|
Beleidsmakers herbezinnen zich op belang kernenergie: ‘Er zijn bijna
geen alternatieven’
AMSTERDAM — Het kabinet-Balkenende laat zich in het vorige week verschenen
Energierapport opvallend positief uit over de mogelijkheid dat er in
Nederland een nieuwe kerncentrale komt. Het initiatief hiervoor ligt
weliswaar bij ‘marktpartijen’, schrijft minister Laurens Jan Brinkhorst
van Economische Zaken, maar het kabinet zal ervoor zorgen dat de randvoorwaarden
voor de bouw van een kerncentrale ‘glashelder’ zijn.
Brinkhorst belooft dat bestaande wet- en regelgeving wordt doorgelicht.
‘De ruimtelijke inpassing, de verantwoordelijkheden en financiële
zekerstelling voor de afvalproblematiek en de speciale eisen die gesteld
worden in het kader van moedwillige verstoring krijgen hierbij bijzondere
aandacht’. Het klinkt bijna als een uitnodiging aan marktpartijen om
een tweede Borssele te bouwen.
De omslag in het denken over kernenergie, die met name bij het CDA en de
VVD zichtbaar is, valt volgens Tim van der Hagen, hoofd van de afdeling
Reactorfysica van de TU Delft, wel te verklaren. ‘Uitbreiding van kernenergie
is bijna onvermijdelijk. We weten dat energie onbetaalbaar gaat worden,
dat we een enorm probleem hebben met CO2-emissies en dat we sterk afhankelijk
worden van het buitenland voor onze olie- en gasvoorziening. Kernenergie
is voor al die problemen de oplossing.’
André Versteegh, directeur van de Nuclear Research & Consultancy
Group (NRG) in Petten, deelt deze mening. ‘Kernenergie is nu al de grootste
bron van elektriciteit in Europa en er is geen alternatief. Ook in Nederland
niet. Een kerncentrale gaat vijftig jaar mee. Tegen die tijd is het aardgas
hier op. Het is niet acceptabel om afhankelijk te zijn van Russisch gas.’
Niettemin, zeggen Van der Hagen en Versteegh, zal de regering haar nek
verder moeten uitsteken, wil het echt zover komen dat private partijen
in Nederland een nieuwe kerncentrale neerzetten. Van der Hagen: ‘Het
Energierapport is een stap in de goede richting, maar het is niet genoeg.
De industrie is heel huiverig om te investeren zolang er geen zekerheid
is dat een centrale open kan blijven. Als een centrale na twintig jaar
moet sluiten, komt het financiële plaatje er heel anders uit te zien.’
In de afgelopen decennia hebben energiebedrijven vooral geïnvesteerd
in nieuwe gasgestookte centrales. In Europa is er sinds 1991 geen kernreactor
meer bijgekomen, in de VS sinds eind jaren zeventig niet.
Volgens Karen Daifuku, woordvoerder van de Nuclear Energy Agency, een
onderdeel van de Oeso, heeft dat niet alleen te maken met het Tsjernobyl-effect,
maar ook met de liberalisering van de energiemarkt. ‘In een vrije markt
stoppen investeerders eerder geld in minder kapitaalintensieve en
flexibele technologieën. Ze willen snel rendement zien. Een kerncentrale
vergt een enorme initiële investering, die pas op lange termijn winst
oplevert.’
Daifuku verwacht dat in Europa niet op korte termijn een groot aantal
nieuwe kerncentrales zal worden gebouwd. Maar zij signaleert wel een
kentering in het denken. ‘In Duitsland en België vragen ze zich af of
het wel zo verstandig is dat ze hun kerncentrales gaan sluiten. In Italië
wordt weer gedacht aan kernenergie. Ook de uitbreiding van de EU heeft
invloed. In EU-lid Slowakije worden twee nieuwe kerncentrales gebouwd,
in aspirant-lid Roemenië één.’
Maar het belangrijkste wapenfeit van dit moment in de Europese kernenergiediscussie
is ongetwijfeld de beslissing van EU-lid Finland om een nieuwe kerncentrale
te gaan bouwen. De Franse reactorbouwer Areva, die betrokken is bij dit
project, noemt dit niet voor niets een ‘historisch besluit’.
De Finse centrale is een initiatief van marktpartijen: hij wordt gebouwd
door een consortium van energiebedrijven en industriële afnemers.
Volgens Van der Hagen kan de Finse industrie dankzij deze centrale tientallen
jaren profiteren van lage en — nog belangrijker — voorspelbare kosten.
Maar Van der Hagen wijst er wel op dat de overheid een voortrekkersrol
heeft gespeeld in het project. ‘De Finse regering heeft bewust gekozen
voor kernenergie, vanwege de efficiëntie, de leveringszekerheid
— men wilde niet afhankelijk zijn van Rusland — en vanwege de Kyoto-verplichtingen.’
Het regeringsbesluit is vervolgens goedgekeurd, met een kleine meerderheid,
door het Finse parlement.
Of regeringen in andere Europese landen het Finse voorbeeld durven te
volgen, is echter nog de vraag. De milieubeweging is fel gekant tegen
nieuwe kerncentrales. Kernenergie kampt nog altijd met een slecht imago
bij het grote publiek.
Volgens Luc Olyslager van het public-relationsadviesbureau Ellys
in Antwerpen, die voor diverse kernenergieproducenten actief is, willen
politici niet graag worden gezien als voorstanders van kernenergie.
‘Er kleeft nog steeds een Tsjernobyl-imago aan.’
Hij wijt dit voor een deel aan de sector zelf. ‘De industrie profileert
zich niet erg. Hierdoor wordt de imagovorming bepaald door tegenstanders
en concurrenten.’ Ellys is nu in gesprek met opdrachtgevers in de nucleaire
industrie om te bekijken hoe hier verandering in kan worden gebracht.
‘Wat wij willen gaan doen is kernenergie vatten in een aantrekkelijk
en representatief merkconcept. Op deze manier hopen wij de publieke
opinie te beïnvloeden ten gunste van kernenergie.’
Dit is het eerste in een serie van drie artikelen over alternatieven voor
fossiele brandstoffen.
|