[menubar_home]
NRG en nucleair in het nieuws Krantenartikelen
   
 

 
Zoeken in NRG krantenartikelen

De bodem laat zich radioactief kennen Trouw
Door: Eric le Gras 9 februari 2001
 
Radioactiviteit is onlosmakelijk verbonden met kernenergie, kernbom en stralingsgevaar. Maar naast deze producten van de mens kent de natuur haar eigen radioactiviteit. En die blijkt zeer bruikbaar, voor het beheer van kust en vaargeul maar ook voor het opsoren van slib en diamant.

Alles wat je in de bodem tegenkomt vertoont natuurlijke radioactiviteit. Die kun je meten om vervolgens relaties te leggen met andere kenmerken van de bodem', zegt prof. dr. Rob de Meijer. De Meijer, werkzaam bij het Kernfysisch Versneller Instituut (KVI) in Groningen, wil met behulp van de natuurlijke radioactiviteit diamanten zoeken voor de kust van Namibié, baggerslib uit de Rotterdamse haven effectiever dumpen en de Nederlandse zeewering versterken.

De Meijer: "Het begon in 1896 met Bequerel die voor het eerst natuurlijke radioactiviteit kon meten. In de jaren dertig van de vorige eeuw volgden de ontdekking van het neutron en de kunstmatige radioactiviteit. Met de Tweede Wereldoorlog en de komst van de kernbom verdween de aandacht voor de natuurlijke radioactiviteit. Die was toen weinig meer dan een storend element op de achtergrond. Pas tegen het eind van de jaren zeventig drong het tot de beleidsmakers door dat natuurlijke bronnen meer straling opleveren dan kunstmatige. Ze begonnen zich af te vragen of dat riskant was. Maar dat was een defensief standpunt. Je kunt ook gebruik maken van natuurlijke radioactiviteit. Dat doen wij hier."

De Meijer pakte het onderzoek naar natuurlijke radioactiviteit op, waar het een jaar of zestig geleden bleef liggen. Maar dan wel met de huidige technische mogelijkheden. "Onze onderzoeksgroep richt zich vooral op de bodemgesteldheid. We hebben een detectie-instrument ontwikkeld, dat vijftien keer gevoeliger is dan wat er op de markt was. Medusa, zoals we het genoemd hebben, levert een gedetailleerd beeld van de straling in de bodem. Op zich is dat natuurlijk aardig, want je hoeft nu niet meer met een schepje en een emmertje links en rechts gaten te graven om monsters te nemen. Zeker als je meer wilt weten over de zeebodem is dat moeizaam en tijdrovend werk. Maar het werd pas echt leuk, toen we aantoonden dat de variatie in natuurlijke radioactieve straling samenhangt met allerlei andere kenmerken van de bodem." De Meijer baseert zijn metingen op de vervalreeksen van uranium, thorium en kalium. Dergelijke elementen danken hun radioactiviteit aan het feit dat zij instabiel zijn; ze verliezen deeltjes uit hun kern en veranderen daarmee in andere elementen: een vervalreeks. Zo vervallen uranium en thorium via een reeks tussenstappen tot het element lood. Die vervalreeksen zijn kenmerkend voor verschillende bodemtypen en die typen zijn weer te herleiden tot het herkomstgebied van zandkorrel of kleideeltje. "Je kunt een radioactieve vingerafdruk nemen van een gebied. Zanden in Noord-Nederland leveren een andere afdruk op dan de zanden van Zuid-Nederland. Van het zand op het strand langs onze kust kunnen we redelijk goed vertellen waar het vandaan komt en hoe lang het er ligt. Zo kunnen we de kusterosie in de gaten houden."

