[menubar_home]
NRG en nucleair in het nieuws Krantenartikelen
   
 

 
Zoeken in NRG krantenartikelen

Het geheim van Petten Vrij Nederland
Door: Ko Colijn 9 februari 2002
 
Het geheim van Petten - De best verborgen proefschietbaan

Rond en in de kerncentrale in Petten moet de grootst mogelijke veiligheid in acht worden genomen, vindt de minister van Milieu. Maar al dertig jaar lang wordt door een ander departement, Defensie, daar een loopje mee genomen. Vlak naast - en soms bovenop - de reactor ontploffen granaten en raketten.

De kernreactor in Petten moet tijdelijk dicht vanwege de tekortschietende veiligheidscultuur. Er zit al bijna twintig jaar een scheurtje in het reactorvat dat groter wordt. De burgemeester van Zijpe, waaronder Petten valt, is boos omdat ze van niets wist. Minister Pronk is boos omdat hij nauwelijks begrip kreeg van de directie van Petten. En de directie van Petten is boos omdat er niemand enig gevaar loopt. Maar er gebeuren al dertig jaar nog veel verbazingwekkender dingen in ons eigen Tsjernobyl aan Zee: naast de reactor ontploffen granaten en komen raketten van de Koninklijke Landmacht en Marine neer op de geheimste schietbaan van Nederland. En soms valt er zelfs eentje bovenop het gebouw van de buren.

Op 5 mei 1967 stuurde staatssecretaris van Defensie A. van Es per koerier een verzegelde envelop naar koningin Juliana. Daarin zat een ontwerpbesluit voor een geheime hinderwetvergunning. 'Het is voor de landsverdediging van belang dat te Petten een schietinrichting voor het beproeven van munitie wordt opgericht en dat daaraan zo weinig mogelijk bekendheid wordt gegeven. Voorts zouden, indien de gewone Hinderwet-procedure werd toegepast, de bescheiden, betrekking hebbende op de in- en uitwendige samenstelling der inrichting en op hetgeen daar zal worden verricht ter visie moeten worden gelegd, hetwelk bepaald ongewenst moet worden geacht,aldus de vorstin. Daarom werd om redenen van staatsbelang, eveneens gelegen in de wenselijkheid aan de voorgenomen oprichting zo weinig mogelijk bekendheid te geven, alsmede om kennisneming der betrekkelijke bescheiden door onbevoegden te vermijden gevraagd de beoogde hinderwetvergunning geruisloos van toepassing te verklaren.

Koningin Juliana zette haar handtekening en zo kreeg defensie haar schietbaan naast de kernreactor. Deze kroonvergunning moest om verschillende redenen supergeheim worden gehouden. Het betrof namelijk een ontheffing voor het staatsbedrijf Artillerie Inrichtingen (tegenwoordig Eurometaal). De munitiefabriek lag in de buurt (Zaandam) van de centrale en mocht onder toezicht van de landmacht in de Pettense duinen haar nieuwste granaten beproeven. Dat moest met de nodige omzichtigheid gebeuren, want bij eerdere experimenten aan de Zaan waren weleens Russische pottenkijkers gesignaleerd die in de afzwaaiers geïnteresseerd waren. De vergunning gold ook voor de Koninklijke Landmacht, die hier oefende in het krombaanschieten met artilleriegranaten, luchtdoelartillerie en .5o-munitie. De Koninklijke Marine kon hier zijn gang gaan met scheepsmunitie en raketten. Het meest gevoelig waren de proefschoten met sovjetmunitie, die op de een of andere manier in het schimmige ruilverkeer tussen geheime diensten was verkregen.

Al dit geoefen ging natuurlijk met de nodige risico's gepaard. In die spannende jaren van de koude oorlog had Nederland zijn eigen raketprogramma. In diepe stilte werkte de NERO (Nederlandse vereniging voor raketonderzoek) aan de E-17 en de E-18, twee meter lange projectielen die rond 1970 ergens vanuit de duinen richting zee moesten worden afgeschoten. Ging het hier om hobbyisme van een groep amateurs? Niet helemaal, want de Koninklijke Nederlandse Springstoffenfabriek 'Muiden' stelde brandstof beschikbaar en de NERO claimde dat ze 'steun van militaire overheden' had. Deze Nederlandse raketten zouden moeten worden opgeslagen in Petten.

