden in die fabrieken met een soort stabiele glasvorm gemengd die daarna in speciale containers wordt gegoten. Deze containers staan nu nog in de buitenlandse fabrieken, maar het is de bedoeling dat Nederland deze containers uiteindelijk zelf opslaat.

Bij het NRG (voorheen bij ECN) wordt onderzoek gedaan naar methoden om de tijd waarin het afval gevaarlijk is, te verkorten door zogenoemde transmutatie van de gevaarlijke elementen. Hierbij worden elementen die zeer lang radioactief blijven, omgezet in andere elementen welke hun radioactieve eigenschappen veel sneller verliezen.

cyclus02
De splijtstofcyclus, die begint met mijnbouw en eindigt met eindberging

back to top of page

Tussenopslag bij COVRA

Al het laagactieve en middelactieve radioactieve afval van Nederlandse laboratoria, ziekenhuizen, fabrieken en kerncentrales gaat naar de COVRA, de Centrale Oganisatie Voor Radioactief Afval. Deze organisatie is als enige bij wet bevoegd dit afval aan te nemen en op te slaan. Volgens recente berekeningen zal na zo'n honderd jaar veel van dit afval (meer dan 90%) niet meer radioactief zijn. Dit betekent een flinke volumereductie van het afval.


Opslag bij COVRA van laag en middelactief afval

Op het terrein van COVRA is ook een gebouw neergezet voor de opslag van containers met reststoffen van de opwerking, die uit het buitenland naar Nederland teruggestuurd zullen worden. Dit afval is hoogactief en bevat 'langlevende' oftewel langdurig radioactieve stoffen. Dit gebouw heet het HABOG.

habog400x (28K)
HABOG, gebouw voor de opslag van hoog-actief afval

Hieronder ziet u een schatting (uit een NRG-rapport) van wat door de COVRA verzameld zal worden in 100 jaar tijd.

covra100yrs
Figuur: In 100 jaar te verzamelen afval.
LLW = low level waste
ILW = intermediate level waste
HLW = high level waste

back to top of page


Ondergrondse berging

Omdat de door de mens aan het aardoppervlak gebouwde constructies in vergelijking met het afval een veel kortere levensduur hebben wordt onderzoek gedaan aan opberging in stabiele geologische formaties. Gezien de tijdschaal waarop de geologische processen verlopen en het feit dat de gekozen locaties al gedurende miljoenen jaren aantoonbaar stabiel zijn, lijken dit soort formaties het beste geschikt om de beoogde isolatie van het afval gedurende voldoende lange tijd te kunnen garanderen.

asse_tweegangen
Ondergrondse (test) berging in Duitsland

In Nederland is in eerste instantie gekeken naar formaties van steenzout, die in de Nederlandse ondergrond in ruime mate aanwezig zijn. Experimenten met de opslag in zout zijn in samenwerking met de Duitsers in Duitse zoutmijnen verricht. Zie verder onder "Experimenten".
Naast steenzout hebben kleilagen gunstige eigenschappen met betrekking tot berging van afval, en dit gesteente wordt tegenwoordig dan ook mede in beschouwing genomen. Echte experimenten met de opslag in klei vinden in Belgie plaats.

back to top of page


Veiligheid ondergrondse berging

Het onderzoekswerk van NRG is gericht op de risico's en de veiligheid van geologische berging. Gezien de zeer lange tijdsduur waarin de opbergfaciliteit zijn werk moet doen is het niet eenvoudig het gedrag van deze faciliteit met experimenten te bepalen. Daarom zijn er modellen ontwikkeld waarmee het gedrag van de faciliteit voorspeld kan worden en welke gebruikt kunnen worden om te bepalen of en zo ja wanneer het opgeslagen afval weer in de biosfeer terecht kan komen en vervolgens de dan levende mensen aan straling kan blootstellen.

