|
Van onze verslaggever
PETTEN -- Vanaf volgend jaar worden in de hogerfluxreactor (HFR) in Petten
proeven genomen met laagverrijkt uranium als neutronenbron. Op initiatief
van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (GCO) van de Kuropese
Gemeenschap, de vergunninghouder van de HFR, wordt de kernreactor in
de duinen bij Petten voor de nieuwe brandstof geschikt gemaakt.
De reactor gebruikt nu nog hoogverrijkt uranium. De ombouw of modificatie
moet medio 2006 voltooid zijn. Tegelijkertijd wordt onderzocht of de
reactorveiligheid verhoogd kan worden. Dit blijkt uit de ter inzage
gelegde startnotitie voor de milieueffectrapportage. De HFR, recentelijk
in opspraak gekomen omdat er volgens een aantal operators met de veiligheid
gesjoemeld zou worden, is al aardig op leeftijd. In november 1961 werd
de reactor voor het eerst 'kritisch', zoals dat in het jargon heet. De
HFR diende heel lang het wetenschappelijk onderzoek naar de grootschalige
opwekking van kernenergie.
Daar is in de loop der tijd lelijk de klad in gekomen, zeker in Nederland.
Zo is op dit moment geen enkel zicht op de bouw van nieuwe kerncentrales,
en die in Borssele staat op de nominatie om eind 2003 gesloten te worden.
De ramp in Tsjernobyl dreunt ook in Nederland nog altijd na. Tegenwoordig
is de HFR vooral een fabriek waarin radio-isotopen gemaakt worden voor
duizenden ziekenhuizen,verspreid over Europa. Met de nucleaire farmaceutica
worden ziekten opgespoord en bestreden, in het bijzonder kanker. Het
wetenschappelijk onderzoek heeft steeds meer plek in moeten ruimen
voor de commerciele dienstverlening. Het terrein heeft zelfs een aangepaste
koosnaam gekregen: 'Medical Valley'.
Atoomwapens
De HFR heeft altijd hoogverrijkt uranium gebruikt als brandstof. In
uranium is van nature maar 0,7 procent splijtbaar uraan 235 aanwezig.
Te weinig voor gebruik in een kernreactor. In hoogverrijkt uranium is
het percentage uraan 235 daarom verhoogd tot circa 90%. De heftige zogenoemde
neutronenflux van hoogverrijkt uranium is ideaal voor het uitvoeren
van bij voorbeeld materiaaltests.
Omstreden
Het gebruik van dit hoogverrijkte uranium is in de loop der tijd echter
omstreden geraakt. Dit vooral omdat de gebruikte brandstofelementen
relatief veel plutonium bevatten, dat benut kan warden voor de aanmaak
van atoomwapens. Om de verspreiding daarvan te beperken, is het gebruik
van hoogverrijkt uranium sterk teruggedrongen. Wereldwijd wordt in
kernreactoren met een civiele functie op het gebied van energieopwekking
in hoofdzaak laagverrijkt uranium (maximaal 20 procent uraan 235) als
neutronenbron gebruikt. In het geval van de HFR in Petten dringt met name
de VS al jaren aan op omschakeling van hoogverrijkt naarlaagverrijkt.
De Verenigde Staten is bang dat schurkenstaten of terroristen vroeg
of laat de hoogverrijkte brandstof te pakken krijgen en er vreselijke
dingen mee gaan doen. Om die reden wordt de HFR van oudsher scherp bewaakt.
Op het spel
GCO hield de omschakelingsboot heel lang af. De Europese onderzoeksorganisatie
was bang dat het prestatieniveau van de HFR met laagverrijkt uranium
zou kelderen, en zinvolle, dan wel financieel rendabele exploitatie
onmogelijk zou maken. Het voortbestaan van de reactor stond op het spel.
Gelet op het starten van de procedure voor de ombouw wordt daar nu anders
over gedacht.
Beter
De jongste generatie laagverrijkte kernbrandstof is volgens het GCO
beter. Door ook de periode (cyclus)tussen het wisselen van de brandstofelementen
te verlengen, kan de HFR bovendien netzo lang op vol vermogen draaien
als nu met hoogverrijkte brandstof. En dat is van groot belang in verband
met de commercieéle dienstverlening. In de procedure voor de ombouwvergunning
zal gelijk bekeken worden of het veiligheidsniveau van de HFR verbeterd
moet/kan worden. In de milieueffectrapportage (mer) zal worden opgetekend
of en welke gevolgen de omschakeling heeft voor het milieu. Op voorhand
is overigens bekend dat het overschakelen van hoogverrijkt naar laagverrijkt
niet gaat betekenen dat er minder radioactief afval geproduceerd zal
gaan worden.
|