|
Productie in Hoge Temperatuur reactor zonder emissie CO2
De Finnen geven weer eens het voorbeeld: het land van Nokia heeft besloten
een kernreactor te bouwen. Het tij voor kernenergie is sowieso aan het
keren. De hoge temperatuur reactor is inherent veilig, het afvalprobleem
is volgens sommigen te overzien en de productie van waterstof is zonder
emissie van CO2 alleen mogelijk via kernenergie.
Nee, het verbaast hem niet. Als hoogleraar reactorfysica aan de TU Delft
is prof.dr.ir. Tim van der Hagen al heel lang overtuigd van de voordelen
die kernenergie biedt. Dus wanneer een Nederlandse project-ontwikkelaar
een kernreactor wil bouwen, juicht hij dat van harte toe. En dat het gezaghebbende
Amerikaanse Electric Power Research Institute in Palo Alto vorig jaar
in Nature een pleidooi houdt voor het gebruik van nucleaire technologie
voor de opwekking van waterstof, vindt hij niet meer dan logisch. Hij
zou het zelfs nog sterker willen formuleren: 'De enige manier om op een
efficiënte en grootschalige wijze waterstof te produceren zonder
emissie van CO2 is via kernenergie.’ Het idee daarbij is om met chemische
processen watert te splitsen in waterstof en zuurstof, zonder gebruik
te hoeven maken van elektriciteit als energieverslindende tusenstap
(via elektrolyse). Hiervoor zijn temperaturen nodig van ten minste
900 0C en dat is precies het temperatuurgebied dat goed bereikbaar is
met gas-gekoelde reactoren, waar Van der Hagen onderzoek aan doet. Samen
met zijn medewerker dr.ir.Jan Leen Kloosterman kijkt hij bovendien
naar de mogelijkheden die dit soort Hoge Temperatuur Reactoren (HTR)
bieden voor opwekking van waterstof.
Hoge-drukstoom
Zo'n 80 van alle kerncentrales ter wereld, zoals die
in het Zeeuwse Borssele, is van het zogenaamde licht-watertype. In deze
watergekoelde centrales wordt met behulp van de vrijgekomen warmte
hoge-drukstoom opgewekt bij een temperatuur van tegen de 300 °C. Dat
is echter bij lange na niet genoeg om de chemische reacties op gang te brengen
die als eindproduct waterstof hebben. Kloosterman: 'Om het temperatuurgebied
boven 900 °C te bereiken moet je overstappen op een ander koelmiddel.
Daarvoor zij grofweg twee alternatieven: koeling met helium of met een
gesmolten zout. Wij hebben een voorkeur voor helium, omdat je daarmee
ook direct een gasturbine aan zou kunnen drijven voor de productie van
elektriciteit.'
De warmte in dit hete helium is echter net zo goed te gebruiken voor het
aandrijven van chemische processen. Alleen moet je dit niet direct doen.
Het is beter om er een extra koelkring tussen te zetten. Zo voorkom je dat
het chemische proces het nucleaire 'vervuilt' en omgekeerd. Ook de nucleaire
brandstof van dit soort HTR's ziet er anders uit dan in een standaard lichtwaterreactor.
In plaats van de bekende uraniumstaven is de brandstof aanwezig in de
vorm van uraniumbolletjes met een diameter van een halve millimeter.
Die zijn elk bedekt met een aantal laagjes, waaronder een poreuze koolstofbuffer
- voor de absorptie van splijtstofproducten - en met siliciumcarbide,
een keihard materiaal dat de bolletjes beschermt en voorkomt dat de radioactieve
inhoud vrij kan komen. Op hun beurt vormen 10000 tot 15000 van deze bolletjes,
ingebed in grafiet, de uiteindelijke nucleaire brandstofkogels (pebble),
die een diameter hebben van 6 cm. Volgens Kloosterman zijn die inherent
veilig: 'Zelfs wanneer het koelmiddel volledig wegvalt en de temperatuur
als gevolg van de restwarmte die de kernreacties afgeven, kan oplopen
tot boven de 1500 °C, blijven de bollen ongeschonden.' In Duitsland heeft
al twintig jaar een 40 megawatt testreactor gedraaid op deze brandstofkogels,
terwijl in China sinds 2000 ook een heliumgekoelde HTR-reactor operationeel
is.
Oliecrisis
Hoewel dit soort reactor- en brandstofconcepten nog niet
op grote schaal zijn getest, is het ontwerp wel beproefd in diverse testreactoren
in Duitsland, de Verenigde Staten, Japan en Zuid-Afrika. Datzelfde
geldt feitelijk voor de opwekking van waterstof met behulp van thermo-chemische
reacties. Ook dat proces is niet echt nieuw meer. Van der Hagen: 'Er zijn
niet zoveel wetenschappelijke uitdagingen meer. De problemen zitten
bijvoorbeeld in het vinden van geschikte materialen.' Het wetenschappelijk
onderzoek ernaar piekte in de jaren zeventig ten tijde van de oliecrisis,
maar vindt tegenwoordig bijna uitsluitend plaats in Japan en de VS. Een
litera-tuurstudie van het Amerikaanse bedrijf General Atomics bracht
in 2002 meer dan honderd mogelijke chemische cycli aan het licht en bepaalde
wat de meest veelbelovende waren. Er kwamen twee kandidaten uit naar
voren, een op basis van broom en een andere op basis van zwavel en jodium.
