|
De universiteit van Kyoto heeft een reactortje gebouwd waarmee ze hoogradioactief
kernafval probeert op te branden. Een veel krachtiger nucleaire vuilverbrander
moet binnen tien jaar in Europa verrijzen. Vanaf 2025 kan dan serieus
worden begonnen met het onschadelijk maken van nucleair afval, zo hopen
wetenschappers.
Door Kees Versluis.
In Italië ging het twee jaar geleden op het laatste nippertje niet door.
Politieke onenigheid was er debet aan dat Nobelprijs-winnaar Cario
Rubbia zijn geplande ads-reactortje niet mocht bouwen. Ads staat voor
'accelerator-driven system': een deeltjesversneller die is aangesloten
op een 'subkritische reactor' (zie kader). Het doel: het kapotmaken
van nucleair afval dat anders honderdduizenden jaren actief zou blijven,
door het te beschieten met neutronen. Na behandeling is het dan nog 'slechts'
250 jaar gevaarlijk. 'Transmutatie', noemen nucleaire wetenschappers
dat, en sommigen geloven er heilig in, nu steeds meer landen serieus over
kernenergie nadenken.
Door de Italiaanse domper zijn het nu de Japanners
die als eersten een mini-ads-testreactortje gereed hebben, genaamd
Kart (Kumatori Accelerator-driven Reactor Test Facility). Het ding
staat niet ver van Kyoto; het gaat vanaf september op volle toeren draaien.
Kleine hoeveelheden kernafval worden dan eerst 'superopgewerkt',
waarbij langdurig-radioactieve stoffen als plutonium en americium
gescheiden worden van de rest. Dat americium (samen met een paar andere
vervelende stofjes die in kleine hoeveelheden door kerncentrales geproduceerd
worden) wordt vervolgens getransmuteerd. Ten minste, dat is het doel
voor de lange termijn. De Japanners willen vooral onderzoeken hoe ze
dat het beste kunnen doen.
Plutoniumberg
Het Japanse transmutatiereactortje is een eerste stapje,
zeggen Europese wetenschappers. Uiteindelijk moet het ertoe leiden,
hopen ze, dat (bijna) al het langdurig radioactieve afval op die manier
kan worden vernietigd. Technisch is het op zeer kleine schaal al gelukt.
De uitdaging is nu het op grotere schaal te proberen, zonder dat de kosten
uit de hand lopen. 'Voor het grootste deel van het langdurig radioactief
kernafval hebben we eigenlijk al een oplossing waarmee we morgen kunnen
beginnen', zegt Frodo Klaassen, transmutatiespecialist van nucleair
onderzoeksinstituut NRG in Petten. Negentig procent van dat afval bestaat
namelijk uit plutonium, dat in opwerkingsfabrieken in het Franse La
Hague en het Britse Sellafield van de rest van het nucleaire afval
De milieubeweging vreest dat het opbranden van kernafval tot de bouw
van nieuwe kerncentrales zal leiden
wordt gescheiden. Dat levensgevaarlijke plutonium ligt opgeslagen
in bovengrondse bunkers (het plutonium uit Borssele ligt in Frankrijk).
Maar in sommige kerncentrales wordt het tegenwoordig bijgemengd met
uranium om als brandstof te dienen (Mox heet dat mengsel). Er is overigens
nog veel wetenschappelijk onderzoek nodig om plutonium op veel uitgebreidere
schaal tot kerncentralebrandstof om te werken. 'Maar uiteindelijk
verwachten wij dat over tientallen jaren de wereldwijde plutoniumberg
op die manier weggewerkt kan worden', zegt de Belgische kernreactorfysicus
Peter Baeten. Mocht dat inderdaad lukken, dan zit de wereld nog wel met
die tien procent andere langdurig-radioactieve stoffen; daarvoor
moeten ads-reactoren zoals die in Kyoto soelaas bieden.
Gevaarlijke beschieting
Baeten werkt bij het Belgische nucleaire researchcentrum SCK-CEN in
Mol. Daar denken ze al sinds 1997 na over de bouw van een ads-reactor om
radioactief afval te transmuteren; een veel grotere dan de installatie
in Japan overigens. In 2009 moet het ontwerp voor de Belgische Myrrha-reactor
klaar zijn drie jaar later begint de bouw, zo is de planning. En vanaf 2016
moet de reactor operationeel zijn. Goede kans dat het tegen die tijd geen
Belgisch project meer is, maar een project geadopteerd door de Europese
Unie. De EU pompt momenteel via het Zesde-Kaderresearchprogramma tientallen
miljoenen euro's in onderzoek naar het opbranden van langdurig radioactief
kernafval. Ook de Europese transmutatiereactor wordt vooralsnog een
reactor voor wetenschappelijk onderzoek, net als in Japan. Want technisch
moet er rond het onschadelijk maken van kernafval nog ontzettend veel
uitgezocht worden, zeggen wetenschappers. Bijvoorbeeld het materiaal
waar ze de gevaarlijke stoffen mee mengen tijdens de neutronenbeschieting
(de 'matrix'). Zo'n matrix is aan de ene kant noodzakelijk, omdat beschieting
van hoogradioactieve stoffen in pure vorm tot een te hoge warmteontwikkeling
zou leiden. Aan de andere kant geeft de matrix de nodige problemen. Bij
langdurige bestraling wordt hij namelijk zelf radioactief. Een metaal
als molybdeen of het keramiek magnesiumoxide geven minder problemen.