Burgemeester G.J. Glijnis van Zijpe schrok zich een hoedje toen hij via via van deze plannen vernam. Hij stuurde op 4 mei 1970 een brief aan de minister van Defensie W. den Toom. Hij wilde een verbod op de plannen om van Petten een raketbasis te maken. Plannen die hij in zijn brief aannemelijk noemde 'aangezien het mij bekend is dat zich in de duinen nabij Petten een militaire lanceerinrichting bevindt voor raketten'. Veel wist de burgemeester zelf ook niet van de schietproeven op het terrein, maar wel dat de lanceerinrichting op slechts enkele honderden meters afstand gelegen is van het Reactor Centrum Nederland' en dat 'een ongeluk met een raket grote materiele schade en persoonlijke gevolgen zou kunnen hebben (personeelssterkte ca. 900), nog daargelaten de mogelijkheid dat radio-actieve stoffen vrij zouden kunnen komen'.

De burgemeester kreeg een brief terug van de minister dat de NERO geen toestemming had gekregen 'op eigen gelegenheid' raketproeven te gaan doen. Maar als de NERO dat wel van plan was, zou de burgemeester hiervan op de hoogte worden gesteld. Maar veel illusies dat hij deze experimenten zou kunnen tegenhouden, moest de burgemeester zich niet maken. Het had geen zin om een nieuwe, en dan wel openbare hinderwetvergunningsprocedure hiervoor te beginnen. Wanneer de raketproeven een militair belang zouden dienen, konden ze worden uitgevoerd met een beroep op de (geheime) kroonvergunning uit 1967.

De ongerustheid van de burgemeester was niet ongegrond. Want er was intussen al iets behoorlijk misgegaan: op 21 april 1970 vloog er een granaatscherf van de Koninklijke Landmacht door een ruit van het koud-laboratorium van de kerncentrale. Het ging om nieuwe, pantserdoorborende Franse antitankmunitie die vanaf plateau IV op het terrein naast de reactor was verschoten en na 400 meter naar de reactor was afgezwaaid. Het ging om een zogenaamde 'baanspringer'.

Euratom, werkgever van het personeel van de reactor, schreef direct na dit ongeluk een brandbrief aan de Koninklijke Landmacht. Tot onze ontsteltenis moeten wij u mededelen dat op 21 april jl. omstreeks 12.30 uur een granaatscherf, die afkomstig was van een op dat moment gehouden oefening op het schietterrein, een ruit op de tweede etage van ons koud-laboratorium heeft doorboord. (...) Bedoelde scherf is aanzienlijk buiten de veiligheidszone terechtgekomen. Verantwoordelijk zijnde voorpersoneel en materieel dat zich op het Euratom Centrum bevindt, moeten wij tegen het niet respecteren van genoemde veiligheidsgrens ten sterkste protesteren. (...) De feiten zijn des te verontrustender omdat op de derde verdieping van genoemd laboratorlum radio-actief werk wordt verricht.'

Defensiekolonel ir. W. van Hoytema schreef een haastig mea culpa aan Euratom, waarin hij beloofde de proefschoten vanaf plateau IV direct te stoppen. Zijn meerderen konden vervolgens niet veel begrip voor deze reactie opbrengen. De documenten in het 'baanspringer'-dossier tonen aan dat defensie Hoytema's brief als een ongelukkige vergissing beschouwde. De proeven moesten doorgaan. In een instructie, gedateerd 18 augustus 1970, wordt beschreven hoe de lastige burgemeester van Zijpe eventueel aangepakt (ingepakt) moest worden. De oefeneningen werden vervolgd.

