|
Karel Knip Er bestaat een kernreactor die van nature veilig is: de ballenbakreactor.
Sinds kort produceert China er elektriciteit mee. Zuid-Afrika is dat
van plan.
Gaat de ballenbakreactor de kernenergie uit het slop halen? Dat zou wel
eens kunnen. Het heeft er veel van dat de zoektocht naar de 'inherent veilige'
kernreactor ten langen leste heeft geleid tot het ontwerp van een kernreactor
waarvoor niemand meer bang hoeft te zijn: de 'pebble bed'-reactor. Zelfs
als alle systemen voor koeling of besturing falen kan er met deze reactor
weinig anders gebeuren dan dat-ie warm wordt. Heel warm, misschien,
maar niet meer dan dat. Dat blijkt niet alleen uit theoretische beschouwingen,
dat is experimenteel bevestigd.
Scientific American plaatste de pebble bed-reactor vorig jaar (januari
2002) vooraan in een opsomming van zogenoemd inherent veilige kernreactoren.
Of om predes te zijn: in een opsomming van reactoren die voldoen aan de
criteria voor de 'Generation IV'-reactoren. 'Generation IV' is de aanduiding
van een onderzoeksprogramma dat in 1999 door het Amerikaanse ministerie
van Energie (DOE) werd opgericht. Streven is om --weer eens opnieuw--ontwerpeisen
te formuleren voor een reactor die maatschappelijk aanvaardbaar zou
zijn en tegelijk economisch aantrekkelijk. Aan het programma wordt
inmiddels door negen andere landen meegewerkt, in Europa zijn dat Frankrijk,
Engeland en Zwitserland. Dat zijn de landen waar de maatschappelijke
acceptatie van kernenergie hoog is. Het DOE-programma moet de impasse
doorbreken die in 1979 ontstond na het ongeluk in de centrale 'Three Mile
Island' van Harrisburg. Sinds die tijd zijn in de VS geen nieuwe kernreactoren
meer besteld, ook natuurlijk omdat zich in 1986 nog een onge1uk voordeed,
dat van Tsjernobyl.
De techniscbe herbezinning die na 'Tsjernobyl' op gang kwam heeft geleid
tot het ontwerp van inmiddels leverbare reactoren die als 'Generation
III' worden aangeduid. De veiligheid is er grotendeels geoptimaliseerd
zonder oude grondbeginselen wezenlijk aan te tasten. Dat houdt grofweg
in dat water er de hoofdrol heeft in zowel de koeling (het warmtetransport)
als de noodzakelijke afremming van neutronen. Japan heeft twee van zulke
reactoren geplaatst: Advanced Boiling Water Reactors (ABWR's) van
General Electric. Ook de nieuwe kernreactor waarmee Finland zijn park
van twee Russische en twee Zweedse reanoren gaat uitbreiden zal zeker
zo'n derdegeneratiereactor zijn. De Finnen hebben de keuze uit een Russische
VVER-reactor, een ABWR, een EPR van Siemens-Framatome of de Siemens
SWR-1000.
Grootscheepse bouw en plaatsing van 'Generation IV'-reactoren wordt
niet voorzien voor het jaar 2030. Het ontwerp van deze reactoren verscMt
zo wezenlijk van dat waarmee tot dusver ervaring is opgedaan dat nog veel
rekenen en theoretiseren nodig is om tot de bouw van een prototype te besluiten.
Dat geldt in mindere mate voor de pebble bed-reactor, of de 'hoge temperatuur
reactor' (HTR) zoals die ook wel wordt genoemd. Weliswaar verschilt
deze reactor, met zijn grafietballen en heliumkoeling, sterk van de
thans gangbare reactoren, er staat tegenover dat met het principe toch
al veel ervaring is opgedaan, zowel in Duitsland als in de VS. In het Duitse
Julich (bij Aken) werd onder leiding van de Duitse hoogleraar Rudolph
Schulten al in 1967 een experimentele HTR in gebruik genomen. De reactor
van Julich is zo'n twintig jaar in bedrijf geweest. Bij Hamm-Uentrop
werkte een vergelijkbare reactor van 1985 tot 1989. Ook in de VS hebben
twee HTR-reactoren gedraaid, een bij Peach Bottom (1967-1974) en een
bij Fort StVrain (1974-1989). Zoveel praktijkervaring is er al opgedaan
met de ballenreactor dat deze, althans in zijn huidige lay-out, met een
kunstgreep toch ook in de derde generatie is ondergebracht generatie
drie-plus.
