[menubar_home]
NRG en nucleair in het nieuws Krantenartikelen
   
 

 
Zoeken in NRG krantenartikelen

Over Rembrandts schouder - Bestraling in de kernreactor Volkskrant
Door: Broer Scholtens 1 juni 2002
 
Borstelig kwasten, kortaf schilderen is typerend voor Rembrandts werkwijze. Dat is ook te zien op op een schilderij dat niet aan de grote meester was toegeschreven. Bestraling ervan in de kernreactor van Petten onthulde de ware masker.

Pff, WAT MAAKT het nu uit welk naambordje erbij hangt. Daar kan ik me niet druk om maken. De schoonheid van een schilderij, hoe het indertijd is gemaakt, dat is voor mij veel belangrijker.' De reactie van dr. Arie Wallert, conservator van het Rijksmuseum, verbaast enigszins. Een schilderij toeschrijven aan Rembrandt doe je per slot van rekening niet elke dag.

Het betreft het schilderij De Lachende Jongeman. Kunsthistorici dateren het werk op omstreeks 1630. Wallert heeft gedetailleerd gekeken naar de onderschildering in dit kunstwerk: eerste aanzetten die gedetailleerd naar boven konden worden gehaald na bestraling van het schilderij in de lagefluxreactor in Petten, in februari dit jaar.

Afgelopen donderdag besprak Wallert de eerste resultaten van zijn onderzoek in het Catharijneconvent in Utrecht op een symposium over autoradiografische technieken. Het bewuste schilderij is in 1982 door het Rembrandt Research Project (RRP) in categorie C ondergebracht: geen werk van de zeventiende-eeuwse meester. Het RRP is een ambitieus onderzoeksproject, ondergebracht bij de Universiteit van Amsterdam, dat sinds eind jaren zestig alle Rembrandts en mogelijke Rembrandts in de wereld op authenticiteit heeft onderzocht. De Lachende Jongeman is mogelijk van de hand van Jan Lievens, die eind jaren twintig van de zeventiende eeuw in Leiden een atelier deelde met Rembrandt van Rijn, dacht het RRP destijds. Het schilderij, dat nu tijdelijk is, uitgeleend aan een museum in Berlijn voor een tentoonstelling, hangt sindsdien in het Rijksmuseum met de aanduiding 'School van Rembrandt'.

'Het is eigenlijk een lelijk schilderij, van een lelijke man', zegt Wallert over dit portret van de meester op zeer jeugdige leeftijd, begin twintig. Enkele jaren geleden raakte de conservator gefascineerd door het schilderij, vanwege de korte halen waarmee onder meer het haar van de man is geschilderd. 'Toetserig, kort en hakkelig', zijn de aanduidingen die Wallert daarvoor gebruikt. Diezelfde korte penseelstreken zijn terug te vinden op een schilderij dat in Neurenberg hangt, ook een zelfportret dat recentelijk is toegescheven aan Rembrandt, na een discussie over een mogelijk nageschilderde versie die in het Mauritshuis hangt.

De Lachende Jongeman dateert uit een periode dat de grote meester bezig was technieken uit te proberen om gelaatsuitdrukkingen goed tot hun recht te laten komen, om een gezicht tot expressie te brengen, het fronsen van het voorhoofd of lachen bijvoorbeeld. 'Uit onderzoek, gebaseerd op het tellen van jaarringen, blijkt dat onze De Lachende Jongeman op dezelfde houtplank is geschilderd als dat zelfportret dat in Neurenberg hangt', zegt Wallert. 'De schilders moeten dus verschrikkelijk dicht bij elkaar in de buurt zijn geweest.'

Om meer details over de onderschildering te achterhalen, is het schilderij in februari van dit jaar in de lagefluxreactor in Petten een uurtje bestraald met langzame neutronen. Bij deze radiografische techniek worden talloze elementen in de verfpigmenten geactiveerd, en tijdelijk radioactief. Na de bestraling vervallen ze, onder uitzending van betastraling die op een lichtgevoelige plaat zichtbaar is te maken. Het ene element, kobalt bijvoorbeeld in blauwpigmenten, vervalt langzamer dan andere elementen, zoals mangaan. Vroeger gebruikten de meeste schilders omber, een goedkope, mangaan houdende ijzeroxideverf, om contouren te schetsen.

