|
Staatssecretaris Van Geel (VROM) toonde zich zondag in Buitenhof voorstander
van het bouwen van een nieuwe kerncentrale. Dat hij later in de week wat
terugkrabbelde - kabinetsdiscipline, afgedwongen door minister Brinkhorst
van Economische Zaken - doet niets af aan zijn zondagse analyse. Zijn
redenering deed sterk denken aan het Britse spreekwoord: You can't have
your cake and eat it too, vrij vertaald: Je kunt je gebakje niet tegelijkertijd
bewonderen en verorberen. Kernenergie, was zijn stelling, is nodig
voor het milieu. Wie ambitieus werk wil maken van het terugdringen van
C02-uitstoot, ontkomt niet aan het bouwen van een nieuwe kerncentrale.
Omgekeerd: wie zich tegen kernenergie verzet, kan er niet tegelijkertijd
ambitieuze doelstellingen op na houden inzake emissiereductie. Van
Geel concludeerde een en ander uit een later deze week gepubliceerd rapport.
Dat rapport - waarnaar overigens op de site van Van Geels ministerie nog
geen linkje te vinden is - is gemaakt door het Energieonderzoek Centrum
Nederland (ECN) en het Milieu en Natuur Planbureau (MNP), en kreeg de
sexy titel Potentieelverkenning klimaatdoelstellingen en energiebesparing
tot 2020; analyses met het Optiedocument energie en emissies 2010/2020
(zie www.ecn.nl).
Eerste indruk: razend interessant. Eerste gedachte: de voorbereiding
van het energiebeleid vindt plaats op hoog niveau. Tweede gedachte:
lekker hoor, van die rekenende bèta's. Derde gedachte: geen normaal
mens kan hier een touw aan vastknopen. Wat staat erin, of liever: hoe werkt
het? Dat is het makkelijkst uit te leggen in stappen. Stap l: Er is een scenario
gemaakt tot 2020. Uit die waarschijnlijke toekomst kan
Kies maar: voor het milieu, of tegen kernenergie
worden afgeleid hoeveel koolstofdioxide er de komende jaren zal worden
uitgestoten als er geen nieuw beleid wordt gemaakt. Uitkomst: in 2010
stoot Nederland 220 megaton C02-equivalenten uit, in 2020 is dat toegenomen
tot 251 megaton per jaar. Stap 2: Voor de periode tussen 2010 en 2020 zijn
drie mogelijke beleidsdoelen geformuleerd. De minst ambitieuze is
het handhaven van het uitstootniveau van 2010 (220 megaton dus), het
meest ambitieuze doel mikt op 15 procent reductie (tot grofweg 180 megaton
in 2020). In de tussenvariant daalt de uitstoot 6 procent (tot 200 ton).
Stap 3: Van alle manieren om te komen tot minder C02-uitstoot is onderzocht
hoeveel ze technisch maximaal kunnen bijdragen. Stap 4: Die opties uit
stap 3 zijn gebundeld tot optiepakketten; combinaties van maatregelen
die in samenhang de doelen uit stap 2 kunnen verwezenlijken. Daarbij
gaat het vooralsnog alleen om techniek. Nog niet om politiek draagvlak,
maatschappelijke weerstand of kosten. Het goede nieuws: 'Er is voldoende
technisch potentieel om de binnenlandse emissies in 2020 (...) met 15
procent te reduceren ten opzichte van 2010.' Stap 5: Hierin wordt de techniek
gecombineerd met de kosten. Wat is, gegeven de technische mogelijkheden,
de goedkoopste manier om het beleidsdoel te halen? De onderzoekers kijken
naar 'nationale kosten', dus de kosten voor de Nederlandse economie
als geheel. In zo'n berekening geldt energiebesparing door consumenten
dus als een bate (want de energierekening wordt lager). Als de beschikbare
techniek op de goedkoopst denkbare wijze wordt ingezet, zijn de netto
kosten van de minst ambitieuze doelstelling per saldo nihil, de middelvariantkost
per saldo 300 miljoen euro, het meest ambitieuze doel 1,5 miljard. '
In deze optiepakketten speelt energiebesparing (door bedrijven en
huishoudens, onder meer door het beprifzen van de weg) de hoofdrol. Aan
het halen van de meest ambitieuze doelstelling moet besparing een bijdrage
leveren van 24 van de in totaal 70 megaton COz (34 procent). Maar ook kernenergie
(13 procent) en opslag van C02-gas in lege gasvelden (21 procent) spelen
een rol. Kernenergie en CQ2-opslag, schrijven de onderzoekers, 'spelen
een sleutelrol bij het bereiken van grote emissiereducties tegen relatief
lage kosten'. Worden ze uitgesloten, dan bedragen de meerkosten voor
het halen van de meest ambitieuze doelstelling 2,9 miljard euro extra
per jaar. In plaats van goedkope kernenergie moeten er dan duurdere maatregelen
worden genomen. Stap 6: Wordt in dit rapport niet gezet. Maar daarin gaat
het om het omzetten van technische mogelijkheden in concreet beleid
en daarbij, schrijvende onderzoekers, zal blijken 'dat door beperkingen
vanwege uitvoerbaarheid, draagvlak én tempo van implementatie'
het 'realistisch potentieel' voor emissie-reductie lager is dan 'het
technisch potentieel'. Van Geels zondagse mijmeringen waren dus niet
helemaal correct. Wie van de aanblik van een taartje wil genieten en er
ook van proeven wil, moet domweg twee taartjes kopen. De kosten hiervan
zijn dus grofweg 3 miljard euro. En de selectieve conclusie van Van Geel
is dus niet terug te voeren op dit heerlijke rekenwerk van ECN en MNP.
Frank Kalshoven
Reageren? frank@frankkalshoven.nl ^
|