[menubar_home]
NRG en nucleair in het nieuws Krantenartikelen
   
 

 
Zoeken in NRG krantenartikelen

Wat wordt het: staven of kogels ? Intermediair
Door: Kees Versluis 23 februari 2006
 
Nieuwe kerncentrale brengt oud opslagprobleem mee

De nieuwe Nederlandse kerncentrale wordt vermoedelijk geen ultra-moderne pebble bed, maar een tamelijk traditioneel Frans-Duits type. Om het hoogradioactief afval op te bergen, moet de bovengrondse opslagbunker in Vlissingen worden uitgebreid.

DOOR KEES VERSLUIS

Nederland moet een nieuwe kerncentrale bouwen, betoogde milieu Staatssecretaris Pieter van Geel vorige week. Daarmee lijkt het kabinet-Balkenende de anti-kernenergiedoctrine van de vorige kabinetten te willen afschaffen. Eerder besloot de regering om de bestaande kerncentrale in Borssele tot 2013 open te houden (de bedoeling was dat de centrale in 2004 zou dichtgaan; anderhalve maand geleden verlengde Van Geel de termijn zelfs tot 2033. Als regering en Tweede Kamer instemmen is Nederland het derde land in West-Europa - na Finland en Frankrijk - dat na de kernramp in Tsjernobil in 1986 besluit weer een nieuwe reactor te bouwen (als regering en Tweede Kamer tenminste definitief instemmen) Ondanks de nucleaire stagnatie van de afgelopen twintig jaar is de technische ontwikkeling van kerncentrales wel doorgegaan. Zo ligt er op de tekentafels een geheel nieuw type centrale: de kogelbedredreactor (pebble bed, in het Engels). Die verstookt geen uraniumstaven, zoals gewone kerncentrales maar Een soort grote biljartballen van koolstof. Zo’n zwarte bal is weer gevuld met tienduizend piepkleine ingepakte uraniumkogeltjes en in pIaats van water wordt de kogelbedreactor met helium gekoeld. Het grote voordeel boven een conventionele reactor is dat hij "inherent veilig” is, ofwel: er kan per definitie niets misgaan omdat de reactie van zelf stopt als de temperatuur te hoog oploopt. Zuid-Afrika en China experimenteren momenteel met relatief kleine kogelbedreactoren. Toch verwacht André Versteegh, directeur van het nucleair onderzoekscentrum NRG in Petten, niet dat de nieuwe Nederlandse kerncentrale een kogelbedreactor wordt. Ten minste, niet als het besluit tot bouw binnen een paar jaar valt. Dan zal de elektriciteitsproducent volgens hem geneigd zijn te kiezen voor vertrouwde technologie. Ofwel, een verbeterde versie van de bestaande reactoren (uit de jaren zeventig en tachtig). Amerikaanse typen. Wat is er op dat gebied zoal te koop? De Amerikanen hebben een paar typen in de aanbieding. Zo is er de AP1000, een zogenaamde drukwaterreactor van fabrikant Westinghouse. Het is een verbeterde versie van de vroegere PWR (pressurized water reactor). Simpel gezegd komt het erop neer dat de kernreactie in de centrale water verhit tot 320 graden, dat vanwege de hoge druk (zo'n 150 bar) niet gaat koken. Via een warmtewisselaar wordt de hitte overgebracht op water dat onder lagere druk staat en dus wél onmiddellijk begint te koken. De stoom die hierbij ontstaat drijft een turbine aan die elektriciteit opwekt. De meeste bestaande kerncentrales in de wereld zijn van dit drukwatertype. De nieuwe AP1000 is nog niet gebouwd, al liggen er in Amerika wel plannen klaar. De Amerikaanse fabrikant General Electric verkoopt twee typen reactoren die iets simpeler zijn. Zijn Advanced Boiling Water Reactor (ABWR) is een zogenoemde kokendwaterreactor. Het verschil met een drukwaterreactor is dat de tussenstap met de warmtewisselaar ontbreekt. Het water dat door de kernreactie verhit wordt, begint wel te koken, en de ontstane stoom drijft direct de turbine aan. In Japan is reeds een Amerikaanse ABWR-centrale in bedrijf. Inmiddels heeft General Electric een andere variant ontwikkeld: de Economic and Simplified Boiling Water Reactor (ESBWR). Overigens stond de in 1997 gesloten Nederlandse mini-kerncentrale in Dodewaard model voor de ESBWR. Het grootste nadeel van het nieuwe ding: hij is nog nooit gebouwd. Europese troef
Wel in aanbouw is de nieuwe Frans-Duitse troef op reactorgebied: de European Pressurized Water Reactor (EPR). Net als de Amerikaanse concurrenten is het een verbeterde variant van de centrales uit de jaren zeventig en tachtig (de EPR is van het drukwatertype). Dat de Fransen voor hun nieuwe reactor in het Normandische Flamanville voor het consortium van Framatome en Siemens gekozen hebben, behoeft geen betoog. Maar ook de Finnen - die al in 2004 begonnen met de bouw - kozen na rijp beraad voor de Europese reactor. Versteegh verwacht dat ook de nieuwe Nederlandse centrale een EPR wordt. Niet omdat de Amerikaanse centrales niet goed zijn, maar omdat een Europese centrale om chauvinistische redenen eenvoudig een streepje voor heeft. 'Ook ik zou dat een logische keuze vinden', zegt de directeur van het Pettense onderzoekslab: De EPR heeft echter een nadeeltje: het is een forse centrale van zo'n 1600 tot 1700 megawatt. Dat is drie tot vier keer de capaciteit van de huidige centrale in Borssele (480 megawatt). Het is de vraag of Nederland zoveel extra elektriciteit nodig heeft. In de meeste plannen voor een nieuwe Nederlandse energiecentrale - als er geen kerncentrale komt, is er een nieuwe kolen- of gascentrale nodig - wordt gerept van een capaciteit van 1000 megawatt. Dat hoeft geen probleem te zijn, meent Versteegh. Komt de centrale bij Delfzijl of naast de bestaande in Borssele, dan kan de overtollige stroom makkelijk aan Duitsland of België geleverd worden. Bovendien importeert Nederland nu veel Franse nucleaire stroom; dat kan misschien verminderd worden. Als de producent per se een 1000 megawatt-centrale wil, kan het EPR-ontwerp bovendien vrij eenvoudig worden aangepast.