Door een slimme keuze van belichtingstijden zijn foto's te maken waarop is te zien waar op het schilderij kobalthoudende pigmenten (na een belichting van enkele weken) zijn gebruikt, en waar er met mangaan houdende verf (al na een belichting van een uur) is gewerkt. De zwarting op de foto vormt een maat voor de hoeveelheid die van een bepaald pigment is gebruikt. 'Op die mangaanopname zijn die korte, borstelige penseelstreken, zo karakteristiek voor Rembrandt, uitstekend te zien, met een hoge resolutie', zegt Wallert. 'Fascinerend, de haardos is in die onderschildering veel groter. Elke kwaststreek is te zien. Je ziet hoe en waar de schilder de haren van zijn kwast tegen het onderliggende paneel heeft gedrukt. 'Met deze techniek kijk je als onderzoeker als het ware mee over de schouder van de schilder. Dichterbij kan niet. Dit is dolle pret. En als je die details bekijkt,als je die toetserigheid, een soort handtekening van de schilder, vergelijkt met de kwaststreken op het schilderij in Neurenberg, moet je concluderen dat onze De Lachende Jongeman toch een Rembrandt is.'

Nee, overleg met de onderzoekers die meewerken aan het Rembrandt-project, is er nog niet geweest,zegt Wallert. Daarvoor zijn de resultaten te vers. De eider van het RPP, prof. dr. Ernst van de Wetering, is benieuwd naar de nieuwe interpretatie. Deze 'zomer, is de afspraak, gaat hij samen met een aantal deskundigen van onder andere Het Mauritshuis en het Rijksmuseum, de resultaten en de onderliggende nieuwe metingen bekijken. 'Kijken of we ons straks kunnen laten overtuigen, het blijft ook maar een interpretatie', waarschuwt hij alvast voor te veel stelligheid.

Of er de komende maanden meer twijfelachtige Rembrandts de kernreactor in zullen gaan? Van de Wetering denkt van niet. Hij vindt dat er om de opnamen te maken teveel, en te lang moet worden gezeuld met schilderijen, en dat is niet goed. Dat in rekening gebracht, betwijfelt hij de meerwaarde van de activeiinstechniek. Ook Wallert van het Rijksmuseum denkt niet in eerste instantie aan Rembrandts. 'Ik ben als onderzoeker niet als eerste geinteresseerd in Rembrandt, maar in schildertechnieken, de manier waarop een schilder de verf heeft opgebracht om bepaalde effecten te krijgen,'

De conservator van het Rijksmuseum heeft op dit moment meer belangstelling voor de wijze waarop de zeventiende-eeuwse schilder Ter Borg (1617-1681) de satijnen jurk heeft geschilderd op zijn Vrouw voor een Spiegel. Dat is een klein paneel dat hangt in een van de zalen van het Rijksmuseum. 'De hoge lichten, en het geel van het satijn waarvoor loodwit is gebruikt, zijn indrukwekkend, evenals de lichtschittering en bepaalde schaduwen bij enkele plooien in de satijnen jurk. Hoe heeft hij dat gedaan? Dat intrigeert me. Om daarachter te komen is die neutronenactivering een heel geschikte techniek.'

Die techniek dateert weliswaar uit de jaren zeventig, de belangstelling ervoor neemt wat toe. Een belemmerende factor is dat sommige kunsthistorici denken dat een schilderij na bestraling radioactief blijft. Dat is onzin, zegt Wallert. 'Alle geactiveerde elementen vervallen op den duur. De radioactiviteit neemt snel af. Na enkele maanden kan het gewoon weer worden tentoongesteld. Iemand die naar de televisie kijkt, loopt een veel hoger risico dan iemand die naar een bestraald schilderij kijkt.'

Broer Scholtens

 

[MailBox]  
 

 
NRG, PO Box 25, NL-1755 ZG Petten, Netherlands, Tel +31-224564080, Fax +31-224563912
Informatie: info@nrg-nl.com
Update 1 juni 2002