De discussie over kernenergie laait langzaam weer op. Kerncentrales zijn nodig voor de energievoorziening en om het milieu te sparen, zeggen voorstanders. Maar het is wel duur, blijkt uit een Amerikaanse studie.
Leuk of niet, maar Nederland is toe aan een nieuwe discussie over kernenergie. Dat stelt althans het Rathenau-instituut in Den Haag, de door de overheid ingestelde denktank die maatschappelijk debat over heikele kwesties organiseert. De nieuwe discussie is gepland voor begin 2004. Over de vorm wordt eind dit jaar besloten. Het georganiseerde kernenergiedebat begint daarmee te behoren tot de Nederlandse folklore. Tussen 1981 en
1983 werd de Brede Maatschappelijke Discussie (BMD) gehouden: een debat in vele tientallen zaaltjes dat werd voorgezeten door professionele gespreksleiders. Na afloop bleek de bevolking in grote meerderheid tegen kernenergie, zoals enquêtes ervóór al aangaven. In 1993 deed minister Koos Andriessen van Economische Zaken een poging met het Dossier Kernenergie waarin voor de bouw van nieuwe centrales werd gepleit. De minister ging voor in het debat op opiniepagina's, televisieprogramma's en in De Balie in Amsterdam. Hij liet ook een enquête houden onder de bevolking die nog steeds massaal tegen kernenergie bleek te zijn. Dat laatste is in grote lijnen nog steeds zo. De overheid zelf is dan ook sterk verdeeld over de vraag op een nieuwe discussie over kernenergie gewenst is. Het milieuministerie van VROM ziet er geen heil in, liet staatssecretaris Van Geel al weten. Het is zijn taak in 2013 de laatste Nederlandse kerncentrale in Borssele te sluiten. Een nieuwe discussie komt daarbij slecht van pas. Wat denken de betrokkenen ervan?
Onderzoeker Stepban Slingerland van CE Delft, een onderzoeksinstituut, dat voor het Rathenau de mogelijkheid van een discussie beeft onderzocht: 'Deels gaat het debat over het debat zelf. Vooral de voorstanders van kernenergie pleiten nu immers voor een nieuwe discussie. Maar het is goed om ook de geluiden van de tegenstanders te horen. De discussie van twintig jaar geleden moeten we niet overdoen. We denken aan een debatavond
en een televisieprogramma en aan specifieke doelgroepen, zoals jongeren die de discussie van indertijd niet hebben meegemaakt. Bij hen is de kennis over kernenergie geringer.'
Peer de Rijk, anti-kernenergie activist bij World Information Service on Energy (WISE): 'Het is het zonde van de moeite, het geld en de energie die erin moet. Maar nu de discussie ons toch om de oren vliegt, moet het maar. Feitelijk en inhoudelijk is er weinig veranderd. Alleen de klimaatdiscussie is erbij gekomen. Daar hebben de voorstanders van kernenergie handig gebruik van gemaakt. 'Bij een nieuwe discussie moet het speelveld gelijk zijn voor alle partijen. Dat was indertijd niet zo. Achteraf is gezegd dat de BMD vooral geleid werd door tegenstanders van kernenergie. Maar ik was erbij en weet dat het op lokaal niveau niet gemakkelijk was om die discussie te beïnvloeden. Het was een centraal geleid circus dat over het land heen walste.' 'Inhoudelijk hebben we het gelijk aan onze kant, maar hebben we het nog niet helemaal gekregen. We kijken met bewondering naar Duitsland dat haar kerncentrales zal sluiten. door in het huidig tempo door te gaan met windenergie, kan dat zonderproblemen. Het bewijst dat je echt moet willen investeren in duurzame energiebronnen.'
Rob Koufield, voorzitter van de prokernlobby stichting Kernvisie en oud-hoogleraar Energievoorziening aan de TU Delft: 'Vernieuwing van het debat is een kleine overwinning voor de kernlobby en een stap in de goede richting De vorm moet wel anders dan twintig jaar geleden. Eerst het publiek objectief informeren en daarna in diverse groepen doorpraten Zelf hoef ik niet zonodig kernenergie Ik wil wel continuïteit van de energievoorziening, en daar heb je kernenergie voor nodig. 'Gezegd wordt dat we meer aan energiebesparing moeten doen. Dat klopt, maar de praktijk wijst uit dat het niet lukt. Als
wetenschapper is dat iets om wanhopig van te worden. Deels zien we de urgentie van besparing niet in. Deels is onze levensstijl zo veranderd dat we niet anders meer kunnen. 'Alternatieve energiebronnen lossen het probleem niet op. Ik ben ook secretaris van de Vereniging voor Zonne-energie Nederland. Doel is om 400 duizend zonneboilers te installeren. Dat kan 80 miljoen kubieke meter aardgas per jaar sparen, maar dat is maar één promille van wat de Gasunie oppompt. 'Het broeikaseffect heb ik in deze discussie
niet nodig. En dat kernenergie duur zou zijn, is onzin. Stroom van kernenergie uit Frankrijk is goedkoper omdat kerncentrales veel meer arbeidsuren maken dan andere centrales. Die Fransen zijn toch geen filantropen?'
Femke Bartels, Greenpeace: 'Kernenergie heeft afgedaan. Het is trekken aan een dood paard. Niemand weet wat het doel van een geregisseerde discussie zou moeten zijn. Bovendien debatteren we al volop, over het openhouden van Borssele bijvoorbeeld. Volgende maand opent de koningin de opslagplaats voor hoogradioactief afval. Reken maar dat ook dàt tot discussie zal leiden en terecht.'
