[menubar_home]
NRG en nucleair in het nieuws Krantenartikelen
   
 

 
Zoeken in NRG krantenartikelen

Nog veertig jaar uitstralen Volkskrant
Door: Michael Persson 19 april 2003
 
Vorige week verdwenen de laatste splijtstofstaven uit de kerncentrale Dodewaard. Nu wordt het complex gereedgemaakt om veertig jaar lang zijn straling te verliezen. Greenpeace wil onmiddellijke sloop.

Misschien wel de grootste vernedering die een kerncentrale kan overkomen, is een wagentje van het elektriciteitsbedrijf voor de deur. De Nuon bouwt een transformatorhuisje op het terrein van de centrale Dodewaard, om die opnieuw op het energienet aan te sluiten. Voor de broodnodige stroom, die de centrale zelf niet meer kan leveren.

Het is de enige bedrijvigheid op het terrein van Dodewaard. De centrale zelf is in 1997 stilgelegd, en sindsdien is het langzaam leger geworden. Werknemers zijn vertrokken, splijtstofstaven zijn afgevoerd. Met het transport van de laatste staven, vorige week woensdag, naar de opwerkingsfabriek in het Engelse Sellafield, is de centrale zijn core business definitief kwijt. Maar daarmee is Dodewaard, een idyllisch dorpje aan de Waal bij Nijmegen, nog niet van de centrale af. De komende veertig jaar staat het complex af te koelen, zoals dat heet, om de ergste radioactiviteit van zich af te schudden. Pas daarna kunnen de gebouwen worden gesloopt. Is dat wel zo'n goed idee? Moet je z'n bron van radioactiviteit nog zo lang overeind houden? Milieuorganisatie Greenpeace vindt van niet. 'Zo snel mogelijk atbreken', zegt woordvoerder Rianne Teule. 'Wij vinden het onverantwoord om de centrale langer dan nodig daar te laten staan. Daar mag je de komende generaties niet mee opzadelen.' Maar economische wetten vinden van wel. Verschillende rapporten uit de jaren negentig wijzen uit dat 'uitgestelde ontmanteling', over veertig jaar, goedkoper is dan onmiddellijke afbraak. Het verwachte voordeel bedraagt volgens een schatting van het Nederlands Economisch Instituut tussen de tachtig en de honderd miljoen gulden, athankelijk van de ontwikkeling van de loonkosten. Dat is het gevolg van het feit dat een nu uitgegeven euro duurder is dan eentje die later wordt uitgegeven, omdat het uitstel 4 procent rente per jaar oplevert, exclusief inflatie. Dus werd tot een wachttijd van veertig jaar besloten. Dat vergt echter nogal wat voorbereiding, in het geval van eenkerncentrale. De gebouwen met radio-actieve stoffen moeten eerst worden verzegeld en omgebouwd tot een zogeheten Veilige Insluiting. De voorbereidingen daartoe, waaronder de aanleg van een nieuwe elektriciteitsvoorziening, zijn net begonnen.

Het doel van die veilige insluiting, zegt ir. Peter van der Hulst, chef Buitenbedrijf-stelling en Conservering, is de kans dat iemand in de omgeving van Dodewaard de komende 40 jaar ten gevolge van straling overlijdt, te beperken tot minder dan één op de honderd miljoen. Dat is honderd keer zo laag als de jaarlijkse kans die bewoners rond snelwegen hebben dood te gaan aan stof uit uitlaatgassen. 'Dus halen we allereerst de potentiéle risico's weg', zegt Van der Hulst. De splijt- stofstaven zelf zijn sinds vorige week definitief uit het gebouw vertrokken. Nu is het de beurt aan alle radioactieve losse spullen. Daarbij kan de straling afkomstig zijn van twee bronnen: van materiaal dat zelf geactiveerd is, of van spullen die alleen radioactief besmet zijn. In het eerste geval verandert het materiaal zelf in nieuwe producten waarbij straling wordt uitgezonden. In het tweede geval zijn onderdelen niet zelf radioactief, maar wel bedekt met radio-actieve stofdeeltjes. 'We halen alles weg wat niet nagelvast zit', zegt ir. Jan Hoekstra, directeur van Dodewaard. Zo is bijvoorbeeld het splijtstofopslagbassin, een waterreservoir van zeven meter diep, gevuld met losse reactoronderdelen. Die worden verpakt in twintig gietstalen containers (van elk ongeveer een kubieke meter groot) en naar de Covra gebracht, de Zeeuwse opslagplaats voor radioactief afval. Het reactorvat zelf, de grootste bron van radioactiviteit in de centrale, blijft staan. 'We gaan ervan uit dat niemand dat in zijn binnenzak kan steken', zegt Van der Hulst.

