|
Rob Biersma
16 man controleren bij hevige storm of de maeslantkering faalt
De Rijnmond overstroomt eens in de 350 à 700 jaar, als de beslissing om
de Maeslantkering te sluiten aan de computer wordt overgelaten. Rob
Biersma
Staatssecretaris Schultz van Haegen gaf het vorige week in de Tweede
Kamer toe: de Maeslantkering, het trotse sluitstuk van de Deltawerken,voldoet
niet geheel aan de verwachtingen. De kans dat de kering, die de Nieuwe
Waterweg bij een dreigende stormvloed moet afsluiten, het door technische
storingen laat afweten, is 2 tot 4 procent. Door inzet van hoog opgeleid
personeel dat kan ingrijpen in de volledig geautomatiseerde sluitprocedure,
kan deze faalkans vanaf oktober 2006 worden teruggebracht tot 1 procent.
De Maeslantkering die in 1997 gereed kwam, werd onlangs nog trots getoond
aan een hoge Amerikaanse delegatie die kwam kijken hoe Nederland zich
tegen de zee beschermt. Nederland hoopt op orders bij de verbetering
van de zeewering in de Mississippi-delta bij New Orleans, die ernstig
tekortschoot tijdens de stormvloed door orkaan Katrina.
De Maeslantkering vormt een onderdeel in een serie kustversterkingen
en afsluitingen van zeearmen die werden uitgevoerd na de Watersnoodramp
van1953. De bekendste afsluitingen zijn de Oosterscheldekering, de
Haringvlietsluizen en de Grevelingendam. Daarnaast werden honderden
kilometers zeedijk verhoogd en verbreed naar Deltahoogte, dat wil zeggen
dat ze alleen bezwijken onder de allerzwaarste stormvloeden - die slechts
één keer per tienduizend jaar voorkomen.
Aan de Nieuwe Waterweg stonden de ontwerpers voor een probleem: het drukke
scheepvaartverkeer dat ongehinderd doorgang moet vinden. Dus geen
schuivenkering zoals in de Oosterschelde of in het Haringvliet met een
schutsluis ernaast. Er is gekozen voor twee enorme holle, halfronde
stalendeuren van 22 meter hoog en 210 meter lang, die met lange armen zijn
bevestigd aan een bolscharnier aan de wal. De deuren doen aan de Eiffeltoren
denken, alleen zijn ze sterker en beweegbaar.
Ook de Maeslantkering is ontworpen om te voldoen aan de Deltanorm. Maar anders
dan dijken hoeft de kering niet volledig dicht te zijn. Het gaat erom een
stormvloed, een combinatie van springtij (door de maanstand beïnvloed)
en verhoogde waterstand (door storm) voldoende te vertragen, zodat
het water bij Rotterdam niet hoger rijst dan 3,60 meter boven NAP. Gebeurt
dat wel, dan loopt een gebied onder waarin meer dan een miljoen mensen
wonen. Vertragen van de vloed is voldoende, want anders dan bij hoogwater
in het rivierengebied is de dreiging van zee afhankelijk van het getij.
Zes uur na hoogwater is het weer laagwater. De twee deuren sluiten dan
ook niet volledig af, in het midden is een gat opengelaten - de twee deuren
zouden elkaar anders beschadigen - en het ziedende water zal er waarschijnlijk
een beetje overheen slaan.
Bolscharnier
In rust zijn de deuren opgeborgen in dokken, die droog gezet kunnen worden
voor onderhoud. Maar moeten de deuren in actie komen, dan varen ze leeggepompt
naar buiten en worden in de rivier afgezonken. Het bolscharnier (vergelijkbaar
met het heupgewricht) is nodig, omdat de deuren in tweerichtingen bewegen:
horizontaal en verticaal.
Omdat de deuren door verkeerde handelingen beschadigd kunnen raken,
werd besloten de sluitprocedure door een computersysteem te laten uitvoeren (BES,
besturingssysteem). Ook het besluit om te sluiten werd overgelaten
aan een computersysteem (BOS, besturings- en ondersteuningssysteem).
In zeeën in het Waterweggebied kwam een meetsysteem, het Buitenbos,
om BOS van gegevens te voorzien. Alles zou volledig automatisch verlopen.
Een mens zou alleen maar brokken maken.
Toen Rijkswaterstaat de kering in 1998 in gebruik nam, ging men eens grondig
na hoe het beheer zou moeten zijn om aan de Deltanorm van minder dan één
overstroming per tienduizend jaar te voldoen. De uitkomsten vielen
flink tegen. In de eerste plaats moest het aantal sluitingen omhoog.