Multi-barriëre-concept
mbc (18K)

Er zijn diverse opberg-concepten voor de veilige opberging van radioactief afval. Allen gaan zij uit van een ontwerp met meerdere barriëres tussen het afval en de leefomgeving van de mens. Deze vele 'blokkades' zorgen ervoor, dat gevaarlijke stoffen, mochten zij vrij komen uit de verpakking, op weg naar de biosfeer vertraagd en verdund worden. Bovendien verliezen de stoffen tijdens deze reis steeds meer radioactiviteit.

In de hiernaast getoonde figuur ziet men schematisch het multi-barriëre concept. In deze figuur is de situatie aangegeven, waarin nog toegang is tot de opbergmijn

Om vertrouwen in deze modellen op te bouwen worden de uitkomsten van berekeningen met deze modellen vergeleken met proeven. Bovendien wordt met behulp van de modellen gekeken welke eigenschappen van het hele systeem van geologische berging bepalend zijn voor het risico op blootstelling in de verre toekomst. Aan de hand van deze gevoeligheidsstudies kan bepaald worden welke eigenschappen nog nader onderzocht moeten worden of waarvoor betere modellen ontwikkeld moeten worden.

Uit de veiligheidsstudies blijkt dat de stralingsbelasting voor de mens tengevolge van het opgeborgen afval en veroorzaakt door natuurlijke processen, zeer laag is en pas in de zeer verre toekomst optreedt. Een wat hogere stralingsbelasting kan optreden als de mens in de toekomst, wanneer de kennis over het bestaan en de ligging van het afval verdwenen is, weer in de buurt van het afval komt door mijnbouwactiviteiten of verkenningsboringen.
De eraan verbonden risico's lijken niettemin laag.

back to top of page


Experimenten

Ondergrondse experimenten, waarbij de werkelijkheid zo goed mogelijk wordt nagebootst zijn samen met het GRS in Duitsland uitgevoerd in de Asse II zoutmijn. Dit is een mijn waaruit vanaf het begin van deze eeuw tot in de zestiger jaren zout is gewonnen en die sindsdien als een ondergronds laboratorium dient.


Testen in de Asse zoutmijn. 'Dummy' container in zijtak van mijnschacht.

De experimenten waarbij NRG (voorheen ECN) betrokken is geweest, omvatten metingen aan het mechanische gedrag van steenzout. Dit gedrag kenmerkt zich door het feit dat holten die in het zout gemaakt worden na verloop van jaren weer dicht kruipen. De snelheid waarmee dit gebeurt is van belang voor de het bedrijf en de veiligheid van een opbergfaciliteit.

Er zijn ook metingen verricht aan het gedrag van zoutgruis. Dit zoutgruis wordt gebruikt om alle holten van de opbergmijn weer op te vullen als het afval opgeborgen is.

back to top of page


Terughaalbaarheid

Het beleid van de Nederlandse overheid is dat afval wat opgeslagen is in ondergrondse opbergfaciliteiten altijd weer terug te halen moet zijn.

Er kunnen een aantal redenen genoemd worden om het afval weer terug te halen, zoals economische, waarbij het afval opnieuw gebruikt wordt of veiligheid waarbij het afval teruggehaald wordt vanwege een onvoorziene gebeurtenis met betrekking tot de opbergfaciliteit of omdat er in de toekomst een methode gevonden wordt om de toxiciteit van het afval te niet te doen. Al deze redenen zullen hun eigen kenmerkende gevolgen hebben voor het ontwerp van de opslagfaciliteit.

Om deze reden verricht NRG onderzoek naar deze gevolgen van terughaalbaarheid voor het ontwerp en het bedrijf van een opslagfaciliteit en de gevolgen voor de kosten en de veiligheid.


Meer Info...

Ons
Radwaste & Decommissioning team (onderdeel van productgroep Radiation & Environment) is geheel op dit onderwerp gericht en biedt op haar pagina's nog veel meer info over dit onderwerp.

back to top of page

[MailBox]  
 

  
NRG, Postbus 25, NL-1755 ZG Petten, Nederland, Tel +31-224564950, Fax +31-224568912
Informatie: info@nrg.eu
Update 25 oktober 2002