Na het opruimen van losse onderdelen wordt het bassin leeggepompt. Het water wordt ingedampt, waama de aanwezige roestdeeltjes ook weer in containers worden verpakt en naar Zeeland gaan. Het water wordt geloosd. Ook de leidingen worden gereinigd, met aangezuurd spoelwater. Daarmee wordt het grootste deel van de radioactieve besmetting daar weggenomen. Na deze 'natte werkzaamheden', die in februari klaar moeten zijn, begint de droge kant van de veilige insluiting. De ramen van de radioactieve gebouwen van de centrale - de gebouwen waar de reactor staat, de regelzaal, het turbinegebouw en de afvalopslag - worden dichtgemetseld. Er blijft nog één toegang over. De schoorsteen wordt gesloopt, en ook de niet-radioactieve. gebouwen gaan tegen de vlakte. 'De aannnemer was nogal teleurgesteld', zegt Van der Hulst. 'Hij had zich iets heel spectaculairs voorgesteld bij het afsluiten van een kemcentrale. Maar het is vooral slopen en metselen, meer niet.' Wel moet de aannemer een nieuw ventilatiesysteem aanleggen, om roestvorming te voorkomen. Daarvoor, en voor het systeem dat de geventileerde lucht op radioactiviteit controleert, is een nieuwe elektriciteits-voorziening nodig, waarvan het transformatorhuisje de eerste stap is. 'Alle oude bedrading maken we spanningsloos, om de kans op kortsluiting uit te sluiten.'

In april 2005 moet de centrale klaar zijn voor zijn veertigjarige winterslaap. Die periode is vooraf ingegeven door het radioactieve verval van cobalt-60, de belangrijkste radioactieve stof in de centrale. Dat is ontstaan door de bestraling van het ijzer in de reactorwanden. De halfwaardetijd is iets meer dan vijf jaar, wat betekent dat er na veertig jaar 250 keer zo weinig radioactiviteit zal zijn. Dan is het gemakkelijker om de gebouwen af te breken, zegt Hoekstra. Voorafgaande aan die wachttijd mogen de muren van de gebouwen binnen de veilige insluiting niet meer dan 4 becquerel per vierkante centimeter radioactiviteit laten zien, zo is de eis. Ter vergelijking: een rookmelder haalt al gauw 35 duizend becquereL Na veertig jaar zullen de muren onder de grens van 1 becquerel per gram zitten, de zogeheten vrijgavegrens. Daaronder kan het afval van de gebouwen gewoon naar de vuilnisbelt, en hoeft niet naar de nucleaire opslagplaats van de Covra. Nog langer wachten, wat financieel en qua straling nog voordeliger zou zijn, is niet verstandig, zegt Hoekstra. 'Over veertig jaar is de centrale tachtig jaar oud. Op een gegeven moment kost het geld om hem in stand te houden.' Ook krijgen na veertig jaar andere deeltjes dan cobalt-60 de overhand, zoals nikkel-63, met een halfwaardetijd van honderd jaar. Dat vervalt een stuk langzamer.

Toch is veertig jaar voor Greenpeace al te lang. De milieuorganisatie ziet de centrale liever vandaag dan morgen verdwijnen. Op andere plekken in de wereld, zoals in Mol in Belgie, gebeurt dat ook. De BR3-reactor wordt daar zonder dralen door op afstand bestuurbare~robots in stukken gezaagd, en vervolgens afgevoerd. 'Maar wat levert dat op, als we dat zouden doen?', vraagt Hoekstra zich af. 'Dan ligt alles bij de Covra te vervallen. Door het transport verdwijnt er geen Becquerel radioactiviteit. Of je het materiaal nu daar of hier opbergt... het is hier toch perfect opgeborgen? In beide gevallen is het veilig, dus dan is het eigenlijk onverantwoord om het onnodig te transporteren. Greenpeace is toch altijd tegen zulke transporten?' Volgens ontmanteldeskundige Jérome Dadoumont in Mol is de keuze tussen directe en uitgestelde ontmanteling uiteindelijk politiek. 'De verantwoordelijke minister was groen, en heeft besloten tot onmiddellijke ontmanteling.'Daar kwam bij dat de BR3 als onderzoeksreactor ook een proefkonijn is voor allerlei gesubsdidieerde ontmanteltechnieken. 'Wij doen het commercieel, zegt Hoekstra. De uitgestelde ontmanteling betekent overigens niet dat de reacto over veertig jaar gewoon met de hand in stukken kan worden gezaagd. Van der Hulst: 'Ook al is het stralingsveld sterk verminderd, er blijft altijd een kans op besmetting.' Hij hoopt op technologische vooruitgang, waardoor de benodigde machines goedkoper zullen worden dan ze nu zijn. In het eerdergenoemde rapport van het Interfacultair Reactor Instituut in Delft staat echter dat hij daar niet op moet rekenen: 'Nieuwe technieken leiden lang niet altijd tot verlaging van de kosten. We zien geen reden om de afbraak uit te stellen als kostenbesparingen door nieuwe technieken daarvoor de enige drijfveer zijn.' Een ander bezwaar tegen de uitgestelde ontmanteling is dat de nucleaire expertise over veertig jaar uit Nederland zal zijn verdwenen. Niet erg, zegt Hoekstra. 'De echte deskundigheid is nodig tot je de splijtstof hebt afgevoerd. En de voorbereiding voor een goede ontmanteling is bijna hetzelfde als de voorbereiding voor de veilige insluiting.' En de controle op de straling, over veertig jaar, is in te huren. 'In Nederland, en in de rest van Europa bestaan genoeg gespecialiseerde firma's.' Hoekstra is trots op Dodewaard, zelfs over de ondergang. 'We hebben de hele cyclus rondgemaakt. Dat was het doel van deze centrale. Ervaring. Met Borssele kunnen we het straks op dezelfde manier doen. Ook al hoop ik voor hen dat dat nog heel lang zal duren.'

 

[MailBox]  
 

 
NRG, PO Box 25, NL-1755 ZG Petten, Netherlands, Tel +31-224564080, Fax +31-224563912
Informatie: info@nrg-nl.com
Update 19 april 2003