Sinds begin dit jaar heeft China bij Peking een kleine bollenreactor
in gebruik die met een elektrisch vermogen van ongeveer 2 megawatt werkelijk
elektriciteit produceert. Het ontwerpt steunt sterk op de Duitse HTR-ontwikkeling
waarin de Chinezen een tijdlang participeerden. Anders dan men verwachten
zou, worden buitenlandse kernfysici die de reactor willen bekijken
gastvrij ontvangen. In Zuid-Afrika zal elektriciteitsbedrijf Eskom
naast de bestaande conventionele kernreactoren van Koeberg ook een
bollenreactor neerzetten. Het project is er nog niet uit het papieren
stadium.
Het werkingsprincipe van de gasgekoelde pebble-bedreactor is in weinig
woorden duidelijk te maken. De splijtstof uranium (als uraniumdioxide
dat tot ongeveer 8 procent verrijkt is) is er aanwezig in de vorm van korreltjes
met en diameter van een halve millimeter. De uraniumkorreltjes hebben
een veellagige coating van koolstof en siliciumcarbide die warmte en
neutronen goed laat passeren maar die de gasvormige, radioactieve producten
die bij uraniumsplijting (ook) ontstaan stevig opsluit. Door de coating
is de totale diameter van de korreltjes bijna een millimeter. De korreltjes
worden samengebracht in koolstofballen met een diameter van zes centimeter
(als zwarte biljartballen). Er gaan zo'n 10.000 korreltjes in een bal,
en op hun beurt weer vele tienduizenden ballen in een reactorvat. In de
wand van het reactorvat is een dikke grafietlaag opgenomen die dienst
doet als neutronenreflector.
De zwarte biljartballen liggen in losse stapeling, zodat er makkelijk
helium doorheen is te leiden. Als het proces van uraniumsplijting eenmaal
op gang is bereiken korreltjes en ballen een temperatuur van honderden
graden celsius. Het opwarmende helium ondergaat daarvan een drukverhoging
en kan dankzij de hoge druk een turbine aan het draaien krijgen. De turbine
drijft de generator aan die elektriciteit produceert.
Het mooie van de pebble bed-reactor is dat hij voor een groot deel zelfregelend
is. Als de temperatuur in het ballenbed stijgt daalt de effectiviteit
van het neutronenbombardement (de snelheid van de neutronen wordt te
hoog) en neemt van de weeromstuit de warmteproductie weer af. Een goed
ontworpen pebble bed-reactor heeft daarom geen regelstaven nodig.
Ze zijn er wel, maar dan ondergebracht in de dikke reflecterende grafietlaag
en doen slechts dienst als stopstaaf. Daarmee kan men het splijtingsproces
beeindigen. Een belangrijk deel van zijn veiligheid dankt de reactor
aan het gebruik van het gas helium als koelmiddel. Helium is in chemisch
opzicht 'inert', het reageert met bijna niets. Ook reageert helium niet
op nudeaire straling, vooropgesteld dat het gas voldoende schoon blijft.
Daarom is in het helium-circuit een systeem van gasreiniging opgenomen.
De bedoeling is het helium met zijn hoge temperatuur en druk direct een
turbine, een gasturbine, te laten aandrijven. Dat is een technisch hoogstandje
omdat de kleine heliumatomen makkelijk weglekken. Omdat er bovendien
geen oliedeeltjes in het helium mogen belanden moet zo'n gasturbine
worden voorzien van magnetische lagers. Maar als deze directe aandrijving
praktisch uitvoerbaar blijkt dan ligt, mede dankzij een aantal andere
voorzieningen, een schitterend rendement in elektriciteitsopwekking
van wel 47 procent binnen bereik. Blijkt het gebruik van helium in een
gasturbine een stap te ver dan kan men ook het hete helium in een warmtewisselaar
zijn energie laten overdragen aan stoom. Maar het liefst houden de pebble
bed-bouwers het water op grote afstand. Juist in de afwézigheid van
water schuilt een deel van de veiligheid. Tenslotte berust een deel van
de veiligheid ook op de bescheiden afmetingen van het pebble bed. Een
hoge oppervlakte/inhoud verhouding verhindert dat de temperatuur
bij het --onbedoeld-- wegvallen van de heliumstroming te hoog stijgt.
In de HTR van Julich is dit dramatische experiment, waarbij men geheel
vertrouwde op de genoemde zelfregeling en de spontane warmteafvoer
(ook via natuurlijke luchtstroming rond de reactor) ook werkelijk uitgevoerd.
