[menubar_home]
NRG en nucleair in het nieuws Krantenartikelen
   
 

 
Zoeken in NRG krantenartikelen

Kans op kanker door verarmd uranium is theoretisch Technisch Weekblad
Door: HERMAN DAMVELD 17 januari 2001
 
STRALING Iemand moet heel wat uranium inademen om er leukemie van te krijgen en daarom is de kans op die ziekte theoretisch. De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) acht het echter te vroeg voor definitieve conclusies.

GRONINGEN - Een aantal soldaten dat in het voorjaar van 1999 in Kosovo diende, heeft leukemie. Volgens de WHO duurt het twee tot vijf jaar voordat zich leukemie openbaart. De vraag is of deze leukemie veroorzaakt kan zijn door verarmd uranium in de munitie die gebruikt is bij de bombardementen op Kosovo. Het in de natuur aanwezige uranium bestaat voor een klein deel (0,7%) uit gemakkelijk splijtbaar uranium (U-235) en uit zeer moeilijk splijtbaar U238. De huidige generatie kerncentrales gebruikt 3 tot 4 procent uranium-235. Deze verhoging van het percentage u-235 heet verrijking en gebeurt in Nederland bij Urenco te Almelo. Het restproduct heet verarmd uranium. Urenco slaat dit op in containers op het terrein. Daar bevindt zich nu 15.000 ton. Verarmd uranium is een alfa-straler met een halfwaardetijd van 4,51 miljard jaar. Een velletje papier houdt alfastraling al tegen. De straling is daarom alleen gevaarlijk als de stof die alfastraling uitzendt wordt ingeademd, in wonden terecht komt of met het voedsel ingenomen wordt. Het verarmd uranium is 40% minder radioactief als het natuurlijk uranium.

Verarmd uranium in munitie zal verbranden. Daarbij ontstaat uraniumoxide. Uit alle proeven blijkt dat hoofdzakelijk vierwaardig uraniumoxide ontstaat (een zwart poeder) en soms vijfwaardig uraniumoxide, dat olijfgroen van kleur is. Beide zijn onoplosbaar.

Uit onderzoek is bekend dat het menselijk lichaam het onoplosbare uranium langzaam maar zeker omzet in een oplosbare verbinding. Daarna verdwijnt het uit de longen. Eenmaal opgelost in de lichaamsvloeistoffen spoelt het uranium via de nieren met de urine snel het lichaam uit. Om een gevaar te kunnen vormen moet het onoplosbare uranium ingeademd worden. Daarvoor moeten de verbrande deeltjes voldoende klein zijn, anders komen ze onze longen niet in. De deeltjes mogen hoogstens 10 micrometer in doorsnee zijn. De Groningse stralingsdeskundige Klarissa Nienhuys heeft een overzicht gemaakt van de studies over verbranding van uranium. Daaruit blijkt dat hooguit 0,1 procent van het verbrande uranium als inadembare deeltjes in de lucht komt. Van 100 kilo uranium komt dus hooguit 100 gram als inadembare deeltjes in de lucht.

Als er bijvoorbeeld koolstofdeeltjes op het uranium liggen, deeltjes die ruim voorradig zijn bij een kerosinebrand, daalt de hoeveelheid inadembare uraniumdeeltjes met een factor dertig. Uit een rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu komt naar voren dat iemand minstens 2,5 gram inadembare deeltjes uranium binnen moet krijgen om acute longschade te kunnen krijgen. Nienhuys berekent op grond daarvan dat iemand deze dosis binnenkrijgt als de persoon zich 16 uur in lucht bevindt met een concentratie van 58.000 microgram uranium per kubieke meter lucht. Dat betekent een lichtblauwe stofwolk van alleen uraniumdeeltjes, waarbij men meteen gaat hoesten.

Bij de verrijkingsfabriek Urenco te Almelo ligt 15.000 ton verarmd uranium opgeslagen in containers

 

[MailBox]  
 

 
NRG, PO Box 25, NL-1755 ZG Petten, Netherlands, Tel +31-224564080, Fax +31-224563912
Informatie: info@nrg-nl.com
Update 17 januari 2001