[menubar_home]
  Info: Nationaal Plan Kernongevallenbestrijding Groep: Radiation & Environment
   
  [RE] > [NPK] > [Maatregelen]

Maatregelen

Bij de bestrijding van kernongevallen zijn er een aantal mogelijkheden:
  • Beschermende en medische maatregelen (zoals schuilen, jodiumprofylaxe en evacuatie)
  • Maatregelen betreffende met betrekking tot de landbouw en voedselvoorziening
  • Maatregelen betreffende de waterhuishouding en drinkwatervoorziening

Daarbij is er een onderscheid tussen directe maatregelen en indirecte maatregelen. Directe maatregelen hebben voornamelijk betrekking op de nabije omgeving van het incident, indirecte op zowel de nabije omgeving alswel de verder weg gelegen gebieden.

Voor het snel en doelmatig handelen tijdens calamiteiten zijn voor verschillende radiologische situaties interventieniveaus ontwikkeld. De daarbij voorgestelde maatregelen kunnen schadelijke effecten van stralings zo veel mogelijk beperken.

Interventieniveaus

Interventieniveaus zijn hulpmiddelen bij de besluitvorming over de te nemen maatregelen. De niveaus zijn alleen te gebruiken in ongevalssituaties, als overschrijding van reguliere stralingsnormen (dosislimieten) niet is te voorkomen. Ze geven dus niet de toelaatbare niveaus van stralingsbelasting aan.

De aan de interventieniveaus gekoppelde maatregelen zijn geen automatismes. De interventieniveaus zijn voor een aantal gevallen ook in een gebied opgegeven (van x tot y mSv). De interpretatie van deze niveaus is dan als volgt:
  • Onder het minimum van het interventieniveau zal de maatregel nooit genomen worden.
  • Boven het maximum interventieniveau zal de maatregel altijd genomen worden.
  • Tussen minimum en maximum van het interventieniveau wordt de maatregel overwogen. Daarbij moet er altijd een rechtvaardiging zijn van de te nemen maatregel. Dit betekent dat de eventuele extra schade die hulpverleners oplopen afgewogen moet worden tegen de met de maatregel bereikte reductie van schade voor de bevolking.
Er zijn verschillende soorten interventieniveaus vastgesteld:
  • Directe maatregelen en indirecte maatregelen afgeleid. Dit zijn niveaus ter bescherming van de Nederlandse bevolking tegen de gevolgen van stralingsschade.
  • Toelaatbare doses voor hulpverleners.
Directe maatregelen

Directe maatregelen richten zich op het voorkomen van de schadelijke effecten van de (passerende) luchtbesmetting. De maatregelen zijn gericht op het voorkomen van inwendige bestraling (als gevolg van inhalatie van aan luchtstof gebonden radioactieve deeltjes) en uitwendige bestraling. Directe maatregelen hebben voornamelijk betrekking op de directe nabijheid van de ongevalslocatie (tot circa 50 km).

Specifieke directe maatregelen zijn vastgesteld voor de nabije omgeving van de vermogensreactoren. Afhankelijk van het vermogen van de reactor kunnen maatregelenzones (zie: zonering) worden vastgesteld.

Maatregel Interventieniveau in mSv
  Heff Hth Hrbm Hlong Hhuid
Evacuatie          
- Direct 1000 5000 1000 8000 3000
- Eerste 24 h 50-500 1500 - 4000 -
- Laat (1 jaar) 50-250        
Jodium profylaxe 1000 (volwassenen)
  250 (kinderen)
Schuilen 5-50 50-500 (eerste 6 uur)
Ontsmetting      50-500 (eerste 24 uur)
Heff = effectieve dosis, Hth = schildklierdosis, Hrbm = rodebeenmergdosis, Hlong = longdosis, Hhuid = huiddosis.
 
Directe maatregelen rond vermogensreactoren: zonering

In overeenstemming met het buitenland zijn speciaal voor de vermogensreactoren (uit de categorie kerninstallaties) een aantal direct beschermende maatregelen vastgesteld. Afhankelijk van het (elektrisch) vermogen van de reactor zijn maatregelenzones van kracht.