De kern van het reactorbed werd niet heter dan 950 graden celsius.
Vooral dankzij het Programma Instandhouding Nucleaire Competentie
(PINC) dat het ministerie van Economische Zaken tien jaar geleden instelde
hebben Nederlandse kernfysici veel theoretisch en ook praktisch onderzoek
aan het optimaliseren van de pebble bed-reactoren kunnen doen. Het instituut
NRG (de nucleaire fusie van ECN en Kema) deed dat onder leiding van dr.ir.
A. van Heek, het Interfacultair Reactor Instituut (IRI) in Delft onder
leiding van prof.dr.ir. H. van Dam. Beiden zien de pebble bed-reactor
als de veiligste van de reactoren die thans leverbaar zijn. Maar ook verwachten
ze dat de reactoren economisch heel aantrekkelijk zullen zijn. En niet
alleen dankzij hun hoge rendement. Omdat de reactoren, terwille van
de spontane koeling in noodgevallen), klein moeten blijven is het een
logische gedachte ze modulair uit te voeren. De afnemer die veel elektriciteit
nodig heeft bestelt niet een grote pebble bed-reactor, maar een hele
reeks identieke modules van het optimale formaat. Dat is de idee achter
de PBMR: de 'pebble bed modular reactor' die ook bij Koeberg moet komen
te staan. Als er overeenstemming zou komen over het ontwerp van de optimale
module, en als die als 'type' een licentie zou krijgen (bij voorkeur in
de VS en later in een toonaangevend Europees land), dan zou de introductie
heel snel kunnen gaan.
Bovendien lijken er goede kansen om Dde PBMR-modules zo uit te voeren
dat ze (vrijwel) zonder toezicht kunnen draaien, daaraan is zowel in
Delft en Petten onderzoek gedaan. Eens per drie jaar zou een kleine versie
van de PBMR een nieuwe cartridge (vulpatroon) met verse ballen kunnen
krijgen en dan zou hij weer jarenlang vrijwel zonder operator kunnen
werken. Het IRI heeft een ingenieuze oplossing bedacht voor de compensatie
van de geleidelijke uraniumopbrand die optreedt. Men kan tussen de uraniumkorreltjes
een kleine hoeveelheid van een sterk neutronen absorberende stof (een
'neutronengif zoals borium) opnemen die langzaam opbrandt. Burnable
poison, noemen de Delftenaren dat romantisch. Slijtend gif, heet het
in Petten. Petten wil het niet tussen de korreltjes maar liever in de reflecterende
wand. Op die manier kan men de standaard ballen uit de PBMR-fabriek blijven
gebruiken.
---------------------------------------------------------------------------------------ZUID
AFRIKA De relatie tussen de huidige regeringspartij in Zuid-Afrika,
het ANC, en kernenergie kwam wat moeizaam op gang. In 1982 bezocht een
team van het ANC de Koebergcentrale bij Kaapstad, liet er vier bommen
achter en blies Zuid-Afrika's nucleaire programma aan stukken. Het
ANC was toen nog een verzetsbeweging en vermoedde dat het apartheidsregime
plutonium produceerde voor kernwapens. Nu is het ANC als regeringspartij
de enige aandeelhouder in Eskom, de grootste energieproducent in Afrika
die kernenerg "de toekomst voor het continent" noemt. Koeberg is Eskoms
enige kerncentrale in Zuid-Afrika en produceert 1.840 mega-watt. Dat
is 6,7 procent van de totale energievoorziening in het land. Eskom wil
de kolencentrales die de rest van 's lands elektriciteit produceren
zo snel mogelijk vervangen door de zogenoemde Pebble Bed Modular Reactors.
Eskom zou tien PBMR's per jaar willen maken voor gebruik in Zuid-Afrika
en nog eens twintig per jaar voor de export. Het hele project zou zo'n 200.000
banen moeten opleveren. Maar dan moet de regering eerst toestemming
geven. Het kabinet van president Mbeki twijfelt. Over de commerciele
haalbaarheid; in de Verenigde Staten en Duitsland zijn PBMR's sen mislukking
gebleken. En over de risico's voor het milieu. Volgens Earthlife Africa
produceren PBMR's 13 keer zoveel hoogwaardig radioactief afval als
gewone kerncentrales. En dat is volgens de milieuactivisten slecht
nieuws aangezien de opslag van het afval in de dunbevolkte Noord-Kaap
nu al niet waterdicht blijkt. Lekkages hebben de afgelopen jaren herhaaldelijk
tot onrust geleid. BRAM VERMEULEN
|