|
Vorige week verdwenen de laatste splijtstofstaven uit de kerncentrale
Dodewaard. Nu wordt het complex gereedgemaakt om veertig jaar lang zijn
straling te verliezen. Greenpeace wil onmiddellijke sloop.
Misschien wel de grootste vernedering die een kerncentrale kan overkomen,
is een wagentje van het elektriciteitsbedrijf voor de deur. De Nuon bouwt
een transformatorhuisje op het terrein van de centrale Dodewaard, om
die opnieuw op het energienet aan te sluiten. Voor de broodnodige stroom,
die de centrale zelf niet meer kan leveren.
Het is de enige bedrijvigheid op het terrein van Dodewaard. De centrale
zelf is in 1997 stilgelegd, en sindsdien is het langzaam leger geworden.
Werknemers zijn vertrokken, splijtstofstaven zijn afgevoerd. Met
het transport van de laatste staven, vorige week woensdag, naar de opwerkingsfabriek
in het Engelse Sellafield, is de centrale zijn core business definitief
kwijt. Maar daarmee is Dodewaard, een idyllisch dorpje aan de Waal bij
Nijmegen, nog niet van de centrale af. De komende veertig jaar staat het
complex af te koelen, zoals dat heet, om de ergste radioactiviteit van
zich af te schudden. Pas daarna kunnen de gebouwen worden gesloopt. Is
dat wel zo'n goed idee? Moet je z'n bron van radioactiviteit nog zo lang
overeind houden? Milieuorganisatie Greenpeace vindt van niet. 'Zo
snel mogelijk atbreken', zegt woordvoerder Rianne Teule. 'Wij vinden
het onverantwoord om de centrale langer dan nodig daar te laten staan.
Daar mag je de komende generaties niet mee opzadelen.' Maar economische
wetten vinden van wel. Verschillende rapporten uit de jaren negentig
wijzen uit dat 'uitgestelde ontmanteling', over veertig jaar, goedkoper
is dan onmiddellijke afbraak. Het verwachte voordeel bedraagt volgens
een schatting van het Nederlands Economisch Instituut tussen de tachtig
en de honderd miljoen gulden, athankelijk van de ontwikkeling van de
loonkosten. Dat is het gevolg van het feit dat een nu uitgegeven euro duurder
is dan eentje die later wordt uitgegeven, omdat het uitstel 4 procent
rente per jaar oplevert, exclusief inflatie. Dus werd tot een wachttijd
van veertig jaar besloten. Dat vergt echter nogal wat voorbereiding,
in het geval van eenkerncentrale. De gebouwen met radio-actieve stoffen
moeten eerst worden verzegeld en omgebouwd tot een zogeheten Veilige
Insluiting. De voorbereidingen daartoe, waaronder de aanleg van een
nieuwe elektriciteitsvoorziening, zijn net begonnen.
Het doel van die veilige insluiting, zegt ir. Peter van der Hulst, chef
Buitenbedrijf-stelling en Conservering, is de kans dat iemand in de
omgeving van Dodewaard de komende 40 jaar ten gevolge van straling overlijdt,
te beperken tot minder dan één op de honderd miljoen. Dat is honderd
keer zo laag als de jaarlijkse kans die bewoners rond snelwegen hebben
dood te gaan aan stof uit uitlaatgassen. 'Dus halen we allereerst de potentiéle
risico's weg', zegt Van der Hulst. De splijt- stofstaven zelf zijn sinds
vorige week definitief uit het gebouw vertrokken. Nu is het de beurt aan
alle radioactieve losse spullen. Daarbij kan de straling afkomstig
zijn van twee bronnen: van materiaal dat zelf geactiveerd is, of van spullen
die alleen radioactief besmet zijn. In het eerste geval verandert het
materiaal zelf in nieuwe producten waarbij straling wordt uitgezonden.
In het tweede geval zijn onderdelen niet zelf radioactief, maar wel bedekt
met radio-actieve stofdeeltjes. 'We halen alles weg wat niet nagelvast
zit', zegt ir. Jan Hoekstra, directeur van Dodewaard. Zo is bijvoorbeeld
het splijtstofopslagbassin, een waterreservoir van zeven meter diep,
gevuld met losse reactoronderdelen. Die worden verpakt in twintig gietstalen
containers (van elk ongeveer een kubieke meter groot) en naar de Covra
gebracht, de Zeeuwse opslagplaats voor radioactief afval. Het reactorvat
zelf, de grootste bron van radioactiviteit in de centrale, blijft staan.
'We gaan ervan uit dat niemand dat in zijn binnenzak kan steken', zegt
Van der Hulst.
Na het opruimen van losse onderdelen wordt het bassin leeggepompt. Het
water wordt ingedampt, waama de aanwezige roestdeeltjes ook weer in
containers worden verpakt en naar Zeeland gaan. Het water wordt geloosd.
Ook de leidingen worden gereinigd, met aangezuurd spoelwater. Daarmee
wordt het grootste deel van de radioactieve besmetting daar weggenomen.
