|
PETTEN - Volgens Noord-Korea zijn door de kernproef die het land gisteren
hield geen radioactieve stoffen in de atmosfeer gekomen. Volgens directeur
André Versteegh van het nucleaire kenniscentrum NRG in Petten is dat
goed mogelijk, mits de ondergrondse test goed is uitgevoerd.
Hij legt uit waarom landen kernproeven houden en wat de gevolgen zijn.
De ontwikkeling van een kernwapen begint bij de productie van splijtstof.
Daarvoor kan hoogverrijkt uranium worden gebruikt of plutonium. Noord-Korea
heeft waarschijnlijk plutonium gebruikt, denkt Versteegh. Het is al
langer bekend dat het land een reactor heeft waarmee het dat metaal kan
produceren.
Om een nucleaire explosie te veroorzaken is voorts een hoop ingewikkelde
elektronica nodig, legt Versteegh uit. Met behulp van een 'gewoon' explosief
moeten twee hoeveelheden splijtstof met grote snelheid worden samengebracht.
Als dat lukt, splijten de atomen in een felle kernreactie, waarbij zeer
veel energie vrijkomt. ,,Een flinke knal'', zegt Versteegh. Het proces
moet tot op de microseconde nauwkeurig worden uitgevoerd om een efficiënte
reactie op te wekken. Om de testen of ze die techniek onder de knie hebben,
voeren landen kernproeven uit. Aanvankelijk gebeurde dat bovengronds,
maar daarbij kwam veel radioactief materiaal in de atmosfeer terecht.
Daarom werd in de jaren zestig besloten kernproeven voortaan ondergronds
te houden.
Volgens Versteegh is de radioactiviteit door bovengrondse kernproeven
nog altijd meetbaar. ,,Bovengrondse kernproeven hebben veel en veel
meer radioactief materiaal verspreid in de atmosfeer dan de ramp in Tsjernobyl
in 1986. Ondergrondse tests zijn daarentegen betrekkelijk veilig voor
het milieu, mits ze goed worden uitgevoerd, zegt Versteegh. Dat neemt
niet weg dat bij iedere kernexplosie splijtingsproducten ontstaan
die nog jaren radioactief blijven. Als die alsnog vrijkomen, kan dat
zeer schadelijk zijn voor het milieu. ,,Maar het is niet zo dat daardoor
in korte tijd grote aantallen doden kunnen vallen'', aldus Versteegh.
In totaal hebben de zeven bekende kernmogendheden - de Verenigde Staten,
Groot-Brittannië, Frankrijk, China, Rusland, India en Pakistan
- vele honderden kernproeven gedaan. Die van Noord-Korea is vanuit wetenschappelijk
oogpunt ,,niet meer of minder erg'', zegt Versteegh. De test toont volgens
hem wel aan dat elk land in staat moet worden geacht een kernwapen te ontwikkelen.
|