[menubar_home]
NRG en nucleair in het nieuws Krantenartikelen
   
 

 
Zoeken in NRG krantenartikelen

Eeuwige belofte. Kernenergie een tweede kans ? National Geographic
Door: Robbert Vermue 3 april 2006
 
In Nederland gaan stemmen op voor de bouw van nieuwe centrales, Belgié TEKST: ROBBERT VERMUE

De ramp in Tsjernobyl in 1986 leek de genadeslag voor de kernindustrie. Er werden geen nieuwe centrales meer gebouwd, de bestaande zouden openblijven tot het einde van hun voorziene levensduur. Maar de mondiale vraag naar energie blijft explosief groeien, de wereld raakt door haar fossiele brandstoffen heen en de opwarming van de aarde vraagt om een duurzaam antwoord. Is kernenergie de oplossing?

Sinds Tsjernobyl is serieus werk gemaakt van het zoeken naar alternatieven. Met wind, zon, biomassa en waterkracht opgewekte energie wordt inmiddels op wisselende schaal toegepast. Nu, twintig jaar later, voorzien deze bronnen wereldwijd in zo'n 18 procent van de stroom. Maar vanwege de noodzakelijke grote investeringen en het beperkte rendement hangt aan de 'hernieuwbare' energiebronnen nog een stevig prijskaartje. De meeste wetenschappers zijn het erover eens dat de aarde opwarmt door de uitstoot van onder meer kooldioxide (CO2) bij de verbranding van fossiele brandstoffen, met alle gevolgen van dien voor het klimaat. De EU-lidstaten hebben zich met het Kyotoverdrag, dat begin 2005 in werking trad, verplicht de CO2-uitstoot voor 2012 met gemiddeld 8 procent terug te dringen ten opzichte van het ijkjaar 1990. De atoomindustrie zag haar kans schoon: bij de productie van kernenergie komt immers weinig CO2 vrij. Verder zou de bouw van nieuwe centrales landen voor hun stroomvoorziening minder afhankelijk maken van een handjevol instabiele staten. "Het conflict over de Russische gasleverantie aan Oekraïne begin dit jaar heeft in Europa de urgentie van de voorzieningszekerheid aan het licht gebracht," zegt Stephan Slingerland van Clingendael, het Instituut voor Internationale Betrekkingen in Den Haag. In de Verenigde Staten, met 103 operationele kernreactoren goed voor bijna een kwart van het mondiale aantal, verkondigde president Bush eind januari in zijn State of the Union dat het land voor zijn energievoorziening te sterk leunt op het buitenland en dat de overheid daarom onder meer zal inversteren in ‘schone, veilige kernenergie’. Wetgeving uit 2005 maakt het investeerders nu al makkelijker leningen aan te gaan. Een consortium van energiegigant Entergy en reactorbouwers Westinghouse en General Electric heeft plannen klaar voor de bouw van een nieuwe kerncentrale in Port Gibson, Mississippi, die in 2015 gereed moet zijn. “Overheden moeten allereerst helderheid en stabiliteit van beleid verschaffen”, zegt André Versteegh, directeur van het Nederlandse expertisecentrum voor nucleaire technologie (NRG) in Petten. “ In de Verenigde Staten hebben ze dat begrepen. De vergunningsprocedure voor nieuwe centrales is er relatief kort.”

Andere landen zitten niet stil. Vooral in Azië met zijn snelgroeiende economieën stijgt de vraag naar stroom explosief. China heeft nu negen kerncentrales, in 2020 moeten dat er 39 zijn. In India is de behoefte zo groot dat voor 2020 bijna een vertienvoudiging van de capaciteit wordt beoogd. Maar ook in Oekraïne en in nieuwe en aanstaande EUlidstaten in Oost-Europa (Litouwen, Tsjechië, Bulgarije, Roemenië en Slowakije) zijn nieuwe kernreactoren gepland of reeds in aanbouw. In de rest van Europa bouwt alleen Finland aan een nieuwe centrale, maar daar zal het vermoedelijk niet bij blijven. Ook Europa heeft te kampen met een stijgende energieconsumptie, maatregelen voor efficiënter energieverbruik ten spijt. Een EU-richtlijn bepaalt dat in 2010 22,1 procent van de stroom uit hernieuwbare bronnen afkomstig moet zijn, maar dat lijkt onhaalbaar - al zijn landen als Duitsland, Spanje en Denemarken, met zijn aanzienlijke windmolenpark, op de goede weg. Frankrijk, dat geen olie- en gasreserves heeft en derhalve vorige eeuw radicaal koos voor kernenergie (78 procent van de stroomvoorziening, tegen 35 procent gemiddeld in Europa) broedt op vervanging van zijn uitgebreide atoompark, en Groot-Brittannië studeert sinds december op de bouw van nieuwe centrales. Duitsland heeft zich onder de vorige rood-groene regering vastgelegd op een Atomausstieg, waaraan de regeringMerkel zich (voorlopig) gebonden acht. Het kernenergiebeleid in de EU is nog altijd een zaak van de afzonderlijke lidstaten. Binnen Europa is de noodzaak van kernenergie voor de stroomvoorziening dan ook heel verschillend. Dat Nederland slechts 4 procent zelf nucleair opwekt en nog altijd sterk leunt op zijn gasvoorraden, vindt Versteegh onverstandig met het oog op de toekomst. "Als het gas goedkoper wordt. zitten wij goed. Wordt het duurder, dan zijn we slecht af." Wel constateert hij een omslag in het denken over kernenergie: "Tussen 2015 en 2020 moet er nieuw vermogen komen. Bedrijven wachten nu het juiste moment af, binnen een paar jaar verwacht ik een privaat initiatief." De Nederlandse regering besloot in januari dat de (enige) kerncentrale in Borssele tot 2033 mag openblijven. Met het oog op de klimaatdoelstellingen voor 2020 gaan er nu binnen het kabinet stemmen op voor de bouw van maximaal drie nieuwe centrales in de komende tien jaar. Nederland is nu nog voor circa 15 procent nettoimporteur van (meest nucleair opgewekte) stroom, vooral afkomstig uit Duitsland, België en Frankrijk. "Nederland heeft te weinig ingezet op duurzame bronnen," zegt Peer de Rijk, directeur van de World Information Service on Energy (WISE), een organisatie die zich richt tegen kernenergie.

