Kernenergie lijkt al jaren een langzame dood te gaan sterven. Na de ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl, in 1986, ging de discussie over ‘atoomstroom’ op slot. Steeds meer landen besloten hun kerncentrales te sluiten. Maar kernenergie dringt zich weer op als een mogelijk alternatief. Fossiele brandstoffen worden duurder en stoten bovendien CO2 uit. En de vraag is of onze steeds grotere behoefte aan stroom kan worden opgevangen door duurzame energie.
Moeten we weer in kernenergie gaan geloven? Dank je feestelijk, denken de meeste Nederlanders nog steeds. Kernenergie is immers gevaarlijk en vervuilend. De ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl in 1986 ligt nog te vers in het geheugen. Na decennia aan onderzoek is er nog steeds geen oplossing voor al het radioactief afval en bovendien is het opwekken van stroom in een reactor peperduur. Ook het politieke draagvlak voor
kernenergie is in Nederland klein geworden. Het kabinet besloot vorige maand dat de kerncentrale in Borssele in 2013 definitief zijn poorten moet sluiten. Ook omringende landen als België en Duitsland willen - officieel tenminste - op den duur met kernenergie stoppen. Einde discussie?
Voor het Rathenau-instituut in ieder geval niet. Deze instelling, die onderzoekt hoe de maatschappij oordeelt over technologische ontwikkelingen, vond het tijd om eens de tanden te zetten in deze meest omstreden energievorm. Niet om kernenergie weer op de agenda te krijgen, wel om alle ontwikkelingen van de afgelopen jaren eens op een rij te zetten. Begin volgend jaar hoopt het instituut zijn conclusies te presenteren.
“Er is ondertussen een hele generatie die helemaal niets heeft meegekregen van het debat zoals dat twintig jaar geleden speelde”, zegt Lydia Sterrenberg, projectleidster van het onderzoek. “Er spelen nu ook andere vragen. De energiemarkt liberaliseert, maar is daarmee de levering van stroom veiliggesteld? En vinden we het wel veilig dat een kerncentrale aan de gang wordt gehouden door een bedrijf dat winst wil maken?
Uit opinieonderzoek is volgens Sterrenberg al wel gebleken dat Nederlanders kernenergie niet meer zo categorisch afwijzen als vroeger: “De meeste zijn nog wel tegen, maar veel meer mensen kunnen zich voorwaarden voorstellen waaronder ze het kunnen goedkeuren.” Zo bleek uit een peiling van onderzoeksbureau Nipo dat het aantal voorstanders van kernenergie sinds mei is toegenomen van 20 naar 30 procent. Kernenergie blijkt nog minder een probleem als het licht thuis dreigt uit te vallen: een meerderheid vindt het een goede
zaak als er bij een grote stroomstoring kernenergie wordt geïmporteerd.
Wat de Nederlanders ook mogen vinden, één ding is zeker: onze behoefte aan elektriciteit wordt de komende jaren groter en de wereldvoorraad aan fossiele brandstoffen raakt langzaam op. Binnen de wetenschap wordt aangenomen dat de wereldwijde olieproductie binnen enkele decennia over zijn top heen raakt. Het gevolg: olie - en ook aardgas - zouden wel eens heel duur kunnen worden. Waterstof, een duurzame energievorm,
is misschien vanaf 2010 economisch rendabel, maar kan olie en gas pas tientallen jaren later helemaal vervangen. Kernenergie, dat door de hoge kosten voor de bouw van een kerncentrale nu relatief onaantrekkelijk is, wordt dan weer een alternatief, of we het willen of niet.
Wind- en zonne-energie kunnen het gat de komende jaren in ieder geval niet dichten, denkt André Versteegh, directeur van NRG, een onderzoeksinstituut voor kernenergie dat gelieerd is aan ECN, het onderzoekcentrum voor energie in Petten, en de Kema. “Het zijn prachtige energiebronnen en er moet zeker ruim in geïnvesteerd worden, maar daar red je het niet mee, op geen meter.” Kernenergie mag daarom niet langer onbespreekbaar blijven,
vindt hij. Zonne-energie levert op lange termijn misschien de minste problemen op, maar de zon schijnt niet altijd, net zomin als de wind altijd waait. Elke energiebron heeft zijn eigen probleem.”
Ironisch genoeg is het milieu een van de oorzaken waarom kernenergie weer uit het vergeetboekje is geraakt. De radioactieve wolk die na de ramp in Tsjernobyl over Europa trok en de problemen om atoomafval te bergen waren immers de belangrijkste oorzaken die ‘atoomstroom’ maatschappelijk onaanvaardbaar maakten.