Is Petten scheurbestendig? De klachten in het - dunne en slordige - dossier van het ministerie van Defensie stellen niet helemaal gerust. Al in de jaren zestig waarschuwde het ECN (Energie Centrum Nederland) dat het last had van 'grondtrillingen' door de schietoefeningen. Deze brief (2 november 1965) zorgde zelfs voor een interministerieel conflict. De minister van Economische Zaken J.M. den Uyl (belast met kernenergie Petten) schreef een brief aan zijn collega van Defensie, P.J.S. de Jong, met de vraag om sluiting van de oefenterreinen te bevorderen. 'Deze (proeven, VN - KC) maken weliswaar de uitvoering van de werkzaamheden niet onmogelijk, doch Euratom vreest dat dit bij verdere uitbouw van zijn centrum wel eens ernstiger kan worden, terwijl ook NV Philips Duphar, die op het RCN terrein een cyclotron bouwt voor de vervaardiging van isotopen, ernstige hinder vreest'. Maar staatssecretaris Van Es, zelf ex-marineman, voelde daar niets voor. De zaak werd twee jaar lang getraineerd. In 1976 gaf hij zijn ondergeschikten opdracht om zoveel mogelijk tegenargumenten te verzamelen.

In 1978-1979 liep hts-studente ing. Noor Koornneef stage bij de Hogefluxreactor. Haar stage-opdracht luidde: meet het off gassysteem van de reactor door. Dat is het best te vergelijken met het afzuigsysteem in de Nederlandse keuken, maar dan niet om vieze luchtjes maar radioactieve deeltjes af te voeren. Tot haar verrassing bleek het systeem lang niet al die deeltjes af te zuigen en veel werknemers moesten de vervuilde lucht dus hebben ingeademd. Het systeem was zo vaak veranderd dat de leidingen bij niemand meer precies bekend waren, waardoor Koornneef tot de conclusie kwam dat 'er geen controlemogelijkheíd meer was om te zien hoe het werkt'.

De conclusie in het stageverslag: 'Men weet niet welke druk (of drukverschil) over een bepaalde leidinglengte nodig is voor een bepaalde afzuiging'. Twintig jaar geleden, maar toch. Minstens zo verrast was ze echter over wat ze bij de eerste rondleiding op het terrein ontdekte, vertelt ze. Haar oog viel op een gat in de hoek van de gevel van de lage-fluxreactor. 'Die is van een marineraket die hier een tijdje geleden is ingeslagen,' kreeg ze als uitleg. `Niet verder vertellen, er vliegt hier wel vaker wat uit de bocht.' In de - zeer onvolledige - marinearchieven is hier echter niets over terug te vinden, maar het is haar meer dan eens verteld. 'En ook dat de marine sinds die tijd alleen nog maar in de richting van de Noordzee mag schieten', herinnert ze zich.

Het gevaar komt soms ook uit de lucht. In oktober 1993 vloog tot schrik van het ECN-personeel en de bewoners van Petten een aantal straaljagers van de Koninklijke Luchtmacht heel laag over de reactor en overtrad híermee de veiligheidsvoorschriften. Directeur H. van den Kroonenberg eiste, en kreeg na het incident een vliegverbod boven het nucleaire complex. 'Dat geldt sindsdien onverkort', stelt defensievoorlichter Schönau geruststellend. Maar hij moet bevestigen dat het schieten gewoon is doorgegaan. En het omstreden plateau IV functioneert tot op de dag van vandaag. Sinds er radioactief materiaal op het terrein ligt opgeslagen, word er wel de helft minder verschoten dan vroeger. Schönau: 'Zowel de land macht als de marine zijn nog op Petten actief. Er wordt uitsluitend van de duinen naar de zee geschoten.' Dat deed zelfs het Rode Leger niet in de zijtuin van de Tsjernobylreactor.

Commentaar NRG

NRG distantieert zich van dit artikel. Het bevat onjuiste en suggestieve elementen die niet op zijn plaats zijn. In de afgelopen veertig jaar dat er nucleair onderzoek op het terrein in Petten plaatsvindt heeft er nooit een ongeval, in relatie tot de aanwezigheid van een oefenschietplaats achter het bedrijventerrein, plaatsgevonden. De schrijver van dit artikel onderschat niet alleen de professionaliteit van NRG, maar ook die van het Nederlandse leger.
 

[MailBox]  
 

 
NRG, PO Box 25, NL-1755 ZG Petten, Netherlands, Tel +31-224564080, Fax +31-224563912
Informatie: info@nrg-nl.com
Update 9 februari 2002