[menubar_home]
NRG en nucleair in het nieuws Krantenartikelen
   
 

 
Zoeken in NRG krantenartikelen

Kyoto helpt kernenergie na tijden uit verdomhoek Telegraaf
Door: Giel ten Bosch 5 juli 2003
 
Ik werk liever naast een kernreactor dan een hoogoven

DOEL, zaterdag Lange tijd was praten over kernenergie hetzelfde als vloeken in de kerk. Het Tsjernobyl-drama uit 1986 hing als een nucleair spook boven de felle discussies. Maar de in Kyoto afgesproken CO2-reductie en de technologische ontwikkelingen hebben kerncentrales weer op de Europese politieke agenda gezet. Ook in Nederland lijkt het nucleaire tij te keren. Over de mogelijke comeback van kernenergie.

Vlak over de grens met Belgie zijn ze vanaf de snelweg goed te zien. Twee gigantische koeltorens van elk 175 meter hoog steken onheilspellend af tegen de horizon en braken dikke slierten stoom uit. Het zijn de bakens van de vier Belgische kerncentrales van Electrabel bij het plaatsje Doel, die hier sinds 1974 voor een kwart van de Belgische elektriciteitsvoorziening zorgen.

Andre Dhert was er vanaf het begin bij. Met personeelsnummer 1 heeft hij de allereerste uraniumstaven in 1974 in de kernreactor geladen. Ook was hij de eerste die de reactor opstartte. „Dat was een prachtig moment”, blikt de 59jarige Dhert terug. „Iedereen was echt trots om bij Doel te werken. Het opstarten van de reactor werd ook op de televisie uitgezonden. Ik was de held van het dorp.” Dhert, die over 14 dagen met pensioen gaat, heeft zich in de ruim dertig jaar dat hij in de kerncentrale werkte, nooit onveilig gevoeld. „Ik heb zeker in het begin een pak radioactieve straling opgedaan”, vertelt hij luchtig. „Maar dan neemt ge een douche en dan is het weg. Er werd niet zwaar aan getild. En als het een keer of drie gebeurde, leerde ge het wel af.”

Inmiddels zijn de regels veel strenger, weet Dhert. „De meetinstrumenten zijn in de loop der tijd geperfectioneerd. En er is beveiliging op beveiliging op beveiliging. Voordat ik bij Doel aan de slag ging, werkte ik bij een staalfabriek. En ik kan u vertellen dat dat 100 keer gevaarlijker was. Ik voel me een stuk onveiliger in de buurt van een hoogoven dan naast een kernreactor. Ik zeg niet dat er niets kan gebeuren. Er is altijd risico. Maar die worden wel zo veel mogelijk uitgesloten.”

De angst voor kerncentrales zat er vooral na de vreselijke ramp in de centrale van het Oekraïense Tsjernobyl, in 1986, flink in. Sindsdien zijn er nauwelijks nog centrales bijgebouwd in West-Europa. Alleen Frankrijk trok zich weinig van het ontstane tumult aan en zette na de Tsjernobylontploffing 20 nieuwe kerncentrales neer, waardoor het totaal op 59 kwam. Kernenergie neemt dan ook bijna 80% van de totale energieopwekking in Frankrijk voor zijn rekening.

Inmiddels lijkt kernenergie bezig met een comeback in Europa. De Finse regering besloot vorig jaar een nieuwe nucleaire centrale te gaan bouwen en buurland Zweden is gestopt met het zogeheten uitfaseren van de 11 bestaande centrales. Ook in Belgie staat de deur nog op een kier. De Belgische wet bepaalt weliswaar dat de 7 centrales in 2015 en 2025 dicht moeten, maar dezelfde wet bevat een clausule die zegt dat „bij onvoldoende alternatieven de wet opnieuw ter sprake moet worden gebracht.

De Spaanse eurocommissaris van transport en energie Loyola de Palacio heeft zich al meerdere malen vóór kernenergie uitgesproken. De voornaamste reden hiervoor is de in 1997 in Kyoto gemaakte afspraak over de reductie van CO2 in de Europese Unie. Volgens deze afspraak moet de EU 8% minder CO2 de lucht in brengen dan in 1990 werd gedaan. „We moeten kiezen”, vindt Palacio. „Als we kernenergie opgeven, zullen we niet aan Kyoto voldoen.”

De Boston Consulting Group kwam vorige maand in een rapport tot dezelfde conclusie. Ook in Nederland begint het tij te keren. Het huidige kabinet heeft besloten de enige kerncentrale van ons land, in Borssele, tot 2013 open te houden. Voorheen zou de centrale veel eerder dichtgaan. Het Rathenau Instituutsignaleert dat „kernenergie als optie voor de productie van elektriciteit aarzelend terugkeert op de politieke en maatschappelijke agenda”. Het instituut is vorige week gestart met het project ´Kernenergiediscussie op Herhaling´, om de argumenten van voor- en tegenstanders nog eens goed in beeld te brengen. Bij het project is onder meer Pieter Boot, directeur energiestrategie bij het ministerie van Economische Zaken, betrokken. Voor Greenpeace is Rianne Teule van de partij. De verwachting is dat het onderzoek aan het eind van dit jaar is afgerond.

Het grote bezwaar tegen kernenergie blijft het radioactieve afval, dat generaties lang levensgevaarlijk blijft. In het Belgische Doel ´verglazen´ ze het hoog radioactieve uranium, nadat het geruime tijd in water is gekoeld. Het verglaasde uranium, dat het beste te vergelijken is met een stuk kristal en zo´n 10.000 jaar gevaarlijk blijft, wordt vervolgens in beton gegoten. De betonblokken staan nog eens 30 tot 40 jaar in een bunker in Mol om uiteindelijk onder de grond te worden gestopt.

Operationeel directeur van de kerncentrales in Doel Patrick Moeyaart erkent dat de maatschappelijke opvattingen over ondergrondse opslag niet positief is. „We zijn nu in gesprek met diverse gemeenten om het uranium op te slaan. De perceptie over het nucleaire afval is inderdaad niet goed. Maar het spul gaat tussen de 200 en 900 meter onder de grond. Ik zou er persoonlijk geen moeite mee hebben in een huis boven dat afval te wonen. En dan zou ik er nog een zwembad bij willen ook.”

 

[MailBox]  
 

 
NRG, PO Box 25, NL-1755 ZG Petten, Netherlands, Tel +31-224564080, Fax +31-224563912
Informatie: info@nrg-nl.com
Update 5 juli 2003