[menubar_home]
NRG en nucleair in het nieuws Krantenartikelen
   
 

 
Zoeken in NRG krantenartikelen

Op weg naar schone, veilige kernenergie Noordhollands Dagblad
Door: Martijn Hover 25 februari 2006
 
Door: Martijn Hover

De plannen om kernenergie nieuw leven in te blazen komen niet echt als een verrassing. Bovendien lijkt ook onder de bevolking de vrees voor en het verzet tegen kernenergie af te nemen.

Dat staatssecretaris Pieter van Geel afgelopen weekeinde plotseling aankondigde dat er in Nederland misschien wel nieuwe kerncentrales gebouwd kunnen worden, leek op het eerste gezicht misschien merkwaardig. Hadden rampen als die in Tsjernobyl ons niet met de neus op de feiten gedrukt? En hadden we niet mede op grond daarvan in de jaren tachtig bij ’Brede Maatschappelijke Discussie’ met zijn allen besloten dat kernenergie te vies en te gevaarlijk was om te gebruiken?

Rehabilitatie De rehabilitatie van de kernenergie zat er al langer aan te komen. Eerder al had het kabinet voorzichtig geopperd dat de oude kerncentrale van Borssele, die oorspronkelijk in 2004 zou worden gesloten, en later in 2013, misschien nog wel eens dertig jaar langer in bedrijf kan blijven (tot 2033), mits de veiligheid kan worden gegarandeerd. En omdat het hoog tijd wordt dat we in Nederland werk gaan maken van implementatie van het akkoord van Kyoto om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan, komen de plannen om de kernenergie meer leven in te blazen niet echt als een verrassing. Ook onder de bevolking lijkt de vrees voor en het verzet tegen kernenergie af te nemen. Uit opiniepeilingen blijkt dat inmiddels meer dan de helft van de Nederlanders het met het kabinet eens is dat kernenergie een zinvolle optie is bij de aanpak van het energieprobleem. Dat merken ze ook bij NRG, de Nuclear Research & consultancy Group (’nucleaire onderzoeks- & adviesgroep’) van het ECN, het Energieonderzoek Centrum Nederland „Het lijkt er inderdaad op dat er sprake is van een snelle omslag in het denken over kernenergie”, zegt NRG-woordvoerster Juliette van der Laan. „Niet alleen in Nederland, maar ook elders In Finland zijn ze bijvoorbeeld bezig met de bouw van een enorme nieuwe kerncentrale van het EPR-type, wat staat voor ’European Pressurized water Reactor’. Die centrale moet zestien- à zeventienhonderd megawatt gaan produceren. En landen als India en China zetten op grote schaal in op kerncentrales om aan hun explosief stijgende energievraag te kunnen voldoen.” Want de kernenergie van nu is niet meer die van twintig jaar geleden, toen de ramp in Tsjernobyl de wereld met de neus op de gevaren ervan drukte, verzekert de NRG-woordvoerster: „De kerncentrales van de nieuwste generatie zijn veiliger, zuiniger en produceren minder afval dan ooit tevoren.” Toch is aan het voornaamste bezwaar dat een kwart eeuw geleden tegen kernenergie werden aangevoerd, in feite niets veranderd. Kernenergie is gebaseerd op het principe van kernsplijting waarbij straling onstaat en een te hoge dosis daarvan, hoe je het ook wendt of keert, is niet gezond.

