|
  
Terug: ABC van Kernenergie
Vorige pagina: Internationale Commissie voor Stralingsbescherming
Volgende pagina: Interventie
Onder auspiciën van het Internationale Atoom Energie Agentschap
en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling hebben
deskundigen in 1990 een schaal voor de ernst van nucleaire gebeurtenissen
(incidenten en ongevallen) opgesteld. Deze schaal, die loopt van 0
tot en met 7 overeenkomstig de ernst van de gebeurtenis, is bedoeld
voor snelle communicatie met de media en het publiek. Bij de vaststelling
van de schaal is rekening gehouden met veiligheidsaspecten: buiten
het terrein van de kerntechnische installatie, op het terrein zelve,
en het te kort schieten van preventieve veiligheidsmaatregelen.
De schaal is als volgt:
- niveau 0:
gebeurtenissen zonder betekenis voor de veiligheid;
- niveau 1:
onregelmatigheid (Eng. anomaly);
- niveau 2:
incident (Eng. incident);
- niveau 3:
ernstig incident (Eng. serious incident);
- niveau 4:
ongeval bij de installatie (Eng. accident mainly in
installation);
- niveau 5:
ongeval met extern risico (Eng. accident with off-site risks);
- niveau 6:
ernstig ongeval (Eng. serious accident);
- niveau 7:
grootschalig ongeval (Eng. major accident).
De ongevallen bij de kerncentrales in
Three Mile Island (1979), Tsjernobyl
(1986) en St. Petersburg (1991) worden bij gebruik van deze schaal
respectievelijk ingedeeld op de niveaus 5, 7 en 3.
De verschillende niveaus kunnen ruwweg als volgt gekarakteriseerd worden.
- niveau 1.
Onregelmatigheden in het functioneren of bedrijven van de
installatie, zonder echt risico, maar wijzend op onvoldoende
veiligheidsvoorzieningen. Toe te schrijven aan falen van de
instrumentatie, of menselijke fouten, of gebrekkige procedures.
- niveau 2.
Technische incidenten of onregelmatigheden die niet direct
uitwerking hebben op de veiligheid van de installatie, maar die
wel leiden tot een herbezinning op veiligheidsvoorzieningen.
- niveau 3.
Extern vrijkomen van radioactiviteit boven de toegestane grenzen,
waarbij de sterkst blootgestelde persoon buiten het terrein een
dosisequivalent van enkele tienden van een millisievert ontvangt.
- niveau 4.
Extern vrijkomen van radioactiviteit, waarbij de sterkst
blootgestelde persoon buiten het terrein een dosisequivalent
ontvangt van enkele millisieverts. Dosisequivalenten bij
radiologisch werkers die kunnen leiden tot acute
gezondheidseffecten (van de orde van 1 sievert).
- niveau 5.
Extern vrijkomen van splijtingsprodukten (in hoeveelheden die
radiologisch equivalent zijn met enkele honderden tot duizenden
terabecquerel jodium-131). Gedeeltelijke toepassing van
rampenplannen in sommige gevallen noodzakelijk.
- niveau 6.
Extern vrijkomen van splijtingsprodukten (in hoeveelheden die
radiologisch equivalent zijn met enkele duizenden tot
tienduizenden terabecquerel jodium-131). Algehele toepassing van
plaatselijke rampenplannen.
- niveau 7.
Extern vrijkomen van een groot gedeelte van de inventaris van de
reactorkern, gekenmerkt door een mengsel van kortlevende en
langlevende radioactieve splijtingsprodukten (in hoeveelheden die
radiologisch equivalent zijn met meer dan tienduizenden
terabecquerel jodium-131).
Mogelijkheid van acute gezondheidseffecten. Later optredende
gezondheidseffecten over een groot gebied, mogelijk over meer dan
één land.
Langdurige gevolgen voor het milieu.
|