André Versteegh, directeur van nucleair onderzoekscentrum NRG in Petten:
'Discussiëren over kernenergie is geen kwestie van willen. We zullen wel moeten vanwege onze energie- en elektriciteitsproblemen. Er zijn nieuwe centrales nodig en vanwege het broeikaseffect kleven er bezwaren aan fossiele brandstoffen. Als zoveel deskundigen zeggen
dat het broeikaseffect bestaat, lijkt het me verstandiger daarmee rekening te houden. Een nieuwe discussie zou zich vooral moeten richten op de jongere generatie. Het gaat om hun toekomst en hun levensstandaard. 'Zon en wind kunnen de eerste tientallen jaren het gat niet opvullen. Landen die geen kerncentrales willen zoals Denemarken hebben een groot probleem met het broeikasgas kooldioxide. Dat Duitsland het zal redden met wind en zonder kerncentrales, is een drogreden. 'Een zwak punt zijn de kosten van kernenergie, of beter gezegd de investeringsrisico's. De investeringsbedragen zijn zo hoog dat geprivatiseerde, kleine bedrijven die niet kunnen opbrengen. Overigens is er een ontwikkeling naar kleinere centrales met minder vermogen, die minder kosten en ook sneller gebouwd kunnen worden.'
Niet te vies of gevaarlijk, maar gewoon te duur
Niet de kans op ongelukken, niet het afvalprobIeem, niet de ongewenste verspreiding van kernwapens en ook met de grilligheid van de openbare opinie zijn de achilleshiel voor de bouw van nieuwe kerncentrales. In de gedereguleerde energiemarktvan vandaag zit de zwakte van atoomkracht in haar hoge kosten, stelt een studie van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) naar de rol van kernenergie bij bestrijding van het broeikaseffect. Enerzijds levert de deze zomer gepubliceerde studie (http :/web.mit.edu/nuclearpower)
goed nieuws op voor de kernlobby. Uitgaande van normale groeicijfers en een gemiddelde stijging van het wereldwijde elektriciteitsgebruik, is volgens de studie de komende halve eeuw kernenergie inderdaad nodig om de uitstoot van broeikasgas structureel te verminderen. In de huidige gemiddelde groeiscenario's.wordt in 2020 wereldwijd al 40 procent van de broeikasemissies veroorzaakt door elektriciteitsopwekking met fossiele brandstof, zoals kolen, olie en gas. Om dat te voorkomen moet alles uit de kast worden gehaald, stelt het team van natuurkundigen, politicologen, economen en milieukundigen onder voorzitterschap van professor John Deutch, hoofd van het scheikundig instituut van het MIT. Dat betekent dat zowel geïnvesteerd moet worden in energiebesparing, in wind, zon, waterkracht en biomassa, en de opslag van kooldioxide in de bodem. Maar dus ook in kernenergie. Alleen alom het huidig aandeel in de energievoorziening constant te houden, zouden de komende vijftig jaar wereldwijd duizend nieuwe kerncentrales gebouwd moeten worden. De studie voorziet er 625 in de ontwikkelde landen in Amerika, Europa
en Azië, 50 in de voormalige Sovjet-Unie en 325 in ontwikkelingslanden, inclusief China, India en Brazilië.
Het slechte nieuws zit in de randvoorwaarden voor kernenergie. De toepassing wordt beperkt door slecht of niet-opgeloste problemen zoals veiligheid, afvalverwerking en de kosten. Zonder forse steun van de overheid zullen vanwege die kosten niet eens nieuwe centrales worden gebouwd. De kosten blijven zelfs aan de hoge kant wanneer kernenergie zou meeprofiteren van de emissiehandel in broeikasgas en of dat gebeurt is onzeker. Een
nieuwe, relatief goedkope, kerncentrale levert stroom voor 6,7 dollarcent per kilowattuur, berekent de studie. In dat bedrag zit ook een bijdrage yoor opslag, van het afval. Een gascentrale komt al met 4,2 dollarcent uit de kosten. Het is theoretisch mogelijk om verder te besparen op de exploitatie, de bouwkosten en het onderhoud van kerncentrales. Maar pas wanneer al die reducties volledig slagen en bovendien kolen- en gascentrales worden beboet met vijftig dollar per ton koolstof voor hun bijdrage aan
het broeikaseffect, komen de kosten van kernenergie in de buurt van die van energie op fossiele energie. Dit alles in de veronderstelling dat nieuwe centrales worden geëxploiteerd op de 'Amerikaanse' manier, namelijk met éénmalig gebruik van uranium. Dus niet op de Nederlandse, Europese en Japanse manier, waarbij gebruikte brandstofstaven wordt opgewerkt. Die methode, stellen de MIT-onderzoekers, is namelijk 4,5
keer zo duur. Opwerking is temeer onaantrekkelijk omdat extra uraniumtransport de techniek onveiliger maakt en vatbaarder voor terroristische aanslagen en proliferatie (verspreiding) van nucleair materiaal voor kernbommen.
Op termijn, zegt onderzoeksleider Deutch, zullen ontwikkelde landen zich mede daarom veel nadrukkelijker met kerncentrales in ontwikkelingslanden moeten bemoeien. Ze moeten hen de nucleaire brandstof leveren en verantwoordelijk blijven voor het afval. De internationale controle daarop moet waterdicht zijn. Zonder dat alles schiet de veiligheid van kernenergie te kort. Een zwak punt, erkent Deutch, is dat de studie niet becijfert wat de maximale bijdrage zou kunnen zijn van energiebesparing, duurzame energiebronnen en opslag van kooldioxide in de bodem. Toch wordt geconcludeerd dat met al deze alternatieve bronnen samen niet aan de stijgende energiebehoefte kan worden voldaan. Die conclusie is grotendeels gebaseerd op eerder onderzoek. 'We hebben die cijfers nog niet in detail, maar diepen dat een volgende keer graag beter uit.'
|