|
De levensvatbaarheid van het wat kwakkelende internationale kernfusieprogramma
ITER is de laatste weken sterk toegenomen, door de terugkeer van de Amerikanen
in het project. In 1998 trokken de VS zich eenzijdig terug uit de internationale
samenwerking, die moet leiden tot de bouw van de eerste kernfusiemachine
die netto energie produceert.
Bij kernfusie worden onder enorme druk en temperatuur lichte atoomkernen
versmolten. Bij dat proces, dat zich ook in de zon afspeelt, komt enorm
veel energie vrij. Vorige week kondigde de Amerikaanse minister Spencer
Abraham van energie aan dat de VS weer willen meedoen. ITER, zei hij namens
president Bush, brengt de commercialisering van kernfusie sneller
dichterbij dan een eigen fusieprogramma.
Twee weken geleden kondigde China aan ook mee te willen gaan doen met het
ITER-project, dat nu gedragen wordt door Japan, de Russische Federatie
en de Europese Unie, waaronder ook Nederland. Het land is bereid 10 procent
van de benodigde 5 miljard euro in te brengen, aldus een brief aan de partners
van minister Xi Gusnhua. Achter de schermen wordt nog steeds gestreden
om de locatie waar de nieuwe reactor moet worden gebouwd. Europa lijkt
daarvoor de beste papieren te hebben. Locaties bij Marseille en Barcelona
worden veel genoemd. De bouw zou in 2005 kunnen beginnen. Rond 2012 kan
hij worden ontstoken. ITER wordt volgens de huidige plannen de eerste
machine waarin genoeg kernfusiereacties worden veroorzaakt om er meer
energie uit te halen dan het verhitten vergt. Het project heeft nog steeds
een wetenschappelijk doel. Stroom zal er niet mee worden gemaakt.
|