Uit modelberekeningen en metingen in een Japanse proefopstelling volgde
dat deze laatste een efficiëntie heeft van meer dan 50%, en die mag zich
dan ook verheugen in de meeste aandacht (zie kader). Eind vorig jaar presenteerde
Ken Schultz van General Atomics tijdens het jaarlijkse symposium van
de World Nuclear Association de eerste resultaten van een studie naar
de mogelijkheden van dit zwavel jodiumproces voor de productie van waterstof
met behulp van een HTR-heliumreactor. Zijn economische analyse wees
uit dat een 2400 MW kernreactor, gekoppeld aan een chemische fabriek
dagelijks zo'n achthonderd ton waterstof kan leveren. Dat is meer dan
voldoende voor een grote olieraffinaderij. Afhankelijk van de gebruikte
parameters variëren de kosten per geproduceerde kilo waterstof tussen
de 1,4 en 1,9 dollar per kilo. Dat zijn opvallende getallen omdat waterstof
dat wordt geproduceerd uit methaan met behulp van stoom - meer dan de helft
van alle waterstof ter wereld - zo'n 1,4 dollar per kilo kost. Maar bij
dit reformeringsproces komen grote hoeveelheden CO2 vrij. Het is niet
uitgesloten dat regeringen daar in de toekomst een eind aan gaan maken
door CO2-sequestratie en opslag verplicht te stellen via het instellen
van een speciale belasting {carbon tax). Het is dan ook geen wonder dat
sommige landen het onderzoek naar de opwekking 'nucleaire waterstof'
voortvarend aanpak Van der Hagen: 'In de Verenigde Staten heeft het Department
of Energy (DoE) het Nuclear Hydrogen Initiative gelanceerd met als een
van de doelstellingen om in 2015 in Idaho een demonstratiefaciliteit
voor nucleaire elektriciteit- én waterstofproductie in bedrijf
te hebben. Het Japanse Atomic Energy Research Institute heeft al zo'n
HTR in bedrijf en heeft onlangs de werking van het productieproces voor
waterstof gedemonstreerd, zij het op kleine schaal.'
Omstreden
Dat mag allemaal zo zijn, maar toch blijft kernenergie een
omstreden proces. Zo voerde ir. Diederik Samsom, Tweede-Kamerlid voor
de PvdA, in augustus 2002 aan dat de kernenergielobby de ogen sluit voor
de beperkte winbare reserves aan uranium. Er zou nog maar voor zo'n vijftig
jaar voldoende zijn. Van der Hagen: 'Dat klopt wel, maar dan moet je er
wel bij zeggen dat dat winbare reserves zijn voor een prijs van zo’n 25
dollar per kilo. Omdat de grondstof maar in geringe mate bijdraagt aan
de uiteindelijke kilowattuurprijs, mag het uranium best meer kosten
om toch op een economische manier elektriciteit te kunnen produceren.
Als je armere ertsen gaat aanboren, is er zeker nog honderd keer zoveel;
bovendien is aangetoond dat uranium ook betaalbaar uit zeewater is te
winnen.' Ook de hoeveelheid kernafval en daarmee het opslagprobleem
is volgens Van der Hagen beperkt: 'Het is goed op te slaan in stabiele geologische
formaties.' Hij wijst erop dat we met de groeiende mondiale vraag naar
energie onszelf op dit moment niet kunnen permitteren om welke vorm dan
ook bij voorbaat af te schrijven. ‘Binnen een internationaal samenwerkingsverband
(Generation IV) werken we op dit moment aan de volgende generatie kernreactoren,
waarbij strenge eisen gesteld zijn ten aanzien van veiligheid, duurzaamheid,
betrouwbaarheid, economie en waarbij door hergebruik en combinatie
van verschillende nucleaire technologieën de hoeveelheid afval
zoveel mogelijk wordt beperkt.’
Van der Hagens pleidooi om alle opties open te houden wordt onderstreept
door Ken Schultz, die vorig jaar ook de mogelijkheden van zonne-energie
voor de productie van waterstof op een rijtje zette. Zonnecollectoren
kunnen namelijk veel hogere temperaturen leveren dan kernreactoren.
Bovendien zijn de investeringskosten veel lager. Een probleem is natuurlijk
dat de zon effectief maar gedurende zo'n acht uur beschikbaar is. Dat
leidt tot een verminderde efficiëntie en tot hogere productiekosten.
Toch heeft General Atomics vorig jaar subsidie ontvangen om ook deze
methode te gaan onderzoeken. Schultz wil zich dan met name richten op
alternatieve chemische cycli die efficiënt gebruik kunnen maken
van de hogere temperaturen.
Er is hoe dan ook nog veel onderzoek nodig. Of de samenleving bereid is
de maatschappelijke consequenties die toepassen van kernenergie met
zich meebrengt te dragen om het waterstoftijdperk binnen te gaan is een
vraag die in de komende jaren beantwoord moet worden. Van der Hagen wijst
ter afsluiting nog op dat Finland onlangs besloten heeft na afweging
van alle mogelijke alternatieven met behulp van kernenergie zijn groeiende
elektriciteitsbehoefte te voorzien. Het is de eerste kernreactor die
sinds jaren in Europa zal worden gebouwd. Een teken aan de wand?
|