"Onze energiepolitiek heeft geleid tot meer afhankelijkheid van het buitenland en het vermogen tot zelfvoorziening ondergraven." "De overheid voert een marginaal klimaatbeleid," beaamt Pieter Winsemius, Nederlands milieuminister tijdens de explosie in Tsjernobyl. De ramp leidde destijds tot een omslag in zijn denken. "Kernenergie is hooguit een stukje van de oplossing," vindt hij nu. "We moeten liever geen technologie stimuleren die we niet volledig beheersen."

In België, dat behalve steenkool geen eigen fossiele bronnen heeft, is de situatie volstrekt anders. Het beschikt over zeven kernreactoren, in Doel en Tihange, die samen goed zijn voor 57 procent van de nationale elektriciteitsproductie. De paarsgroene regering besloot in 2002 echter tot een gefaseerde nucleaire 'uitstap', die in 2025 moet zijn voltooid. 27 kilometer voor de Noordzeekust moet nu een reusachtig windmolenpark verschijnen met zestig turbines die vierhonderdduizend gezinnen van groene stroom voorzien. Maar de komende twintig jaar is er veel meer nodig. "Het park is een druppel op de gloeiende plaat," zegt Roger Aertsens, adviseur duurzame ontwikkeling van Fedichem, de Belgische federatie voor chemiebedrijven. "De kosten zijn hoog en het is zeker geen alternatief voor kernenergie. Hernieuwbare bronnen maken nu hooguit 10 procent van de totale elektriciteitsconsumptie uit." "Het windpark zal een van de grote reactoren in Doel kunnen vervangen," repliceert Bram Claeys van de Bond Beter Leefmilieu (BBL). "Het park is een eerste stap in het ten volle exploiteren van het windpotentieel in de Noordzee " Maar de huidige federale regering - zonder de groene partijen - aarzelt om verdere vergunningen voor windmolenparken te verlenen en laat het Federaal Planbureau onderzoeken of de uitstap uit kernenergie moet worden herzien. Een heilloze weg, weet Claeys: "Investeren in kernenergie staat de ontwikkeling van duurzame bronnen in de weg." Maar het draagvlak voor het handhaven van kernenergie neemt toe. Een minieme meerderheid in zowel België als Nederland is voorstander, blijkt onder meer uit een in juni 2005 gepubliceerde Eurobarometer. Dreigt nu een soortgelijke discussie als in de jaren zeventig? Hoe zit het twintig jaar na Tsjernobyl bijvoorbeeld met de veiligheid van de huidige kerncentrales en de kans op verspreiding van het restproduct plutonium? In de voormalige Sovjet-Unie is materiaal uit atoomfaciliteiten 'zoek' geraakt. Zeker sinds 11 september 2001 bestaat de angst dat een deel ervan in verkeerde handen valt. "De nieuwe centrales zijn relatief veilig," zegt Stephan Slingerland. "Het meest reëel is nog dat terroristen een vuile bom maken van radioactief materiaal uit minder beveiligde objecten, zoals ziekenhuizen." Peer de Rijk is het met hem eens, al zegt hij ook: "De gevolgen van een groot ongeluk in een centrale zijn zo desastreus dat je het risico niet moet willen nemen." Een ander strijdpunt is het broeikaseffect. In vergelijking met stroomopwekking in gascentrales, is de C02-uitstoot bij de productie van nucleaire stroom, waarbij geen koolwaterstoffen worden verbrand, zo'n dertig maal lager. Zo blijkt althans uit cijfers van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) - zie pagina 152, onderste grafiek. Prominenten als de Nederlandse oud-premier Ruud Lubbers noemen daarom kernenergie - naast energiebesparing, investering in hernieuwbare bronnen en de ondergrondse opslag van CO2. - als een van de duurzame bronnen in de strijd tegen klimaatverandering. Maar op die duurzaamheid lijkt wel wat af te dingen. "De levenscycli van fossiele brandstoffen zijn relatief overzichtelijk," zegt chemicus Jan Willem Storm van Leeuwen, die met fysicus Philip Smith in 2002 een onderzoek naar de CO2-uitstoot bij de productie van kernenergie publiceerde. Zijn verrassende conclusie: "De uitstoot kan oplopen tot 30 procent van die in de aardgascyclus. Bij de bouw en ontmanteling van kerncentrales, het vervoer en de berging van kernafval en bij de winning van uraniumerts komen broeikasgassen vrij die niet volledig in de bestaande berekeningen zijn doorgevoerd. Dat geeft een vertekend beeld." Het onderzoek is internationaal kritisch besproken, en de meeste deskundigen gaan voorlopig uit van de cijfers van het IAEA. Wel staat vast dat de voorraden uraniumerts niet onuitputtelijk zijn. Sommige ertsen zijn relatief uraniumarm. andere zijn moeilijk te bereiken. Geschat wordt dat bij het huidige productieniveau de voorraden volstaan voor een periode van naar schatting vijftig jaar. Snellekweekreactoren, die meer splijtbare stof produceren dan verbruiken en zo een 'eeuwigdurende' bron van energie zouden zijn, zijn als antwoord op het probleem van de slinkende uraniumvoorraad voorlopig niet haalbaar gebleken: prototypen in het Duitse Kalkar en SuperPhénix in Frankrijk werden gesloten wegens technische complicaties.