Maar hoe het precies uitwerkt en hoe veilig het is: dat moet allemaal onderzocht
worden.
Tegen
Uiteindelijk zou in Europa in 2025 een allereerste volwaardige ads-reactor
klaar kunnen zijn, die een daadwerkelijk begin maakt met het opruimen
van het hoogradioactieve americium en zijn gevaarlijke broertjes,
denkt Baeten. Ook zijn Nederlandse collega Klaassen vindt 2025 een realistische
inschatting, mits 'we er nu echt op inzetten'. Het zal vermoedelijk een
Europees of Europees-Japans project worden. De Amerikanen zijn vooralsnog
niet geïnteresseerd in het opbranden van langdurig radioactief kernafval
in een ads-reactor. Klaassen vindt opbranding een maatschappelijke
plicht, nu kernenergie in tal van landen weer op de agenda staat, en zelfs
het Nederlandse kabinet voorzichtig droomt van een nieuwe kerncentrale.
'De veiligheid van moderne kerncentrales is bijzonder hoog. Het hoogradioactieve
afval is momenteel het grootste probleem van kernenergie.' Hoe nobel
opbranding ook is, toch is het de vraag of het onderzoek politieke topprioriteit
krijgt. Probleem is wel dat het zowel links als rechts door velen wordt
afgewezen. Zo vreest de milieubeweging dat het opbranden van kernafval
een rechtvaardiging zal zijn om nieuwe kerncentrales te bouwen. En daar
is bijvoorbeeld Greenpeace koste-wat-kost op tegen. Bovendien is het
een schijnoplossing, vinden sommigen, want ook al is het kernafval na
transmutatie niet langer tienduizenden jaar radioactief, 250 jaar
is nog steeds een lange periode. Ook onder de voorstanders van kernenergie
leven bezwaren tegen de transmutatie. Het is veel te duur, zo menen zij.
Volgens berekeningen van de Oeso in Parijs stijgen de kosten van nucleaire
energie met twintig procent als je de kosten van opbranding daarin doorberekent.
Maar die prijsstijging zou wel eens fors hoger kunnen zijn, vrezen critici.
Bovendien is het nergens voor nodig, stellen zij. Diep onder de grond
ligt dat hoogradioactieve afval volstrekt veilig, ook na honderdduizend
jaar.
Hoe ontstaat radioactief afval?
Kerncentrales draaien op staven verrijkt uranium. In dit verrijkte uranium komt - onder de juiste omstandigheden - een gecontroleerde nucleaire kettingreactie tot stand, waarbij uranium-235-atoomkernen spliiten in een allegaartje van radioactieve stoffen (bepaalde jodium- en strontiumisotopen bijvoorbeeld). Daarbij komen verder neutronen
en een heleboel energie vrij. De radioactieve spliitinqsproducten
blijven gemiddeld 250 jaar radioactief: vervelend, maar te overzien.
Een enkel restproduct (technetium-99 en jodium-129 bijvoorbeeld)
blijft echter tienduizenden jaren radioactief. Maar het meest omvangrijke
probleem vormen de niet-splijtbare uranium-238 isotopen waar de uraniumstaven
in kerncentrales voor het grootste deel (normaliter zo’n 96 procent)
uit bestaan. Sommige van deze isotopen worden tijdens de kettingreactie
getroffen door rondvliegende neutronen. Daarbij transformeren ze
tot zogenoemde actiniden: hoogradioactieve stoffen als plutonium,
americium, neptunium en curium. Ook deze stoffen blijven tot honderdduizenden
jaren radioactief. In het Japanse reactortje proberen wetenschappers
die langdurig radioactieve stoffen kapot te bombarderen. Allereerst
brengen ze in een deeltjesversneller protonen (positief geladen kern-deeltjes)
op extreem hoge snelheid. Deze protonen botsen vervolgens op vloeibaar
lood; waarbij neutronen vrijkomen. Het is de bedoeling dat deze neutronen
vervolgens op de hoogradioactieve atoomkernen botsen en ze daarbij
doen splijten in minder landurig radioactieve stoffen. Technisch is
het echter uiterst lastig een snelle protonenbundel te creëren die
zo stabiel is dat hij geschikt is voor de ads-reactor. In Japan is dat nu
gelukt. Ook het reactortje zelf is technisch overigens een lastig ding.
Het is geen gewone kernreactor, maar een zogenaamde subkritische reactor.
Dat wil zeggen dat de atoomkernen weliswaar gesplitst moeten worden
door het neutronenbombardement, maar dat daarbij geen nucleaire kettingreactie
optreedt.(KV)
|