Na deze 'natte werkzaamheden', die in februari klaar moeten zijn, begint
de droge kant van de veilige insluiting. De ramen van de radioactieve
gebouwen van de centrale - de gebouwen waar de reactor staat, de regelzaal,
het turbinegebouw en de afvalopslag - worden dichtgemetseld. Er blijft
nog één toegang over. De schoorsteen wordt gesloopt, en ook de niet-radioactieve.
gebouwen gaan tegen de vlakte. 'De aannnemer was nogal teleurgesteld',
zegt Van der Hulst. 'Hij had zich iets heel spectaculairs voorgesteld
bij het afsluiten van een kemcentrale. Maar het is vooral slopen en metselen,
meer niet.' Wel moet de aannemer een nieuw ventilatiesysteem aanleggen,
om roestvorming te voorkomen. Daarvoor, en voor het systeem dat de geventileerde
lucht op radioactiviteit controleert, is een nieuwe elektriciteits-voorziening
nodig, waarvan het transformatorhuisje de eerste stap is. 'Alle oude
bedrading maken we spanningsloos, om de kans op kortsluiting uit te sluiten.'
In april 2005 moet de centrale klaar zijn voor zijn veertigjarige winterslaap.
Die periode is vooraf ingegeven door het radioactieve verval van cobalt-60,
de belangrijkste radioactieve stof in de centrale. Dat is ontstaan door
de bestraling van het ijzer in de reactorwanden. De halfwaardetijd is
iets meer dan vijf jaar, wat betekent dat er na veertig jaar 250 keer zo
weinig radioactiviteit zal zijn. Dan is het gemakkelijker om de gebouwen
af te breken, zegt Hoekstra. Voorafgaande aan die wachttijd mogen de
muren van de gebouwen binnen de veilige insluiting niet meer dan 4 becquerel
per vierkante centimeter radioactiviteit laten zien, zo is de eis. Ter
vergelijking: een rookmelder haalt al gauw 35 duizend becquereL Na veertig
jaar zullen de muren onder de grens van 1 becquerel per gram zitten, de
zogeheten vrijgavegrens. Daaronder kan het afval van de gebouwen gewoon
naar de vuilnisbelt, en hoeft niet naar de nucleaire opslagplaats van
de Covra. Nog langer wachten, wat financieel en qua straling nog voordeliger
zou zijn, is niet verstandig, zegt Hoekstra. 'Over veertig jaar is de
centrale tachtig jaar oud. Op een gegeven moment kost het geld om hem in
stand te houden.' Ook krijgen na veertig jaar andere deeltjes dan cobalt-60
de overhand, zoals nikkel-63, met een halfwaardetijd van honderd jaar.
Dat vervalt een stuk langzamer.
Toch is veertig jaar voor Greenpeace al te lang. De milieuorganisatie
ziet de centrale liever vandaag dan morgen verdwijnen. Op andere plekken
in de wereld, zoals in Mol in Belgie, gebeurt dat ook. De BR3-reactor wordt
daar zonder dralen door op afstand bestuurbare~robots in stukken gezaagd,
en vervolgens afgevoerd. 'Maar wat levert dat op, als we dat zouden doen?',
vraagt Hoekstra zich af. 'Dan ligt alles bij de Covra te vervallen. Door
het transport verdwijnt er geen Becquerel radioactiviteit. Of je het
materiaal nu daar of hier opbergt... het is hier toch perfect opgeborgen?
In beide gevallen is het veilig, dus dan is het eigenlijk onverantwoord
om het onnodig te transporteren. Greenpeace is toch altijd tegen zulke
transporten?' Volgens ontmanteldeskundige Jérome Dadoumont in
Mol is de keuze tussen directe en uitgestelde ontmanteling uiteindelijk
politiek. 'De verantwoordelijke minister was groen, en heeft besloten
tot onmiddellijke ontmanteling.'Daar kwam bij dat de BR3 als onderzoeksreactor
ook een proefkonijn is voor allerlei gesubsdidieerde ontmanteltechnieken.
'Wij doen het commercieel, zegt Hoekstra. De uitgestelde ontmanteling
betekent overigens niet dat de reacto over veertig jaar gewoon met de
hand in stukken kan worden gezaagd. Van der Hulst: 'Ook al is het stralingsveld
sterk verminderd, er blijft altijd een kans op besmetting.' Hij hoopt
op technologische vooruitgang, waardoor de benodigde machines goedkoper
zullen worden dan ze nu zijn. In het eerdergenoemde rapport van het Interfacultair
Reactor Instituut in Delft staat echter dat hij daar niet op moet rekenen:
'Nieuwe technieken leiden lang niet altijd tot verlaging van de kosten.
We zien geen reden om de afbraak uit te stellen als kostenbesparingen
door nieuwe technieken daarvoor de enige drijfveer zijn.' Een ander
bezwaar tegen de uitgestelde ontmanteling is dat de nucleaire expertise
over veertig jaar uit Nederland zal zijn verdwenen. Niet erg, zegt Hoekstra.
'De echte deskundigheid is nodig tot je de splijtstof hebt afgevoerd.
En de voorbereiding voor een goede ontmanteling is bijna hetzelfde als
de voorbereiding voor de veilige insluiting.' En de controle op de straling,
over veertig jaar, is in te huren. 'In Nederland, en in de rest van Europa
bestaan genoeg gespecialiseerde firma's.' Hoekstra is trots op Dodewaard,
zelfs over de ondergang. 'We hebben de hele cyclus rondgemaakt. Dat was
het doel van deze centrale. Ervaring. Met Borssele kunnen we het straks
op dezelfde manier doen. Ook al hoop ik voor hen dat dat nog heel lang zal
duren.'
|