Derde Generatie Dat wil niet zeggen dat het beest niet getemd kan worden. De technologische ontwikkeling staat immers niet stil de kerncentrales van vandaag zijn niet meer die van gisteren. „Kerncentrales zoals de grote EPR-centrale die ze in Finland aan het bouwen zijn, zijn alweer van de derde generatie”, aldus van der Laan. „Vergeleken met centrales van de tweede generatie, zoals die in Borssele, zijn die in alle opzichten verder verbeterd. Ze zijn veiliger, er wordt minder nucleaire brandstof gebruikt en ze leveren minder radio-actief afval.” Dat kan doordat radio-actief afval in toenemende mate wordt hergebruikt als splijtstof. Bovendien gaat de technologische ontwikkeling gestaag door. Zo wordt mede in ons land alweer gewerkt aan de vierde generatie kernreactoren. Een veelbelovende kandidaat is de zogenaamde ’Modulaire Kiezelbed Reactor’. Daarin wordt het splijtingsmateriaal waaruit de energie wordt opgewekt, niet in grafietstaven gegoten, zoals in de huidige centrales, maar zit ze opgesloten in bolletjes van koolstof die van bovenaf kunnen worden bijgevuld (zie graphic). Zo’n kiezelbedreactor heeft een aantal onmiskenbare voordelen, denkt Van der Laan: „Om te beginnen is de constructie van zo’n centrale betrekkelijk eenvoudig. Ze kosten relatief niet veel geld en zijn snel te bouwen. Daarnaast heb je geen noodkoelsysteem meer nodig. In traditionele kerncentrales, die met water worden gekoeld, moet het koelsysteem drievoudig worden uitgevoerd omdat het beslist niet mag falen. Als dat zou gebeuren, heb je namelijk kans op een ’meltdown’ van de reactorbrandstof, zoals in Three Miles Island (USA) is gebeurd. Dat zou natuurlijk rampzalig zijn.” „Een kiezelbedreactor wordt gekoeld met vloeibaar helium en heeft een veel hogere bedrijfstemperatuur. Maar de constructie is zodanig dat hij bij oververhitting vanzelf uitvalt en de restwarmte via natuurlijke processen wordt afgevoerd. Een meltdown is fysisch onmogelijk.” Daarnaast is een kiezelbedreactor stukken kleiner dan de meeste huidige kerncentrales. „Of dat een voor- of een nadeel is, ligt aan de energieleveranciers die zulke centrales moeten aanschaffen”, zegt van der Laan. „Een kiezelbedreactor kan hooguit 150 tot 200 megawatt leveren, dus om aan de energieproductie van een grote centrale te komen, zou je er een stuk of tien naast elkaar moeten zetten.

Stroom Dat kan gemakkelijk. Of je kunt ervoor kiezen om er bijvoorbeeld eentje neer te zetten op een energieterrein om de bedrijven daar van stroom te voorzien. Zo zou je je energievoorziening een beetje kunnen decentraliseren.” Dat klinkt allemaal heel mooi en veelbelovend, maar hoe zit het dan met het afval? Volgens Van der Laan kan het veilig worden opgeslagen en een deel van het afval wordt in opwerkingsfabrieken nu al geschikt gemaakt voor hergebruik. Ook wordt er veel internationaal onderzoek gedaan naar verkorting van de levensduur van het afval.

Plutonium Het grootste voordeel daarvan is, dat het uiteindelijk afvalproduct veel minder radio-actief is dan eerder het geval was. Hoog-radioactief plutonium heeft bijvoorbeeld een halfwaardetijd van meer dan 100.000 jaar. Dat betekent dat in 100.000 jaar de helft van de plutoniumatomen als gevolg van natuurlijk verval is omgezet in materiaal dat minder straling uitzendt. De afvalproducten van de nieuwe generatie kerncentrales kunnen, wanneer recycling geimplementeerd kan worden, halfwaardetijden van hooguit twee- à driehonderd jaar hebben. Dat is voor mensen al een stuk hanteerbaarder. We kennen genoeg kerken en kastelen die ouder zijn. Veilige opslag voor zo’n periode is heel goed mogelijk.” Deze recycling om de levensduur te verkorten kan niet worden toegepast op het afval dat inmiddels al is geproduceerd, en dat wel degelijk tien- tot honderdduizenden jaren gevaarlijk blijft. „Dat afval ligt in glas gegoten in stalen containers in een speciale bunker naast de centrale in Borssele”, weet Van der Laan. „Daar ligt het voor een periode van minimaal 100 jaar veilig opgeslagen. Te zijner tijd zal het worden opgeslagen in een zogenaamde geologische berging, in zoutlagen diep onder de grond. Deskundigen verzekeren dat het daar ongestoord miljoenen jaren kan blijven liggen.” Ze wijst erop dat het zelfs als je alle kerncentrales ter wereld bij elkaar optelt, om bescheiden hoeveelheden gaat. „Je moet je geen enorme afvalbergen voorstellen. Kerncentrales hebben, vergeleken bij olie- of steenkoolcentrales, veel minder brandstof nodig en ook is de hoeveelheid afval klein.”

Tijdgewricht Een bijkomend voordeel van kernenergie in het huidige tijdsgewricht, is dat het grootste deel van het uranium waarop kerncentrales draaien, afkomstig is uit Canada en Australië. „Met andere woorden: uit landen met een stabiele politieke cultuur.” Ook de eindigheid van de uraniumvoorraden zien ze bij NRG niet als een echt bezwaar. Van der Laan: „Als het uranium op is, kunnen we overstappen op het element thorium. Dat is als nucleaire brandstof iets minder efficiënt dan uranium, maar er is veel en veel meer van. Genoeg om ons de eerste eeuwen nog geen zorgen te hoeven maken.”

 

[MailBox]  
 

 
NRG, PO Box 25, NL-1755 ZG Petten, Netherlands, Tel +31-224564080, Fax +31-224563912
Informatie: info@nrg-nl.com
Update 25 februari 2006