|
Voor de aanmaak van radioactieve medicamenten is op termijn een nieuwe
kernreactor nodig, vindt een onderzoekscommissie. Liefst in Petten.
Maar cyclotrons zijn een haalbaar alternatief, blijkt in België Door
Michael Persson
In België kijken ze verder vooruit dan in Nederland. 'Voor het maken
van nucleaire geneesmiddelen heb je over tien jaar geen reactor meer
nodig', zegt Pierre d'Hondt, directeur Reactorveiligheid van het Studiecentrum
voor Kernenergie in Mol. En Alex Hermanne, hoofd van het cyclotron-laboratorium
in Brussel: 'De exploitatie van reactoren voor istopenproductie staat
zwak, op middellange termijn.'
Het hoge woord is eruit. Een nieuwe reactor in Petten is niet noodzakelijk.
In elk geval niet voor de productie van molybdeen, het belangrijkste
nucleaire geneesmiddel. En hoogstwaarschijnlijk ook niet voor andere
isotopen. Molybdeen kan in de toekomst namelijk worden gemaakt met deeltjesversnellers,
ofwel cyclotrons. Leden van de ambtelijke commissie die waarschijnlijk
volgende week verslag uitbrengt van een onderzoek naar alternatieven
voor Petten, doen die kwestie nog vrij luchtig af. 'Commercieel onhaalbaar',
meent Roel Claessen, die namens de Nederlandse vereniging voor nucleaire
geneeskunde mede-auteur is van het rapport.
De reactor in Petten is de belangrijkste Europese leverancier van nucleaire
geneesmiddelen, zogeheten radiofar- maca, voor de diagnose en bestrijding
van kanker. Vooral in tijden dat de veiligheid van de reactor ter discussie
staat, benadrukken de voorstanders de maatschappelijke waarde van
Petten. Vorig jaar, toen de reactor voor een onderzoek naar de veiligheid
tijdelijk dicht moest, werd die sluiting uitgesteld, omdat anders de
behandeling van duizenden patiënten zou zijn gestokt. Was dat werkelijk
zo? In het rapport dat de onderzoekscommissie naar de Tweede Kamer stuurt,
schrijft ze dat de reactor inderdaad niet onaangekondigd kan worden
gesloten. Andere reactoren, in België en Frankrijk, kunnen niet zomaar
overschakelen op de productie van medicijnen en moeten dat dus plannen.
En, mits ze er rekening mee houden, kunnen ze de productie wel tijdelijk
overnemen, maar niet voor langere tijd zo blijkt uit het rapport. Daarom,
en omdat overzeese import onwenselijk is, adviseert de commissie dat
er straks, over een jaar of tien, als de reactor in Petten te oud is, ergens
in Europa een nieuwe reactor wordt gebouwd.
Dan is Petten de ideale plek. Daar staan tenslotte al de fabrieken van
tussenhandelaar Mallinckrodt, die de reactorproducten verder verwerkt
voordat ze naar het ziekenhuis gaan. Staatssecretaris Van Geel houdt
de boot af. 'Ergens in Europa' hoeft van hem niet per se Petten te zijn.
Ook burgemeester Van Apeldoorn van de gemeente Zijpe is niet enthousiast.
'We hebben ons nooit tegen de bestaande reactor uitgesproken. Maar een
nieuwe reactor is een ander verhaal' En er is een ander verhaal. Een reactor
voor de productie van medische isotopen is helemaal niet nodig, zegt
in Mol de Belg D'Hondt, waar ook een reactor staat. Nergens in Europa.
Met dank aan deeltjesversnellers, ofwel cyclotrons. Mallinckrodt
heeft er momenteel eentje in Petten staan, waarmee het bedrijf al medische
isotopen produceert. 'Dat zijn wel andersoortige isotopen', zegt dr.
Michel Sonck van de Associatie Vincotte Nucleair, die toezicht houdt
op de Belgische nucleaire activiteiten. Hij heeft onderzoek gedaan
naar cyclotrons 'Je kunt niet alle stoffen in een cyclotron maken.' Dat
zit hem in het principe. Een kernreactor produceert neutronen, deeltjes
zonder elektrische lading die vervolgens op de kernen van omliggende
uraniumatomen afvliegen. Daardoor vallen die uraniumkernen in brokstukken
uit elkaar. Tussen die brokstukken zitten de radioactieve stoffen die
bruikbaar zijn als medicijn, waaronder molybdeen en iridium. Omdat
het proces gebaseerd is op het toevoegen van extra neutronen aan bestaande
stoffen, hebben de ontstane brokstukken ook relatief veel neutronen
in hun kern. Sommige nucleaire medicijnen bestaan echter uit stoffen
met juist relatief weinig neutronen in hun kern. Een reactor kan die niet
maken, zegt Sonck.
