|
Volgens parlementarier Rik Hindriks (PvdA) is er aanleiding om de argumenten
voor het Nederlands moratorium om kernenergie nog eens op een rij te zetten.
Ik houd van dialectiek. Tot enkele weken terug had ik maar één connotatie
bij het woord kernenergie: zo snel mogelijk stoppen, het afvalprobleem
is voorlopig onoplosbaar.
Ons verkiezingsprogramma is ook erg duidelijk. 'Nederland zet zich
in Europa in voor het gebruik van duurzame energiebronnen, om zo ook elders
kernenergie onnodig te maken'. Toch knaagt sinds kort enige twijfel.
Die komt voort uit de mogelijkheid dat het afvalprobleem misschien aanvaardbaar
opgelost kan worden. De twijfel komt ook door de achterstand die onze
industrie oploopt. En tenslotte zijn er opmerkelijke politieke ontwikkelingen
elders in Europa.
Liberalisering
Corus, Pechiney, Nedstaal. Het zijn stuk voor stuk bedrijven die grote
verwachtingen hadden van de liberalisering van de energiemarkt. Ze
staan na aanvankelijke euforie weer met beide benen op de grond. De gehoopte
prijsdaling is beperkt gebleven. De energie-intensieve industrie
heeft nog steeds te maken met hogere prijzen dan de Europese concurrenten.
Dat is oplosbaar langs drie wegen. De eerste mogelijkheid is het verlagen
van de Nederlandse energieproductieprijs via het beinvloeden van de
gasprijs. Dat zou leiden tot een relatieve daling van de energiekosten.
Echter, hoge energiekosten bevorderen zuinig gebruik en lage CO2-uitstoot.
Lagere energiekosten zijn dus strijdig met de doelstelling om CO2-uitstoot
te beperken. Daarmee is geforceerde verlaging van de energieproductiekosten
een onbegaanbare weg.
Verbetering van de energie-efficiency over de gehele keten is de beste
mogelijkheid omdat dat zowel leidt tot een betere concurrentiepositie
als tot lagere CO2-uitstoot. Helaas blijken de overheidsmiddelen om
dat te bevorderen nauwelijks effectief te zijn. De gewenste reductie
met tien procent op korte termijn lijkt langs deze weg niet echt haalbaar.
Resteert de optie om de import van goedkope energie drastisch op te voeren.
Het is de meest serieuze optie. Tegelijk slaat echter de twijfel toe.
Geimporteerde elektriciteit heeft immers altijd een fors aandeel kernenergie.
Is het niet omdat de goedkope energie rechtstreeks uit kerncentrales
komt, dan is het wel omdat de import van duurzame energie het aandeel van
kernenergie in het exporterende land verhoogt.
Cynische grap
Dat we zo makkelijker kunnen voldoen aan de Kyoto-doelstellingen is
eigenlijk een nogal cy nische grap. Wanneer we indirect kernenergie
importeren, dan is het de vraag of deze vorm van energieopwekking ook
in Nederland aanvaardbaar kan zijn. De twijfel knaagt aan het milieugeweten
van een politicus die zich verantwoordelijk voelt voor een goed industrieklimaat
in Nederland. Ook al omdat in het afgelapen decennium mogelijkheden
zijn ontwikkeld voor stabiele lange termijnopslag van het nucleaire
afval. In Finland is inmiddels een project goedgekeurd waarbij afgewerkte
brandstofstaven na een termijn van twintig jaar in tussenopslag definitief
zal worden verwijderd en opgeslagen in grotten van vijfhonderd meter
diep, uitgegraven in het graniet.
Veilig, stabiel en onder voortdurende monitoring. Het zal zelfs mogelijk
zijn de brandstofstaven te recyclen zodra de techniek daartoe beschikbaar
komt. Nederland beschikt niet over vergelijkbare granietformaties.
De zoutkoepels zijn wellicht niet stabiel genoeg. Maar de voortschrijdende
technische mogelijkheden lijken interessant genoeg om ze tenminste
te exploreren. Ik vraag me af of het Finse voorbeeld in Europa navolging
zal krijgen.
Borssele
Dat is geen reden om de voorgenomen sluiting van Borssele onmiddeIlijk
ter discussie te stellen. Het is wel een goede reden om een nieuwe energie-technologiekaart
te maken. Ik heb belangstelling voor een hernieuwde sociale, ethische
en economische beoordeling van de beschikbare technologieen. Vooral
de relatie tussen sociale doelen, ethische idealen, milieudoelen,
economische overwegingen en technologische ontwikkeling lijkt me
interessant.
De Tweede Kamer beschikt over een instituut dat dit type onderzoek doet.
Het Rathenau Instituut is onze nationale instelling voor technologievoorspelling
en technologie-beoordeling. Tot nu toe bemoeide het instituut zich
vooral met de sociale en ethische kant van technologie. Zou de verbinding
met het economisch beleid een nieuwe uitdaging kunnen vormen? Het lijkt
me interessant om te beginnen met energietechnologie. Het zou boeiend
zijn daar enige dialectiek op los te laten. Wellicht zal een nieuwe energie-technologiekaart
de beoordeling opleveren dat het bestaande economisch beleid verstandig
is. Dan is tenminste de industriele twijfel overwonnen.
Rik Hindriks is lid van de Tweede Kamer voor de Pvda en woordvoerder economische
zaken en technologiebeleid.
|