|
STRALING Iemand moet heel wat uranium inademen om er leukemie van te krijgen
en daarom is de kans op die ziekte theoretisch. De Wereld Gezondheidsorganisatie
(WHO) acht het echter te vroeg voor definitieve conclusies.
GRONINGEN - Een aantal soldaten dat in het voorjaar van
1999 in Kosovo diende, heeft leukemie. Volgens de WHO duurt het twee tot
vijf jaar voordat zich leukemie openbaart. De vraag is of deze leukemie
veroorzaakt kan zijn door verarmd uranium in de munitie die gebruikt
is bij de bombardementen op Kosovo. Het in de natuur aanwezige uranium
bestaat voor een klein deel (0,7%) uit gemakkelijk splijtbaar uranium
(U-235) en uit zeer moeilijk splijtbaar U238. De huidige generatie kerncentrales
gebruikt 3 tot 4 procent uranium-235. Deze verhoging van het percentage u-235
heet verrijking en gebeurt in Nederland bij Urenco te Almelo. Het restproduct
heet verarmd uranium. Urenco slaat dit op in containers op het terrein.
Daar bevindt zich nu 15.000 ton. Verarmd uranium is een alfa-straler
met een halfwaardetijd van 4,51 miljard jaar. Een velletje papier houdt
alfastraling al tegen. De straling is daarom alleen gevaarlijk als de
stof die alfastraling uitzendt wordt ingeademd, in wonden terecht komt
of met het voedsel ingenomen wordt. Het verarmd uranium is 40% minder
radioactief als het natuurlijk uranium.
Verarmd uranium in munitie zal verbranden. Daarbij ontstaat uraniumoxide.
Uit alle proeven blijkt dat hoofdzakelijk vierwaardig uraniumoxide
ontstaat (een zwart poeder) en soms vijfwaardig uraniumoxide, dat olijfgroen
van kleur is. Beide zijn onoplosbaar.
Uit onderzoek is bekend dat het menselijk lichaam het onoplosbare uranium
langzaam maar zeker omzet in een oplosbare verbinding. Daarna verdwijnt
het uit de longen. Eenmaal opgelost in de lichaamsvloeistoffen spoelt
het uranium via de nieren met de urine snel het lichaam uit. Om een gevaar
te kunnen vormen moet het onoplosbare uranium ingeademd worden. Daarvoor
moeten de verbrande deeltjes voldoende klein zijn, anders komen ze onze
longen niet in. De deeltjes mogen hoogstens 10 micrometer in doorsnee
zijn. De Groningse stralingsdeskundige Klarissa Nienhuys heeft een
overzicht gemaakt van de studies over verbranding van uranium. Daaruit
blijkt dat hooguit 0,1 procent van het verbrande uranium als inadembare deeltjes
in de lucht komt. Van 100 kilo uranium komt dus hooguit 100 gram als inadembare
deeltjes in de lucht.
Als er bijvoorbeeld koolstofdeeltjes op het uranium liggen, deeltjes
die ruim voorradig zijn bij een kerosinebrand, daalt de hoeveelheid
inadembare uraniumdeeltjes met een factor dertig. Uit een rapport van
het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu komt naar voren dat
iemand minstens 2,5 gram inadembare deeltjes uranium binnen moet krijgen
om acute longschade te kunnen krijgen. Nienhuys berekent op grond daarvan
dat iemand deze dosis binnenkrijgt als de persoon zich 16 uur in lucht
bevindt met een concentratie van 58.000 microgram uranium per kubieke
meter lucht. Dat betekent een lichtblauwe stofwolk van alleen uraniumdeeltjes,
waarbij men meteen gaat hoesten.
Bij de verrijkingsfabriek Urenco te
Almelo ligt 15.000 ton verarmd uranium opgeslagen in containers
|