Optie Vlissingen

De hoeveelheid hoogradioactief nucleair afval dat Nederland produceert, wordt met een nieuwe kerncentrale natuurlijk sterk vergroot. Waar laten we dat? Het afval van Borssele wordt momenteel opgeslagen in een bunker op het Vlissingse haventerrein, genaamd Habog. Volgens Versteegh is daar voorlopig nog voldoende ruimte, maar uiteindelijk zal de bunker moeten worden uitgebreid. De Habog is in principe bedoeld voor opslag gedurende honderd jaar (terwijl een deel van het afval tienduizenden jaren radioactief blijft). Daarna moet duidelijk zijn waar de definitieve opslagplek komt, vermoedelijk honderden meters diep onder de grond. Maar het zou verkeerd zijn zo'n plek nu overhaast aan te wijzen, meent Versteegh. 'Ik denk dat we uiteindelijk toegaan naar twee of drie Europese ondergrondse bergingen. De politiek groeit naar dat idee toe, ik denk dat over tien jaar de tijd voor zo'n Europese oplossing rijp is.' Het grote voordeel daarvan is dat al het afval op de geologisch meest veilige plek kan worden opgeborgen, en dat bewaking (opgeslagen plutonium mag niet in verkeerde handen vallen) het beste geregeld is. Op één na - het Zeeuwse Delta - staan de Nederlandse elektriciteitsbedrijven overigens niet te trappelen om een nieuwe kerncentrale te bouwen. Een van de redenen voor de terughoudendheid is de onduidelijke baten van een kerncentrale. Uit berekeningen van de prestigieuze Amerikaanse universiteit MIT blijkt bijvoorbeeld dat kernenergie per kilowattuur een stuk duurder is dan elektriciteit van gas- en kolencentrales (als je de uitstoot van broeikasgassen bij die laatste centrales tenminste niet in geld uitdrukt). Dat ligt niet aan de exploitatie van een kerncentrale, die is relatief goedkoop, maar aan het bouwen. Dat kost een vermogen (een nieuwe EPS-centrale kost vermoedelijk ruim drie miljard euro). Volgens andere berekeningen is kernenergie overigens niet duurder dan conventionele elektriciteit, zeker niet nu de prijs van fossiele brandstoffen gestaag oploopt. Hoewel een kerncentrale dus een enigszins risicovolle investering is, is de nieuwe Finse reactor door een private partij neergezet, een consortium van een aantal grote industrieën die in de toekomst de elektriciteit van de centrale willen gebruiken. Versteegh verwacht dat ook de nieuwe Nederlandse centrale alleen een private financier kan vinden, als er van tevoren langetermijncontracten voor elektricteitslevering met een aantal grote afnemers afgesloten kunnen worden.

Sommige kernfysici zien kerncentrales overigens liever niet in commerciële handen komen, en geven er de voorkeur aan dat de overheid bouw en exploitatie voor haar rekening neemt. Een commerciële uitbater is volgens hen niet geďnteresseerd in duurzame oplossingen voor het kernafvalprobleem. Zo wordt er momenteel veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het 'opbranden' van hoog radioactief kernafval. Op laboratoriumschaal lukt dat in middels maar opbranden kost veel geld. Als het ooit zover komt, zal de stroomprijs daardoor met zo’n 20% stijgen , blijkt uit voorzichtige schattingen. Geen commerciële eigenaar zal staan te springen om dat opbranden te stimuleren. kees.versluis@intermediair.nl

 

[MailBox]  
 

 
NRG, PO Box 25, NL-1755 ZG Petten, Netherlands, Tel +31-224564080, Fax +31-224563912
Informatie: info@nrg-nl.com
Update 23 februari 2006