|
Langzaam maar zeker begin het in ons land en daar buiten weer mogelijk
te worden om over de (her) invoering van kernenergie te praten. Na de ontploffing
van de kerncentrales in Tsjernobyl was de weerstand daartegen zo groot
dat elk gesprek daarover bij voorbaat al onmogelijk was, laat staan een
besluit tot uitbreiding van deze bron van energie.
Het laatste geluid in die richting komt van de nieuwe D66-minister van
Economische Zaken, Brinkhorst. Hij is niet principieel tegen kernenergie.
Het ontbreekt volgens de bewindsman echter aan maatschappelijk draagvlak
om in ons land het aandeel van kernenergie in de elektriciteitsvoorziening
te vergroten.
Bij die constatering alleen kan het niet blijven. Aan vergroten van het
draagvlak kan hij als bewindsman natuurlijk ook gaan werken, om te beginnen
door nog eens alle voor- en nadelen van kernenergie op een rijtje te zetten,
het is al weer lang geleden dat dat is gebeurd, terwijl de technologische
kennis inmiddels wel verder is voortgeschreden.
Dan moet in een tijd van toenemend terrorisme wel in het bijzonder worden
gekeken naar de veiligheid van de centrales, naast het oplossen van de
problematiek van het opslaan van het afval, dat natuurlijk ook behoorlijk
geregeld dient te zijn. De voordelen van kernenergie liggen voor de
hand. Het is een aanzienlijk schonere bron van energie dan gas en kolen.
Het past ook in Kyoto-afspraken over reductie van CO2 uitsloot in Europa.
Zonder kernenergie is het bijna onmogelijk die te halen. Overigens maakt
ons land via de elektriciteitsimport uit Frankrijk indirect al veel
gebruik van kernenergie. Principiële bezwaren tegen kernenergie
zijn dan ook wat vreemd.
|