|
GRONINGEN - Deze maand brengt de Commissie Opberging Radioactief Afval
(CORA)een rapport uit over kernafval. Het gaat over terugneembare berging
gedurende bijvoorbeeld driehonderd jaar bovengronds of in een ondergrondse
mijn in zout- of kleiformaties. De CORA zal ook het belang van een 'zinvolle
maatschappelijke dialoog' benadrukken. Dat betekent overigens dat
berichten in de media dat ondergrondse opberging voor de deur staat,
onjuist zijn. Het totaal van het radioactief afval dat nu is geproduceerd
en nog geproduceerd zal worden bedraagt bijna 57.000 vaten: hoogradioactief
warmte afgevend afval (300 vaten , hoogradioactief niet-warmte afgevend
afval (1260 vaten) en laag en middelradioactief afval (6288 vaten).
Voor de opslag van dit afval is een oppervlakte nodig van zo'n vier vierkante
kilometer, staat in een studie van de Universiteit Leuven. De lengte
van de gangen in de opslagmijn is 101 kilometer en er wordt zo'n 1,4 miljoen
kuub aarde uitgegraven. De aanleg van de mijn zal ongeveer dertien jaar
duren, de opslag zelf duurt veertien jaar. Opslag van de uitgewerkte
brandstofelementen van de onderzoeksreactoren kan problemen geven,
blijkt uit een studie van medewerkers van de Nuclear Research Group (NRG)
te Petten. De brandstofelementen vallen bij een waterinbreuk als gevolg
van roest binnen een paar jaar uit elkaar.
In het geval van opslag in klei ontstaat er een ander probleem. Als er water
bij de brandstofelementen komt, kan dit een kortstondige spontane kernsplijting
optreden, een zogeheten kriticaliteitsongeval. De gebruikte brandstof
van de onderzoeksreactoren bevatten nog altijd zeventig procent verrijkt
uranium. Daarom is controle op misbruik door het Internationale Atoom
Energie Agentschap (IAEA) vereist zolang het kernafval terughaalbaar
wordt opgeslagen.
|