Rampenbestrijdingsplannen dienen te zijn opgesteld door gemeenten die binnen deze zoneringen vallen. Voor gemeenten waar dit niet het geval kan worden volstaan met algemene regels in het rampenbestrijdingsplan.

Vermogen (MWe) NPK-zonering van maatregelen (km)
Evacuatie Jodiumprofylaxe Schuilen
< 100 0 4 7
100 < x < 500 5 10 20
> 500 5 15 30

Deze tabel leidt tot de volgende zonering voor de Nederlandse reactoren en de grensstreken:

Centrale NPK-zonering van maatregelen (km)
Evacuatie Jodiumprofylaxe Schuilen
Dodewaard 1) 0 4 7
Borssele 2) 5 10 20
Doel 3), Tihange 4) 5 15 30
Emsland/Lingen 5)
  1. Dodewaard: 1 reactor (51 MWe), niet meer in bedrijf.
  2. Borssele: 1 reactor (452 MWe).
  3. Doel (België): 4 reactoren (1045, 924, 412, en 412 MWe); 5 km van Nederlandse grens.
  4. Tihange (België): 3 reactoren (1070, 941 en 920 MWe); 40 km van Nederlandse grens.
  5. Emsland/Lingen (Duitsland): 1 reactor (1316 MWe); 20 km van Nederlandse grens.
Indirecte maatregelen

Indirecte maatregelen richten zich voornamelijk op het voorkomen van inwendige bestraling als gevolg van opname van radioactieve stoffen door gewassen en/of dieren die onderdeel uitmaken van de menselijke voedselketen. Deze maatregelen kunnen zowel betrekking hebben op de directe nabijheid van de ongevalslocatie alswel de verder weg gelegen gebieden.

Maatregel Interventieniveau (max toelaatbaar in Bq/l of Bq/kg)
Jodium Cesium Alfastralers Strontiumgroep
Melk/melkProducten 500 1000 20 125
Overige levensmiddelen 2000 1250 80 725
Drinkwater 500 1000 20 125
Beregeningswater
- Onbegroeid land - 800 2 50
- Begroeid land 40 25 2 15
Uitrijden zuiveringsslib - 800 2 50
Sluiten van kassen 1000 625 40 375
Graasverbod 5000 - - -

 
Toelaatbare dosis voor hulpverleners

In het algemeen geldt dat het voorkomen van schade voor bevolkingsgroepen en individuen het risico voor hulpverleners acceptabel kan maken. De maximaal toelaatbare doses voor hulpverleners zijn daarom gebaseerd op hun functie tijdens een zich voordoend ongeval. Daarbij is een onderscheid te maken tussen primaire hulpverleners (zoals levensreddend werk of het redden van kostbare goederen) en secundaire hulpverleners (zoals het besturen van voertuigen of het uitvoeren van metingen).

Primaire hulpverlening waarbij dosis hoger dan 100 mSv kan worden ontvangen gebeurt alleen op basis van vrijwilligheid en na voorlichting van de risico's. Belangrijkste punt van zorg is daarbij de effectieve dosis als gevolg van uitwendige bestraling en inhalatie en de huiddosis.

Slechts in zeer speciale gevallen mogen de genoemde grenswaarden worden overschreden. Dit mag alleen na advies en onder begeleiding van een hoger opgeleide stralingsdeskundige. Besmettingscontrole en ontsmettingsmaatregelen zijn daarbij noodzakelijk.

Type hulpverlening Heff Hhuid (24 uur)
Primaire hulpverlening
Redden kostbare goederen 250 mSv 2.5 Sv
Levensreddend 250 mSv 1)
Secundaire hulpverlening    
Overige hulpverleners 50 mSv 0.5 Sv
Ondersteunende en uitvoering van metingen, evacuatie, jodiumprofylaxe, openbare orde en veiligheid 100 mSv 1.0 Sv
1) In NPK wordt 750 mSv aangehouden.

 

back to top of page

 
[MailBox]  
  NRG, Postbus 25, NL-1755 ZG Petten, Nederland, Tel +31-224564950, Fax +31-224568912
Informatie: info@nrg.eu
Update 24 juli 2001