|
DOOR PROF.MR.DR.E.R.MULLER EN DRS.M.ZANNONI
Crisis reactor. Er zijn veel partijen in beeld als er zich bij de kernrector in Petten een calamiteit voordoet. De gemeente Zijpe, waar Petten deel van uitmaakt, liet door het COT Instituutvoor Veiligheids- en Crisismanagement onderzoek doen naar de verant-woordelijkheden.En hoe goed is de samenwerking?
Veiligheid is belangrijk voor iedere burger. Wij dragen dan ook als individuele burgers een eigen verantwoordelijkheid voor deze veiligheid. Bij het horen van het woord veiligheid kijken we echter als eerste naar de overheid. Wij verwachten van onze overheid dat zij maatregelen treft om onze veiligheid te kunnen garanderen. De term 'veiligheid' is echter al even hol als de term 'overheid'. Er is niet zoiets als absoluut veilig en er is geen enkele overheid die de garantie daarvoor zou kunnen bieden. Kijkend naar de 'Onderzoekslocatie Petten' (OLP) geldt dan ook dat 100 procent garantie op 100 procent veiligheid door niemand geboden kan worden. Is de OLP daarmee onveilig? Nee, want in alle redelijkheid kan gesteld worden dat als aan alle veiligheidsmaatregelen is voldaan de kans op een ongeval ongeveer net zo groot is als dat je buiten op de fiets door een vliegtuig wordt getroffen. Reden om gerustgesteld achterover te leunen is dat weer niet; hoe weten we dat aan alle veiligheidsmaatregelen wordt voldaan? Daarvoor vertrouwen we op de overheid; die moet dat voor ons in de gaten houden. En die overheid bestaat weer uit vele verschillende lagen en individuen die wel moeten samenwerken om het veilig te houden.
Daarom verdient het in het onlangs gepresenteerde COT-rapport geconstateerde gebrek aan samenwerking tussen de gemeentelijke, provinciale en rijksoverheid alle aandacht.
Let wel op, ons rapport gaat niet over kans op een ongeval in 'Petten', maar over de voorbereidingen op de bestrijding van de gevolgen van allerhande ongevallen; crisismanagement dus. De verantwoordelijkheid voor het crisismanagement van de OLP is verspreid over vele partijen: de betrokken bedrijven, de gemeente Zijpe, de rijksoverheid en de Europese Commissie (als eigenaar van de hogefluxreactor). De provincie heeft ook enkele algemene taken in het kader van de rampenbestrijding. Deze ingewikkelde verantwoordelijkheidsverdeling is het gevolg van het feit dat 'Petten' zowel nucleaire als andere risico's met zich meebrengt. Denk bij dit laatste aan het vrijkomen van gevaarlijke stoffen, brand en dergelijke. De samenwerking tussen met name de gemeente Zijpe en de rijksoverheid -- namens deze het ministerie van volkshuisvesting,
ruimtelijke ordening en milieu (Vrom) -- is echter te vrijblijvend, zo heeft onderzoek uitgewezen.
Het ministerie van vrom is volgens de wet eindverantwoordelijk voor de (voorbereiding op de) kernongevallenbestrijding in 'Petten'. De gemeente Zijpe is verantwoordelijk voor de 'gewone' rampen-bestrijding. Sowieso zal Zijpe altijd als eerste overheid ter plaatse belangrijke taken moeten verrichten in geval van een nucleair ongeval. 'Vrijblijvendheid'
betekent hier dat beide partijen onvoldoende samenwerken, niet voldoen aan elkaars verwachtingen, maar vooral dat er onvoldoende mogelijkheden zijn om een goede
samenwerking af te dwingen. Dit is geen kwestie van onwil. De intentie en bereidheid tot samenwerking zijn wel aanwezig, de invulling hiervan verschilt. Hoe is een dergelijke vrijblijvendheid te verklaren? Een eerste verklaring betreft de verschil-lende 'leefwerelden'. Een burgemeester van een kleine gemeente heeft te maken met de lokale situatie en lokale problemen. De rijksoverheid moet zorgen voor beleid. Beleid
dat geldt voor heel Nederland. Op nationaal niveau werken verschillende ministeries aan een ambitieus werkprogramma genaamd 'Revitalisatie Nationaal Plan Kernongeval-lenbestrijding'. Het onderwerp wordt dus op alle niveaus wel degelijk serieus genomen. De gemeente verwacht echter acties vanuit de rijksoverheid, die de lokale situatie verbeteren. Acties die niet kunnen wachten op grote nationale programma's.
Een tweede verklaring betreft verkeerde verwachtingen. De lokale partners denken dat schaarse middelen op nationaal niveau wel voorhanden zijn. Gok de rijksoverheid moet het echter doen met een beperkt aantal mensen en middelen. Zeker nu ook het toezicht en de handhaving continu in de aandacht staan en er eerder met minder dan met meer mensen moet worden gewerkt. Er bestaat weinig ruimte om aan de slag te gaan met een lokaal probleem. Daarbij komt dat gemeente en ministerie zich niet goed kunnen verplaatsen in elkaars
positie om de problemen vanaf een andere kant te bekijken. Een laatste verklaring betreft de wet- en regelgeving. In de Kernenergiewet is bepaald dat de minister van Vrom moet zorgdragen voor de voorbereiding op nucleaire ongevallen. Maar ook de gemeente heeft in die voorbereiding een aantal taken. De wet zegt echter niet zoveel over de wijze waarop deze taken moeten worden uitgevoerd. Ook zegt de wet weinig over hoe rijk en gemeente moeten samenwerken. Dit leidt al snel tot vrijblijvendheid.
Communicatie
Hoe kan deze vrijblijvendheid worden tegengegaan? Het antwoord op deze vraag is relatief eenvoudig. Achter de drie genoemde verklaringen gaat namelijk een vierde verklaring schuil: gebrekkige communicatie tussen gemeente en rijk. Het is deze gebrekkige communicatie die het grootste probleem vormt. Daar ligt dan ook meteen de oplossing.
Communiceer over grote projecten en de lokale betekenis ervan. Communiceer over de rolverdeling tussen gemeente en rijksoverheid en de wederzijdse verwachtingen. Communiceer over de betekenis van wet- en regelgeving. Het is deze communicatie die in de afgelopen jaren onvoldoende heeft plaatsgevonden en vaak eenrichtingsverkeer van gemeente in de richting van het ministerie was. Het goede nieuws is dat deze communicatie recentelijk al duidelijk is verbeterd. Ministerie en gemeente weten elkaar sneller
dan voorheen te vinden en willen intensiever samenwerken. Het slechte nieuws is niets nieuws: zonder voortdurende aandacht zal vrijblijvendheid weer snel toeslaan.
Prof. mr. dr. E.R. Muller is directeur van het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement. Drs. M. Zannoni is onderzoeker-adviseur bij dat instituut.
|