Een cyclotron wel. Zulke machines kunnen elektrisch geladen deeltjes,
zoals protonen, versnellen totdat ze uiteindelijk met hoge energie
op een bepaald doelwit botsen. Dat valt vervolgens uit elkaar. Daarbij
gaan neutronen verloren, zodat de producten neutron-arm zijn, zoals
de bedoeling is. Dus kunnen sommige stoffen alleen in reactoren worden
gemaakt, en andere alleen in cyclotrons. Maar er zijn uitzonderingen,
zegt Sonck. De elementen die niet neutron-arm en niet neutron-rijk zijn,
maar precies ertussenin. 'Molybdeen-99 kan op bede manieren worden
geproduceerd.' En laat dat nu nét het werkpaard van de nucleaire geneeskunde
zijn. Het ontstaat in een cyclotron door molybdeen-100, dat net één
neutron méér heeft dan molybdeen-99, te beschieten met een proton,
waarna er een proton en een neutron uit de kern vallen. Het is ook mogelijk
om het veelgebruikte stofje technetium rechtstreeks aan te maken, dus
niet via de omweg van molybdeen. 'Maar het nadeel is dat technetium binnen
zes uur de helft van zijn straling verliest', zegt Sonck, die jarenlang
onderzoek deed naar het gebruik van cyclotrons voor de productie van
deze middelen.
Het grote voordeel van deeltjesversnellers is dat er geen gevaar voor
catastrofale kettingreacties is, en dat er veel minder radioactief
afval bij vrijkomt. Technisch zijn er geen grote problemen. De Belgische
cyclotron-fabrikant Ion Beam Applications (IBA), die ook de bestaande
versneller in Petten heeft gebouwd, maakt al cyclotrons die evenveel
vermogen hebben als nodig zou zijn voor eventuele molybdeenproductie.
'Het zou wel verdere ontwikkeling vergen', zegt een woordvoerder van
IBA. 'Toch zal iédereen die de keus heeft, eerder een reactor dan een
cyclotron gebruiken om die stoffen te maken', stelt Sonck. 'Reactoren
hebben een veel grotere opbrengst dan cyclotrons. Cyclotrons werken
namelijk met smalle deeltjesbundels, terwijl de neutronen in een reactor
overal in het rond vliegen. Die matige opbrengst houdt in dat voor een
gebied als West-Europa zo'n vijftig cyclotrons nodig zijn, zegt Hermanne,
voormalig begeleider van Sonck. 'Terwijl nu drie reactoren voldoende
zijn voor de hele wereld. 'De investeringen zullen van dezelfde orde
van grootte zijn, maar het is lastig die met elkaar te vergelijken, vindt
Hermanne. 'Een reactor dient nog andere doelen. Productie van nucleaire
geneesmiddelen is maar bijzaak.' Daarbij, zegt hij, zal de beperkte
productie in regionale cyclotrons voor de Derde Wereld slecht uitpakken.
'In Afrika krijgen ze nu ook molybdeen, uit westerse reactoren. Omdat
het er nu eenmaal is. Het is de vraag of we voor Afrika een extra cyclotron
zullen neerzetten.'
Er kleeft nog een ander nadeel aan cyclotronproductie. 'De grondstof,
mo1ybdeen-100, komt maar in tien procent van het molybdeen voor. Dus
moet je dat eerst gaan verrijken. Dat kost geld. Daarnaast zal de prijs
sterk stijgen, wanneer de vraag naar molybdeen ineens verveelvoudigt.'
Desalniettemin denkt Hermanne dat cyclotrons voor de productie van
molybdeen de toekomst hebben. En er is een alternatief. Het Belgische
studiecentrum voor kernenergie doet al een paar jaar onderzoek naar
een nieuw productieproces. Dit Accelerator Driven System is eigenlijk
een mix van het cyclotron- en reactorproces. Een deeltjesversneller
schiet protonen op een intermediair, dat de neutronen genereert die
anders uit de reactor zouden komen.
De Belgen hebben een installatie ontworpen voor de productie van molybdeen,
de Adonis, waarmee een kwart van de wereld kan worden voorzien, zegt D'Hondt
in Mol. Daarnaast ontwikkelt hij nu een uitgebreide versie van de Adonis,
die in theorie alles doet wat een reactor doet. Daarmee is hij ook geschikt
voor materiaalonderzoek, zoals dat nu ook in Petten gebeurt. Die versie
werkt met subkritisch splijtstof, wat wil zeggen dat een kettingreactie
onmogelijk is. Dit in tegenstelling tot een reactor. Dat blijkt uit experimenten
en berekeningen. Vorige week werd Mol aangewezen als het centrum van
het Europese onderzoek op dit gebied, met bijbehorende subsidies. 'Het
project loopt beter en beter', zegt D'Hondt. De bedrijven die hun nucleaire
middelen uit Petten betrekken hebben hun twijfels. Neem Nucletron,
de fabrikant van de iridiumnaalden die tumoren bestrijden. 'Als wij
een betere manier wisten, dan zouden we dat heus doen', zegt Rudolf Scholte
van Nucletron. 'Waren we eindelijk van die reactor af.'
|