|
Kerntechnologie: Het Iraanse verrijkingsprogramma lijkt voorlopig in de eerste stap al vastgelopen.
Een Uranium-sprookje van duizend-en-één nacht.
Het openen van een verrijkingsfabriek in Natanz is Iraanse bluf, denken
experts. De grondstof uit Isfahan is namelijk rommel.
Op de persafdeling van het atoomagentschap van het IAEA in Wenen wordt
de kwestie als een hete aardappel rondgeschoven. Klopt, was de vraag,
het verhaal dat op 13 januari in het weekblad Science stond over de omstreden
uraniumverrijking in Iran? Over dat de omzettingsfabriek in Isfahan
uranium-hexafluoride produceert dat helemaal niet geschikt is voor
verrijking? Zeker niet voor verrijking tot wapenzuiver uranium?
Uiteindelijk is het perswoordvoerder Peter Rickwood die wel wil praten. Of eigenlijk:
alleen zeggen dat hij niet kan praten. Hij gaat geen staflid in Wenen op
dit moment zover krijgen met de pers te praten over Iran, weet hij zeker.
Ook niet voor een achtergrondgesprek. Omdat komende donderdag 2 februari
de lAEA-board weer over de nucleaire activiteiten van Teheran vergadert.
Op de agenda het laatste Iraanse wapenfeit: het verbreken van de zegels
op de verrijkingsfabriek met ultracentrifuges in Natanz. En de vraag
of daar sancties op moeten staan. Het enige wat hij wel bevestigen wil,
is dat de betreffende verslaggever van Science, Richard Stone, geen
onbekende is bij het agentschap in Wenen. 'Zijn verhalen zijn doorgaans
betrouwbaar.' Dat lijkt toch een verkapte bevestiging en daar hoort
op zijn beurt 'in Bonn journalist Mark Hibbs hoorbaar van op. Hibbs is
redacteur van Platt's NuclearFuel, een vakblad met gezag over en voor
de kernindustrie. Hij was het die vorig jaar nazomer, op basis van diplomatieke
bronnen in Irak en Wenen, als eerste het nieuws bracht over het falen van
de installatie in Isfahan. 'Het IAEA werkte aan de kwestie maar heeft
onze scoop tot nog toe nooit willen bevestigen', zegt hij. Hibbs schatte
in een reeks artikelen in NuclearFuel dat de problemen gemakkelijk een
paar jaar vertraging konden betekenen yoor een Iraans verrijkingsprogramma.
De ferme taal uit Teheran moet in dat perspectief worden bezien, zegt
hij nog steeds. 'Maar alleen het IAEA kan weten hoe de stand van zaken nu
is. Zij'zitten er het dichtst met hun neus bovenop.'
Bommen
De Iraniërs
heropenden in augustus 2005 de in 1997 naar Chinees model gebouwde verwerkingsfabriek
in Isfahan, na een vrijwillige pas op de plaats van enkele jaren. Het IAEA,
dat de fabriek inspecteert, protesteerde. Het haalde niks uit, ook al
omdat Iran het non-proliferatieverdrag heeft getekend en zegt kernenergie
voor zuiver vreedzame doelen na te streven. In die situatie is verrijking,
mits in openheid, niet verboden. 'Alleen hoef je voor een kernenergieprogramma
helemaal zelf niet te kunnen verrijken', zegt André Versteegh, hoofd
van de nucleaire tak NRG van ECN in Petten. 'Hun infrastructuur slaat alleen ergens
op in een militaire context. Of politiek. Het gaat om bommen, dat is helder.'
"Nu stoppen zou geweldig gezichtsverlies voor Teheran zijn"
Er werd sinds augustus 2005 in Isfahan, onder de neus van inspecteurs
van het IAEA en met triomfantelijke demonstraties voor de poort, zeker
35 ton uraniumerts verwerkt tot een grondstof voor de eigenlijke verrijking.
In dat proces wordt uraniumoxide (U3O8) stapgewijs chemisch omgezet
in gasvormige fluorverbindingen van uranium.
Uraniumhexafluoride
UF6, is de grondstof voor ultracentrifuges, waarover Iran in Natanz
al beschikt. Het werkt aan een hele ondergrondse verrijkingsfabriek
met vijftigduizend eenheden. Het gas bevat zowel hexafluorides van
U235 als het iets zwaardere U-238, dat niet splijtbaar is.
In ultracentrifuges
worden daarna de zware gasmoleculen iets eerder naar buiten geslingerd
dan de lichte en zodoende stijgt het U-235 gehalte in het achterblijvende
gas een fractie. Door het proces eindeloos te herhalen kunnen de vereiste
hogere verrijkingsgraden worden bereikt. Pakweg 4 procent voor kernbrandstof.
Voor kernwapens minimaal 20 procent.
Voorwaarde voor dat tijdrovende
proces, dat onder meer bij Urenco in Almelo is vervolmaakt, is dat er twee
componenten in het gas aanwezig zijn. En dat, schreef Hibbs vorig jaar
in zijn onthullingen, blijkt een probleem in Isfahan. In de uraniumhexafluoride
die daar tussen augustus en november werd geproduceerd, zaten verontreinigingen.
Dat waren behalve uranium-zuurstof-fluorverbindingen, ook de fluorides
van een ander metaal, molybdeen (Mo) dat nu eenmaal van nature vóórkomt
in uraniumafzettingen. Zolang die derde, nog lichtere hexafluoride
ook in het gas zat, was er niets mee te beginnen. De hele trapsgewijze verrijkingsstrategie
werkt met drie componenten hooguit voor de lage verrijkingsgraden die
genoeg zijn voor kernbrandstof. Maar zeker niet voor wapenzuiver uranium.
'Het Iraanse UF6 is crap, zei een diplomaat vorig najaar al tegen persbureau
Reuters. Dat lijkt haast een natuurlijke garantie voor vreedzame intenties
in het Iraanse nucleaire programma, maar de Iraniërs blijken wel degelijk
vastbesloten het probleem op te lossen. Uit uitlatingen in de pers van
het hoofd van het Iraanse nucleaire programma was eerder op te maken dat
China al in 1998 weigerde hem bij te staan in het oplossen van het netelige
probleem. De Chinezen kampten er zelf ook ooit mee. Tot de Russen ze het
klappen van de zweep leerden. Deskundigen twijfelen er niet aan dat Iraanse
kernwetenschappers het probleem uiteindelijk ook zelf kunnen oplossen,
via extra chemische zuivering van het erts of het gas. Maar dat gaat tijd
kosten. Maanden, aldus de scherpste schatting. Jaren volgens anderen.
Intussen is Isfahan nog steeds in bedrijf, volgens Science zonder dat
iemand zich echt om de kwaliteit van het product bekommert. 'Stoppen
zou geweldig gezichtsverlies voor Teheran zijn', zei een westerse diplomaat
deze week. 'Politiek is het echte probleem.'
|