|
Twijfels over herkomst van uranium
[Vervolg van pagina 1] Daarbij blijft een min of meer waardeloos uranium-product
achter, het 'verarmd uranium', waarin de concentratie U-235 nog maar
0,2 å 0,3 procent is. Van belang is dat géé~ nieuwe isotopen
ontstaan. Di ontstaan als het uranium in eer kernreactor met neutronen
word bestraald. De bestraling in kernreactoren leidt tot het splijten
van d zware uranium-kernen in kleiner kernen (cesium, strontium, jodium) die vaak zeer radioactief zijn.
Ten dele nemen de zware kernen ook extra neutronen op, waardoor ze nog zwaarder worden. Zo kan uranium-235 door neutronenvangst overgaan in uranium-236 en U-238 in plutonium-239.
Kernfysici verschillen van mening over een mogelijk natuurlijk voorkomen
van meetbare hoeveelheden uranium-236. Omdat de verschillende natuurlijke
uranium-isotopen soms ook wel spontaan splijten en dus neutronen afgeven,
ontstaat in principe van nature altijd wat uranium-236. In de praktijk
wordt die fractie, zet dr. A.S. Keverling Buisman van het ECN in Petten,
met de gewone massaspectrometers niet gevonden. "De spectrometristen
hier vinden het nooit."
Van belang is dus het antwoord op de vraag hoevéél uraniumn-236 de
Zwitsers en Finnen aantroffen. Uit het feit dat het AC-Laboratorium
de vondst uranium-236 al in een vroeg stadium aan de UNVEP meldde, zou
kunnen worden afgeleid dat de hoeveelheid hoger is dan het natuurlijke
minieme voorkomen. De definitieve UNEP-rapportage komt pas in maart.
Mocht blijken dat gehalte U-236 inderdaad 'onnatuurlijk' hoog is dan
moet worden aangenomen dat het uranium van de Amerikaanse munitie niet
echt 'verarmd' was maar ten dele uit opwerkingsfabrieken komt. Aannemelijk
is dit niet want er is een groot overschot aan gewoon verarmd uranium.
|