|
Volgens directeur F. Saris van ECN in Petten had een onlangs uitgevoerd
nakoelexperiment met de reactor 'Tsjernobil-achtige' gevolgen kunnen
hebben. Deze uitlating was onverantwoord en voor experts onzinnig bovendien.
De maatregelen van minister Pronk zijn overdreven.
Maandag wordt op last van minister Pronk de Hoge Flux Reactor
(HFR) in Petten stilgelegd voor nader onderzoek naar procedures en
eventuele onveilige situaties. De reactor had niet stilgelegd hoeven
worden als de hoofddirecteur van Energieonderzoek Centrum Nederland
dr. F. Saris en minister Pronk zorgvuldiger waren opgetreden.
Onrust was al ontstaan door berichten over het 'scheurtje' in het reactorvat.
Het gaat daarbij om een onvolkomenheid in een lasnaad, die al bij aflevering
van het vat in 1984 is geconstateerd. Sindsdien is deze plek regelmatig
gecontroleerd, steeds met de conclusie dat er geen risico bestaat voor
verderfalen. De onrust is versterkt door een interview met directeur
Saris in de Volkskrant op 6 februari waarin hij stelde dat men een ontoelaatbaar
nakoelexperiment bij de HFR zou hebben uitgevoerd, zonder daarover
overleg te plegen met de reactorveiligheidscommissie van de NRG (Nuclear
Research and consultancy Group). Bovendien repte Saris in dit interview
van een Tsjernobil-achtig experiment.
Nog dezelfde dag ontkende de voorzitter van de reactorveiligheidscommissie van de NRG, dr A.S. Keverling Buisman, publiekelijk dat voor het uitvoeren van de noodkoeltest van
de reactor zijn commissie vooraf in kennis gesteld moet worden, laat
staan dat ze daarvoor toestemming dient te verlenen. Een dergelijke
test behoort tot de normale bedrijfscontroles, die van tijd tot tijd
moeten worden uitgevoerd. Bij stroomuitval, of onderbreking van de
stroomlevering uit het openbare net, stopt de reactor automatisch.
De hoofdkoelpompen stoppen uiteraard ook. Nakoelingssystemen worden
automatisch ingeschakeld, die stroom krijgen van noodaggregaten,
gevoed door dieselmotoren. Ook de essentiële instrumentatie van
de reactor krijgt noodstroom. De goede werking van deze systemen heeft
men op 21 januari beproefd met afgeschakelde reactor, niets meer en niets
minder. Een dergelijke controle moet regelmatig worden uitgevoerd,
een stroomstoring kan immers op elk moment voorkomen.
Zeer kwalijk is dat in genoemd interview deze test wordt vergeleken met een Tsjernobil-achtig experiment. Dit is volslagen onzinnig en onverantwoord, gezien de grote
impact van de ramp van Tsjernobil. De enige overeenkomst is dat het in
beide gevallen om een 'test' gaat. In Tsjernobil heeft men een test van
een turbinegenerator aan het eind van een reactorcyclus uitgevoerd
bij een werkende reactor, en met uitschakeling van een aantal essentiële
beveiligingssystemen, zelfs het automatische afschakelsysteem
van de reactor. Men wilde coûte que coûte het experiment uitvoeren, zonder
de kans te lopen dat de reactor zichzelf uitschakelde. De gevolgen zijn
bekend. Een dergelijk ongeluk zou onmogelijk zijn met een westerse
waterreactor, gezien een aantal inherent ongunstige reactorfysische
eigenschappen van dit Russische reactortype. Het is te ingewikkeld
om daar in dit commentaar nader op in te gaan.
Hardnekkig zijn de verhalen, dat in Petten nog steeds een strijd woedt tussen nucleaire en andere disciplines. Dat is onjuist, en doet groot onrecht aan al die ECN'ers die zich vanaf 1975 met grote inzet sterk hebben gemaakt voor de overgang naar niet-nucleaire
research. Langzamerhand zijn in samenwerking met de firma Mallinckrodt
de productie en verwerking van radio-isotopen uitgebreid. Zonder de
uitstekende faciliteiten van het 'hot lab', indertijd van ECN, nu NRG,
waarin de verwerking tot bruikbaar eindproduct plaatsvindt, zou dit
niet mogelijk zijn geweest.
NRG en de HFR kunnen er trots op zijn dat ze een zo belangrijk aandeel hebben verworven in de wereldwijde productie van radio-isotopen, zowel voor diagnostisch gebruik als voor bestraling van tumoren. Bovendien heeft men sinds kort de beschikking over een
faciliteit voor bestraling met neutronen, rechtstreeks uit de reactor,
voor de behandeling van hersentumoren. Onderzoeksgroepen van twee
Duitse universiteiten spelen daarbij een hoofdrol. Het belang van radioisotopen
voor medische doeleinden blijkt ook wel uit het feit dat minister Pronk
eerst NRG sommeerde de reactor te sluiten op 11 februari en daarna uitstel
verleende tot 18 februari. Anders zouden vele kankerpatiënten de
dupe zijn geworden.
Ir. J. Snepvangers is oud-hoofd van de reactorafdeling
ECN (1962-1972) en was werkzaam als proces- en energietechnoloog.
|