[menubar_home]
NRG en nucleair in het nieuws Krantenartikelen
   
 

 
Zoeken in NRG krantenartikelen

Kabinet heet kerncentrales voorzichtig welkom Financieel Dagblad
Door: KAREL BECKMAN 14 juli 2005
 
Beleidsmakers herbezinnen zich op belang kernenergie: ‘Er zijn bijna geen alternatieven’

AMSTERDAM — Het kabinet-Balkenende laat zich in het vorige week verschenen Energierapport opvallend positief uit over de mogelijkheid dat er in Nederland een nieuwe kerncentrale komt. Het initiatief hiervoor ligt weliswaar bij ‘marktpartijen’, schrijft minister Laurens Jan Brinkhorst van Economische Zaken, maar het kabinet zal ervoor zorgen dat de randvoorwaarden voor de bouw van een kerncentrale ‘glashelder’ zijn.

Brinkhorst belooft dat bestaande wet- en regelgeving wordt doorgelicht. ‘De ruimtelijke inpassing, de verantwoordelijkheden en financiële zekerstelling voor de afvalproblematiek en de speciale eisen die gesteld worden in het kader van moedwillige verstoring krijgen hierbij bijzondere aandacht’. Het klinkt bijna als een uitnodiging aan marktpartijen om een tweede Borssele te bouwen.

De omslag in het denken over kernenergie, die met name bij het CDA en de VVD zichtbaar is, valt volgens Tim van der Hagen, hoofd van de afdeling Reactorfysica van de TU Delft, wel te verklaren. ‘Uitbreiding van kernenergie is bijna onvermijdelijk. We weten dat energie onbetaalbaar gaat worden, dat we een enorm probleem hebben met CO2-emissies en dat we sterk afhankelijk worden van het buitenland voor onze olie- en gasvoorziening. Kernenergie is voor al die problemen de oplossing.’

André Versteegh, directeur van de Nuclear Research & Consultancy Group (NRG) in Petten, deelt deze mening. ‘Kernenergie is nu al de grootste bron van elektriciteit in Europa en er is geen alternatief. Ook in Nederland niet. Een kerncentrale gaat vijftig jaar mee. Tegen die tijd is het aardgas hier op. Het is niet acceptabel om afhankelijk te zijn van Russisch gas.’

Niettemin, zeggen Van der Hagen en Versteegh, zal de regering haar nek verder moeten uitsteken, wil het echt zover komen dat private partijen in Nederland een nieuwe kerncentrale neerzetten. Van der Hagen: ‘Het Energierapport is een stap in de goede richting, maar het is niet genoeg. De industrie is heel huiverig om te investeren zolang er geen zekerheid is dat een centrale open kan blijven. Als een centrale na twintig jaar moet sluiten, komt het financiële plaatje er heel anders uit te zien.’

In de afgelopen decennia hebben energiebedrijven vooral geïnvesteerd in nieuwe gasgestookte centrales. In Europa is er sinds 1991 geen kernreactor meer bijgekomen, in de VS sinds eind jaren zeventig niet.

Volgens Karen Daifuku, woordvoerder van de Nuclear Energy Agency, een onderdeel van de Oeso, heeft dat niet alleen te maken met het Tsjernobyl-effect, maar ook met de liberalisering van de energiemarkt. ‘In een vrije markt stoppen investeerders eerder geld in minder kapitaalintensieve en flexibele technologieën. Ze willen snel rendement zien. Een kerncentrale vergt een enorme initiële investering, die pas op lange termijn winst oplevert.’

Daifuku verwacht dat in Europa niet op korte termijn een groot aantal nieuwe kerncentrales zal worden gebouwd. Maar zij signaleert wel een kentering in het denken. ‘In Duitsland en België vragen ze zich af of het wel zo verstandig is dat ze hun kerncentrales gaan sluiten. In Italië wordt weer gedacht aan kernenergie. Ook de uitbreiding van de EU heeft invloed. In EU-lid Slowakije worden twee nieuwe kerncentrales gebouwd, in aspirant-lid Roemenië één.’

Maar het belangrijkste wapenfeit van dit moment in de Europese kernenergiediscussie is ongetwijfeld de beslissing van EU-lid Finland om een nieuwe kerncentrale te gaan bouwen. De Franse reactorbouwer Areva, die betrokken is bij dit project, noemt dit niet voor niets een ‘historisch besluit’.

De Finse centrale is een initiatief van marktpartijen: hij wordt gebouwd door een consortium van energiebedrijven en industriële afnemers. Volgens Van der Hagen kan de Finse industrie dankzij deze centrale tientallen jaren profiteren van lage en — nog belangrijker — voorspelbare kosten.

Maar Van der Hagen wijst er wel op dat de overheid een voortrekkersrol heeft gespeeld in het project. ‘De Finse regering heeft bewust gekozen voor kernenergie, vanwege de efficiëntie, de leveringszekerheid — men wilde niet afhankelijk zijn van Rusland — en vanwege de Kyoto-verplichtingen.’ Het regeringsbesluit is vervolgens goedgekeurd, met een kleine meerderheid, door het Finse parlement.

Of regeringen in andere Europese landen het Finse voorbeeld durven te volgen, is echter nog de vraag. De milieubeweging is fel gekant tegen nieuwe kerncentrales. Kernenergie kampt nog altijd met een slecht imago bij het grote publiek.

Volgens Luc Olyslager van het public-relationsadviesbureau Ellys in Antwerpen, die voor diverse kernenergieproducenten actief is, willen politici niet graag worden gezien als voorstanders van kernenergie. ‘Er kleeft nog steeds een Tsjernobyl-imago aan.’

Hij wijt dit voor een deel aan de sector zelf. ‘De industrie profileert zich niet erg. Hierdoor wordt de imagovorming bepaald door tegenstanders en concurrenten.’ Ellys is nu in gesprek met opdrachtgevers in de nucleaire industrie om te bekijken hoe hier verandering in kan worden gebracht. ‘Wat wij willen gaan doen is kernenergie vatten in een aantrekkelijk en representatief merkconcept. Op deze manier hopen wij de publieke opinie te beïnvloeden ten gunste van kernenergie.’

Dit is het eerste in een serie van drie artikelen over alternatieven voor fossiele brandstoffen.

 

[MailBox]  
 

 
NRG, PO Box 25, NL-1755 ZG Petten, Netherlands, Tel +31-224564080, Fax +31-224563912
Informatie: info@nrg-nl.com
Update 14 juli 2005