|
Nederland slaat zijn radioactieve afval tijdelijk bovengronds op in
een bunker in Zeeland. Over honderd jaar moet er een definitieve oplossing
zijn. Joost van Kasteren
Het nieuwe gebouw voor de opslag voor hoogradioactief afval, dat dit
jaar in gebruik wordt genomen, is een kunstwerk geworden. Een "statement",
zoals directeur dr. Hans Codée het uitdrukt, waarmee noodzaak en nut
van de Centrale Organisatie voor Radioactief Afval (COVRA) wordt benadrukt'.
De bunker is geheel oranje, een kleur die de overgang suggereert tussen
het rood van gevaar en het groen van veilig. Iedere keer als het gebouw
wordt overgeschilderd, gebeurt dat in een kleur die een beetje lichter
is dan de vorige, Over honderd jaar, als er een definitieve oplossing
voor het afval moet zijn gevonden, zal het gebouw bijna wit zijn. Met zijn
muren van 1,7 meter dik gewapend beton is het vooral ook een stevig statement.
Volgens directeur Codée is de opslagruimte bestand tegen aardbevingen,
stormvloeden, bomaanslagen, wervelwinden en zelfs neerstortende
vliegtuigen. Hoewel het ontwerp is gebaseerd op het neerstorten van
een F-16, zal ook een neerstortende Boeing geen schade aanrichten. Ecn
eventuele kerosinebrand na het neerstorten van een vliegtuig overleeft
het gebouw "fluitend", aldus Codée. Op de buitenkant van het gebouw
zijn drie formules aangebracht die de omzetting van massa in energie
symboliseren, het wezen van kernsplijting. Het gaat om twee varianten
van de Einstein-formule (E = mc2 en m=E/c2) en de formule van Max Planck
(E = hv). Binnen in het gebouw worden vier landschapsfoto's opgehangen,
op zo'n manier dat hun kleurenschema correspondeert met de voorschriften
van Feng shui voor de overdracht van chi-energie. Het geheel, een ontwerp
van de kunstenaar William Verstraeten, heeft als titel Metamorfose
gekregen.
Het oranje statement op het industrieterrein van de gemeente Borsele
bij Vlissingen is bedoeld voor het hoogradioactieve afval dat vrijkomt
bij kernsplijting. Voor een deel gaat het om gebruikte splijtstofstaven
ult de kernreactoren van Delft en Petten die worden gebruikt voor anderzoek
en voor de productie van isotopen voor medische, wetenschappelijke
en industriele toepassingen. Het hoogverrijkte uranium dat beide reactoren
gebruiken, wordt niet opgewerkt en daarom worden de staven in hun geheel
opgeslagen. De splijtstofstaven uit de inmiddels gesloten kernreactor
in Dodewaard en de nog draaiende van Borssele worden wel opgewerkt. Het
verwijderen van de nog bruikbare (uranium en plutonium) beurt in respectievelijk
Engeland en Frankrijk. Het resterende afval komt naar Nederland terug.
In totaal gaat het om een hoeveelheid van 750 kubieke meter. Behalve hoogradioactief
afval wordt er ook laag- en middelradioactief afval opgeslagen, waaronder
stralingsbronnen die in ziekenhuizen en onderzoeksinstellingen worden
gebruikt. Dat afval wordt voor een deel in beton gegoten en opgeslagen
in gewone opslagloodsen.
Nederland voert al twintig jaar hetzelfde beleid als het gaat om de opslag
van radioactief materiaal, zegt Codée. Vanaf het moment dat storten
in zee was verboden (1982) is gekozen voor bovengrondse opslag voor een
periode van honderd jaar. Niet met het idee 'we zien wel', maar vooral
vanwege de maatschappelijke weerstand tegen ondergrondse opslag.
Tegelijkertijd is een bedrag opzij gezet dat over honderd jaar moet zijn
aangegroeid tot de anderhalf miljard euro die naar schatting nodig is
voor eindberging in ondergrondse zoutkoepels of kleilagen. De daarvoor
benodigde techniek is eveneens beschikbaar, terwijl de risico's van
ondergrondse berging modelmatig zijn getoetst. "Het risico dat radioactiviteit
vrijkomt in de leefomgeving ligt ver beneden de risico's die we aanvaardbaar
vinden", aldus Codee. "Het probleem is alleen dat de samenleving daar
nog niet van overtuigd is. ---------------------------------------------------------------------------------------
AFVAL Of we ons nageslacht kunnen opzadelen met zo'n risico, hoe klein
ook, is volgens hem niet aan de orde. "Ze kunnen zelf besluiten om het afval
bovengronds of ondergronds op te bergen. Bovendien is de kans niet denkbeeldig
dat tegen die tijd andere oplossingen voor het onschadelijk maken van
radioactief afval zijn gevonden. Transmutatie bijvoorbeeld, het omzetten
van radioactieve in onschadelijke elementen. Nu is dat praktisch nog
niet mogelijk, maar sciencefiction is het ook zeker niet." Het stabiele
beleid van Nederland is volgens Codée redelijk uniek in Europa. "Van
onze directe buren heeft Duitsland een jojobeleid; eerst ondergronds
in zoutmijnen, nu weer bovengronds. Belgie heeft gekozen voor ondiepe
berging, maar het lukt niet om een plaats te vinden." Dat is echter geen
reden voor leedvermaak, vindt Codée. "Eindberging is een Europees
probleem, waarvoor we samen met andere landen een oplossing moet zoeken.
Het is immers niet zo efficient om overal gaten in de grond te maken om relatief
kleine hoeveelheden afval in te stoppen. Dat heeft echter wel consequenties,
want als je samenwerkt moet je namelijk ook durven zeggen: doe het maar
in mijn achtertuin. Ik weet niet of we daar al aan toe zijn."
|