Medusa heeft als voordeel dat zij snel en nauwkeurig kan meten. Als Medusa achter een schip over de zeebodem glijdt kan zij in een paar uur een fijnmazig web van metingen uitvoeren. Met de oude manier van bemonsteren zou dat jaren kosten. De Meijer:,.En tegen de tijd dat je de laatste gegevens binnen hebt, zijn de eerste alweer achterhaald, want de structuur van de zeebodem verandert voortdurend." Inmiddels heeft Medusa in het laboratorium aangetoond, dat de dichtheid van de korrels en de korrelgrootte van het zand van de zeebodem van invloed is op de snelheid waarmee strand en duinen aangroeien of in zee verdwijnen: "Waar Rijkswaterstaat in het verleden gewoon zand stortte, kunnen wij aangeven welke kenmerken dat zand moet hebben om zo lang mogelijk te blijven liggen." Op dezelfde manier zou De Meijer de gevolgen van de aanleg van een Tweede Maasvlakte in kaart kunnen brengen: "Hoe dat precies uitpakt weet ik nog niet, maar je kunt er veilig van uitgaan dat bijvoorbeeld het patroon en de omvang van het slibtransport naar de Waddenzee zal veranderen." De onderzoeksgroep van De Meijer volgde ook baggerslib, dat vanuit Rotterdam naar zee wordt getransporteerd om de haven bevaarbaar te houden voor grote zeeschepen: .,Toen we daarmee begonnen, was de plek waar het slib in zee werd gedumpt vooral gekozen op grond van economische argumenten, dat wil zeggen dat het transport zo goedkoop mogelijk moest zijn. Uit onderzoek van Rijkswaterstaat en van ons is gebleken, dat er minder slib bleef liggen dan was voorzien en dat een deel daarvan terugging in de richting van de havenmond. Mede naar aanleiding van die resultaten is Rijkswaterstaat begonnen met het graven van putten in de zeebodem om het slib op te slaan. Wij hebben al een kaart gemaakt van de sedimentpatronen rond een lege put en we kunnen straks ook de effecten in kaart brengen van het vullen en afdekken van putten." In de Waddenzee zou Medusa de gevolgen van de omstreden mosselvisserij kunnen meten. De Meijer: "De netten van mosselvissers richten volgens migU~ .nsijn. en lib dat .ch.anwaan Op ge>nd ~ok het geerij ten milieubeschermers veel schade aan, volgens de vissers valt dat mee. Medusa kan meten hoe lang het duurt voor een spoor van een net is verdwenen." In de Atlantische Oceaan, voor de monding van de Oranjerivier op de grens van Zuid-Afrika en Namibie, wil De Meijer sedimenten opsporen, die diamanten bevatten. De kans op een vondst van dat edelgesteente, dat zelf heel weinig straling veroorzaakt, is het grootst op platen met zand en grind van een bepaalde korrelomvang: "De korrelgrootte kunnen we meten via de microfoon, die we met Medusa mee over de zeebodem laten slepen. Die microfoon hadden we oorspronkelijk in gebruik om via het schurende geluid te horen of we in contact bleven met de bodem, maar we zijn erachter gekomen dat de aard van het geluid ook verband houdt met de korrelgrootte." De Beers en andere Zuid-Afrikaanse goud- en diamantdelvers hebben inmiddels belangstelling getoond voor de methode van de Groningers. De Meijer: "We hebben het systeem nog niet in zuidelijk Afrika kunnen testen, maar voor de kust van Spanje is gebleken dat het aan de verwachtingen voldoet." Medusa reisde wel naar Zuid-Afrika, waar De Meijer eveneens hoogleraar is, om vanuit een vliegtuigje de afvalbulten van goudmijnen in kaart te brengen. Uit die metingen bleek dat Medusa, hoewel honderd keer lichter, even gevoelig is als de standaard meetapparatuur die in gebruik is voor de uraniumexploratie. De afvalbulten van de mijnen bevatten echter tien tot dertig keer meer uranium dan de Nederlandse bodem en als je die nauwkeurig in kaart wilt brengen heb je een systeem nodig dat minstens tien keer gevoeliger is dan Medusa. Zo'n systeem heeft de onderzoeksgroep van De Meijer.nu in ontwikkeling: Pandora. Pandora zal gevoelig genoeg zijn om vanuit de lucht te zien of ergens -- illegaal -- slib is gestort, zegt De Meijer. Het opsporen van een geschikt tracé voor de zweeftrein die wellicht tussen Groningen en Amsterdam gaat rijden behoort ook tot de mogelijkheden. Daarnaast ziet De Meijer kansen om waardevolle mineralen, die tussen het zand van Nederlandse strand verborgen zitten te traceren: "We hebben de aanwezigheid van granaat en zirkoon al aangetoond, maar we konden de interessante locaties nog niet opsporen en daarom zijn er nog geen concessies aangevraagd. Het is de moeite waard te proberen of dat met Pandora wel lukt."

 

[MailBox]  
 

 
NRG, PO Box 25, NL-1755 ZG Petten, Netherlands, Tel +31-224564080, Fax +31-224563912
Informatie: info@nrg-nl.com
Update 9 februari 2001