|
Ruud Lubbers en het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) zijn geen
onbekenden van elkaar. Als jong minister van Economische Zaken verdedigde
hij begin jaren zeventig van de vorige eeuw plannen voor de bouw van drie
grote kerncentrales in ons land.
ECN, dat toen nog RCN heette (Reactor Centrum Nederland) was nauw bij
die plannen betrokken. Tot uitvoering kwam het niet. Het politieke draagvlak
ontbrak. In Nederland bloeide de anti kernenergie beweging. In 1975,
Nederland herstelde nog van de oliecrisis, presenteerde minister Lubbers
een energienota die bij RCN in Petten niet goed viel. Lubbers verlangde
dat het onderzoekcentrum de missie verbreedde. Petten mocht niet langer
exclusief voor nucleair onderzoek zijn. Ook andere, duurzame energiebronnen
moesten onderwerp van studie worden. Zoals zon en wind. De naam RCN dekte
de lading niet meer. Voortaan heette het centrum in de duinen bij Petten
ECN. De nucleaire haviken ronde de Pettemer kernreactor vonde het maar
nikst, dat gedoe met zonnepaneeltjes en windmolentjes. Kon nooit iets
worden. Lubbers: ,,Ik heb de kerngeleerden niet met lege handen achter
gelaten. Ze kregen hun deel. Zo heb ik altijd de ontwikkeling van de uraniumverrijkingsfabriek
Urenco bij Almelo gestuend. Aan dat succesvolle bedrijf heeft Petten
een behoorlijke bijdrage geleverd.” Bij ECN is in de achtelriggende
decennia steeds meer afstand genomen van de nucleaire activiteiten.
Die werden verzelfstandigd en ondergebracht bij een dochter, de Nuclear
Research & consultancy Group (NRG). ECN gaat voor schoon, voor duurzaam.
Maar het kan verkeren. Met Ruud Lubbers als voorzitter van de Raad van
Toezicht is bij ECN het woord ‘kernenergie’ via de voordeur weer naar
beinnen gehaald. Lubbers:,,Als je praat over de toekomstige energiehuishouding
dien je transparant te zijn. Dan moeten alle opties op tafel, óók kernenergie.
Kerncentrales zijn een stuk veiliger dan voorheen, stoten geen kooldioxide
(CO2) uit, en hebben een hoge leveringszekerheid. En in het vinden van
een oplossing voor het afvalprobleem zit beweging.” Het valt volgens
Lubbers niet te negeren: kernenergie is op de lijst van energieopties
flink is gestegen. Daarom heeft hij moeite met de nieuwe kernenergiewet,
die de bouw van niewue kerncentrales bemoeilijkt. Kernenergie ziet
Lubbers als een optie voor de langere termijn. Hij meent dat in een geliberaliseerde
energiemarkt aan de bouw en exploitatie van nieuwe kerncentrales prijskaartjes
hangen die voor energiebedrijven thans onaantrekkelijk zijn. ,,Nieuwe
opwekcapaciteit die gebruik maakt van fossiele brandstoffen, al dan
niet met afvangen en opslag van CO2, wordt nu nog als goedkoper beoordeeld.”
Ter vergelijking: NUON ontwikkelt plannen voor een nieuwe centrale
met onder andere vergassing van kolen en biomassa. Geraamde investering:
1 miljard euro. Finland bouwt een nieuwe kerncentrale. Investering:
circa 3 miljard euro. Lubbers: ,,Energiebedrijven hebben een eigen
verantwoordelijkheid. Op basis van de rekensommetjes kan ik me voorstellen
dat ze op korte termijn niet zullen kiezen voor de bouw van nieuwe kerncentrales.”
De voorwaarden in de nieuwe kernenergiewet, die momenteel bij de Raad
van State ligt, maken het nog moeilijker.
|