Tegenwoordig spelen er echter andere zaken mee: de meeste landen in de wereld hebben zich in het verdrag van Kyoto erop vastgelegd dat de uitstoot van het broeikasgas CO2 moet worden verminderd. Zoals het er nu uitziet worden die doelstellingen bij lange na niet gehaald. Bij de opwekking van energie uit fossiele brandstoffen als olie, gas en kolen komt veel CO2 vrij. Bij kernenergie gaat het om slechts een fractie daarvan.
Voor Greenpeace is dat echter bepaald geen reden om de mening over kernenergie te wijzigen. “Wij denken dat ‘Kyoto’ heel goed gehaald kan worden met meer investeringen in duurzame energie, bijvoorbeeld een windpark in de Noordzee. Het is maar net hoeveel geld erin wordt gestoken”, vindt Rianne Teule van Greenpeace.
Het hardnekkige probleem van het nucleaire afval blijft voor de milieubeweging de hoofdreden om kernenergie af te blijven wijzen. Daarom demonstreerde Greenpeace ook bij het dertigjarig bestaan van de centrale in Borssele. Zo’n zeshonderd vaten met hoog-radioactief afval zijn daar sinds de opening van de ractor al geproduceerd. De splijtstaven uit de centrale zijn heel radioactief en blijven dat nog een slordige kwart miljoen jaar. Bij de opwerking van de splijtstaven wordt het oppervlaktewater radioactief
vervuild. Bovendien komt bij de opwerking plutonium vrij, de verder onbruikbare grondstof voor kernwapens. Het afval wordt in Nederland bovengronds opgeslagen in een bunker van de Centrale Opvang voor Radioactief Afval (Covra) in Borssele.
Er is voorlopig geen definitieve oplossing, maar die zou binnen handbereik kunnen liggen. Bij ECN is het in proeven gelukt kleine hoeveelheden radioactief afval dusdanig te bewerken dat de radioactiviteit duizend keer sneller afneemt. Hoewel dit procede zich op grote schaal nog moet bewijzen, zou het om een doorbraak kunnen gaan. Ook op het gebied van de kerncentrales zelf heeft de techniek in twintig jaar niet stilgestaan. In Zuid-Afrika wordt een proef genomen met een nieuw type kernreactor, die veel kleiner
is dan de gangbare. Deze zogenaamde PBMR-centrale lijkt veel veiliger, omdat en meltdown onmogelijk zou zijn. Bij zo’n meltdown smelten de splijtstoffen in de reactor, wat een extreme nucleaire vervuiling tot gevolg heeft. Bovendien zouden deze centrales veel minder kernafval produceren. Een probleem: er is nog geen enkele centrale van dit type in bedrijf genomen. Bovendien blijft het afvalprobleem met deze reactor bestaan, en zou
bij een terroristische aanslag, een zorg die sinds ’11 september’ hoog op de agenda staat, nog steeds een heel gevaarlijke situatie kunnen ontstaan.
Politiek is er in Nederland nog weinig beweging in de discussie rond kernenergie, in andere landen is er duidelijk sprake van een kentering. Kerncentrales, die langzamerhand op leeftijd beginnen te raken, worden vaak nog tien jaar langer dan gepland in bedrijf gehouden om in de vraag naar stroom te kunnen blijven voorzien. Vooral in de Verenigde Staten dreigt er een capaciteitsprobleem. Dar viel deze zomer in een groot deel van het land ineens de stroom uit. Oorzaak: een overbelast netwerk, maar ook te weinig
opwekkingscapaciteit. “De kerncentrales draaien daar op 90 procent van hun vermogen en zitten dus tegen de grens aan. Er moeten daar centrales bijgebouwd worden, de Amerikanen willen niet nog afhankelijker worden van olie uit het Midden Oosten.” Daardoor valt mogelijk de keuze op nieuwe kerncentrales, denkt Versteegh.
In Finland is het al zover. Vorig jaar werd daar besloten tot de bouw van een nieuwe reactor. Anders zou de stroomlevering in het gedrang komen, luidde het argument. Ook Frankrijk, dat 80 procent van zijn stroom uit kernenergie haalt, staat op het punt om nieuwe centrales te bouwen. De oude reactoren worden er immers niet veiliger op. De gangbare wijsheid is om de kerncentrales dan te sluiten, maar de huidige Franse energieminister, Nicole Fontaine, ziet liever vandaag dan morgen de eerste spade in de
grond gaan om de bestaande kerncentrales te vervangen door nieuwe ‘veilige’ PBMR-centrales. Kernenergie komt ook in Nederland de komende tijd goedschiks of kwaadschiks weer op de agenda te staan, denkt Versteegh. Nederland zou dan misschien de keuze kunnen maken om er alsnog niet meer aan te beginnen: “Maar dan moeten we op de lange duur Russisch aardgas gaan importeren en dan zijn wij voor onze energie niet meer zelfvoorzienend. Dat is een keuze waar je dan wel achter moet staan.”
|