|
Van onze verslsggever
PETTEN -- Minister Pronk van milieu gaat de teugels bij de hogefluxreactor
(HFR) in Petten strakker aanhalen. Volgens de minister heeft de exploitant
van de reactor zich in een aantal gevallen niet gehouden aan de veiligheidseisen.
Er is een diepgaand onderzoek ingesteld naar de veiligheidssituatie
in de reactor. Voorts wordt het management doorgelicht.
De minister zei dit gisteren op vragen van de Kamerleden R. Poppe (SP)
en M. Vos (GroenLinks). Pronk zei dat de KernFysische Dienst (KFD), die
de veiligheidssituatie in de reactor onderzoekt, stappen heeft gezet
om herhaling te voorkomen. De bewindsman verklaarde dat de exploitant
van de reactor in Petten, de Nuclear Research & Consultancy Group (NRG),
zich in een aantal gevallen niet heeft gehouden aan de veiligheidseisen.
Zo werd de reactor een keer opgestart, terwijl een noodkoeling niet werkte.
Ook is een keer hoogverrijkte splijtstof bijna bestraald zonder koelwater,
zonder dat dit werd gemeld bij de KFD. Volgens Pronk is er evenwel nooit
een gevaarlijke situatie ontstaan. De zaak kwam in november aan het licht
toen een aantal HFR-operators enkele incidenten naar buiten bracht.
Er zou tevens sprake zijn van slecht management en een 'onverantwoord
hoge werkdruk'.
Een van die zogenoemde klokkenluiders is onlangs uit zijn functie gezet.
Pronk zegt niets voor de man te kunnen doen, omdat klokkenluiders geen
wettelijke bescherming genieten. "Maar ik ben hem wel dankbaar voor
het informeren van de KFD." Bij het uitlekken vän de problemen bij de
reactor moesten de operators een loyaliteits- verklaring tekenen.
Pronk: "Dit kan gezien worden als het uitoefenen van morele druk. Ik ben
daar niet gelukkig mee." De klokkenluiders zeiden dat ze door de NRG-directie
gedwongen waren incidenten met de reactor uit het logboek weg te houden
en dat incidenten met opzet in de doofpot zijn gestopt.
De KFD heeft daarvoor geen aanwijzingen kunnen vinden; aldus Pronk.
"Hoewel er gebeurtenissen niet in het logboek staan die er volgens de
KFD wél in vermeld hadden moeten worden. Het niet noteren van dergelijke
voorvallen kan wijzen op het niet goed functioneren van de veiligheidscultuur."
De minister vindt dan ook dat die veiligheids- cultuur verbetering behoeft.
Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (GCO) moet daarvoor zorgen.
Voorts wordt de meldingsplicht van incidenten aangescherpt.
Pronk concludeert dat het GCO2 een Europees onderzoeksinstituut waarbij
de vergunning voor de reactor berust, NRG te veel de vrije hand heeft gelaten.
De KernFysische Dienst heeft het GCO inmiddels opgedragen de kwaliteit
van het NRG-management tegen het licht te houden.
|