Ook voor het afval is nog altijd geen definitieve oplossing. Hoogradioactief kernafval heeft een levensduur van maximaal 240.000 jaar. In België wordt het voor vijftig jaar ondergronds opgeborgen, Nederland slaat het een eeuw lang bovengronds op. Al vaker is geopperd om al het mondiale afval definitief op te bergen in diepe, stabiele aardlagen op enkele daarvoor geëigende locaties. "Politiek is het nog een moeilijke weg, geen land zit immers op het afval van een ander te wachten," zegt André Versteegh van NRG. "Maar uit ratio neel oogpunt is het wel de beste oplossing - die we dus blijven bevorderen." NRG in Petten werkt al geruime tijd aan transmutatie, het verkorten van de levensduur van radioactieve stoffen tot enkele honderden jaren. Deze technologie zou straks inwendig in een nieuwe, vierde generatie reactoren kunnen worden toegepast. In de Amerikaanse staat Idaho wordt al geëxperimenteerd met een Very High Temperature Reactor (VHTR). Het gaat nog om een ontwerp, operationele centrales zijn niet eerder dan in 2030 voorzien. De industrie koestert in elk geval hoge verwachtingen: de nieuwe reactoren zouden een efficiënter uraniumverbruik hebben en, belangrijker, 'inherent veilig' zijn omdat ze niet smelten als de koeling uitvalt. Als splijtstof zou uranium op den duur kunnen worden vervangen door thorium, dat in grote hoeveelheden op aarde wordt gevonden en bij bestraling geen plutonium als nevenproduct oplevert. Een voordeel is verder dat zulke reactoren efficiënt waterstof produceren, dat bijvoorbeeld kan worden gebruikt in brandstofcellen voor auto's, een nieuw wapen in de strijd tegen het broeikaseffect. Zelfs de Canadese ecoloog Patrick Moore, die ooit aan de wieg stond van Greenpeace, noemt kernenergie voorlopig onontbeerlijk, juist ook vanwege de mogelijkheden tot opwekking van waterstof. Bram Claeys van de BBL gelooft er niet in: "Er zijn onrealistisch hoge en snelle investeringen nodig in technologieën die nog lang niet marktrijp zijn. Wij willen het klimaatprobleem graag oplossen, maar we willen niet kiezen tussen de pest en de cholera." De meeste landen vertrouwen voorlopig op diversificatie naar energiebron en naar herkomst: verschillende soorten, afkomstig van over de hele wereld. Daarbij is de noodzaak van investeringen in hernieuwbare bronnen als zonne-energie en vooral windenergie onomstreden. Energiebedrijven als British Petrol (BP) stoppen grote bedragen in de volwassenwording van deze technologieën. Tot het zover is, kan kernenergie een deel van het antwoord zijn op de sterk stijgende mondiale vraag naar stroom, maar of het een echt duurzame bron kan worden, blijft de vraag.

 

[MailBox]  
 

 
NRG, PO Box 25, NL-1755 ZG Petten, Netherlands, Tel +31-224564080, Fax +31-224563912
Informatie: info@nrg-nl.com
Update 3 april 2006