Met de huidige zeespiegel is een sluiting slechts eens in de zeventig
jaar nodig om een rijzing van 3,60 meter boven NAP bij Rotterdam te voorkomen.Omdat
er in het Rijnmondgebied nogal wat buitendijkse gebieden op 3,00 meter
boven NAP voorkomen, werd besloten om de Maeslantkering ook daar voorin
te zetten. Daardoor is de huidige verwachte sluitfrequentie eens in
dertien jaar. Door zeespiegelstijging is de verwachting dat de verwachte
sluitfrequentie over niet al te lange tijd bijgesteld moet worden naar
eens in de vijf jaar.
Een veel grotere tegenvaller was dat de ingewikkelde Maeslantkering
weleens zou kunnen falen door technische gebreken. Door het bureau NRG (Nuclear
Research and consultancy Group, een samenwerkingsorgaan van ECN en
Kema) dat gespecialiseerd is in dit soort kansberekeningen, werd in
2001 geconstateerd dat de faalkans 1:14 was - van de veertien sluitingen
zou er gemiddeld één falen. Dit rapport werd niet aan de grote klok
gehangen -Rijkswaterstaat ging zelf opnieuw grondig na hoe groot de
faalkans was.
Het was nog erger dan gedacht. In 2003 moest Rijkswaterstaat zelfs erkennen
dat de faalkans 1:10 was. Dit betekent dat bij de huidige zeespiegel en
een verwachte sluitfrequentie van eens in de tien jaar de Maeslantkering
gemiddeld eens in de honderd jaar te kort zal schieten om de buitendijkse
gronden in het Rijnmondgebied te beschermen. En gemiddeld eens in de
700 jaar zullen de dijken het begeven. Met een stijgende zeespiegel wordt
dat minder - eens in de 350 jaar of misschien zelfs eens per eeuw. Dat is
nogal wat anders dan de Deltanorm, waarbij de dijken eens in de tienduizend
jaar mogen bezwijken.
Gebreken
Waaruit bestonden die technische gebreken? De grootste bijdrage aan
het falen levert het bolscharnier (45,2 procent). Daarna volgen achtereenvolgens
de locomobielen waarmee de deuren naar buiten gereden worden, het meetsysteem
Buitenbos, het doksysteem, de software, het Besluitsysteem BOS zelf,
het ballastsysteem en een eventuele interne brand. Externe gebeurtenissen,
een fout in de elektrische voeding en uitvoeringsfouten zijn minder
belangrijk.
Dat de Maeslantkering als geheel fysiek onder het aanstormend water
zou bezwijken wordt geschat op 0,01 procent.
Inmiddels heeft Rijkswaterstaat enkele belangrijke verbeteringen
doorgevoerd. De belangrijkste is wel een betere smering van het bolscharnier
met kussentjes van UHMW-PE (ultra high molecular weightpolyethylene).
Daarnaast heeft men het idee laten varen om de mens niet te laten ingrijpen.
Er is nu een hooggekwalificeerd team van 16 man dat wordt opgeroepen als
er een waterstand van 2,60 meter boven NAP dreigt. Met nog een aantal kleinere
maatregelen hoopt men de faalkans van de Maes-lantkering op 15 oktober
2006 te hebben teruggebracht tot 1:100.
Is het probleem nu opgelost? Nee, zeker niet. Een faalkans van 1:100 betekent
dat eens per zevenduizend jaar de kering te kort zal schieten en een dijkdoorbraak
mogelijk wordt - minder dan de Deltanorm van éénmaal in de tienduizend
jaar. De Tweede Kamer nam hier vorige week overigens genoegen mee. Met
een stijgende zeespiegel wordt dit tekortschieten almaar erger. Het
is maar goed dat de Maeslantkering slechts voor de duur van een eeuw ontworpen
is. De eerste acht jaar zijn al voorbij.
Het idee om de mens niet laten ingrijpen is verlaten
Foto-onderschrift: De Maeslantkering tussen Hoek van Holland en
Maassluis kort voor de oplevering in 1997. De kijkrichting is richting
Rotterdam. In het midden is de Nieuwe Waterweg, rechts het Calandkanaal.
De twee dokken waarin de keerdeuren zitten, kunnen droog gezet worden.
Bij een gevaarlijke stormvloed laat men de dokken vollopen en worden
de deuren uitgevaren naar het midden van de rivier. Vervolgens worden
ze afgezonken. De deuren raken elkaar niet.
|