|
VELSEN - Het broeit op de Noordzee. Op diverse productieplatforms voor
de winning van olie en gas staan volle containers met licht radioactief
afval. Bewaren van het spul in containers mag eigenlijk niet. Maar bij
gebrek aan beter wordt dat naar goed Hollands gebruik door de overheid
al jaren gedoogd. Precies twaalf maanden geleden schreef de Nogepa,
de Nederlandse Olie en Gas Exploitatie en Productie Associatie, een
brandbrief naar drie Haagse ministeries. Wat gaan we met dit afval doen?
was de strekking van die brief aan Milieubeheer, Verkeer en Waterstaat
en Economische Zaken. J. Mathey, secretaris-generaal van de Nogepa:
"Het komt ons zo zoetjes aan de strot uit. We kunnen er nergens mee heen."
Matthey schat dat er momenteel circa 50 kubieke meter licht radioactief
afval aan boord van platforms wordt bewaard. Een beladen erfenis van
tientallen jaren offshoreactiviteiten. Veel meer opslag kan niet,
door de beperkte ruimte. De bodem, ook die van de Noordzee, bevat radio-actieve
deeltjes. Volgens A. Versteegh, directeur van de in Petten gevestigde
Nucleaire Research en Consultancy Group (NRG), een dochter van het Energie-onderzoek
Centrum Nederland (ECN), gaat het meestal om radon. In het bijzonder
bij het 'oogsten' van olie en gas, ofwel de exploitatie, worden radondeeltjes
uit de olie- of gasbellen mee naar de oppervlakte gebracht. Het zet zich
als een soort ketelsteen af in de boorbuizen, of blijft -bij gaswinning-
achter in filters.
Als de straling in het boorafval door radondeeltjes de wettelijke normen
overschrijdt, mag het niet in het milieu gebracht worden.
Zeer tegen de zin van de boorbazen, die het radioactieve afval het liefst
in oude boorgaten willen storten. Terug naar waar het vandaan komt. Samenleving
en politiek willen dat beslist niet. Het zou neerkomen op -ongecontroleerde-
ondergrondse opslag van kernafval. Daarvoor ontbreekt elk draagvlak.
Radon is trouwens niet ongevaarlijk. Volgens Amerikaanse onderzoeken
kan bijvoorbeeld 10 tot 15 procent van de longkankergevallen toegeschreven
worden aan blootstelling van de ademhalingsorganen aan radon. De Nogepa
vindt Nederland desondanks roomser dan de paus.
Terwijl op het Nederlandse deel van het continentaal plat in de Noordzee
het licht radioactieve afval zich ophoopt, mogen de Engelsen en de Noren
volgens J. Mathey nog wél hun boorafval gewoon in de boorgaten dumpen.
Of domweg in zee.
Kraan open
Greenpeace-woordvoerder D. Samson zegt dat er bij de milieu-organisatie
steeds vaker signalen binnenkomen dat op boorplatforms op het Nederlandse
deel van het continentaal plat ook steeds vaker 'de kraan' van de opslagcontainers
wordt opengedraaid. Er is geen andere mogelijkheid en een kat in het nauw
maakt rare sprongen.
De Nogepa ontkent met klem stiekeme lozingen. Mathey: "Wij kennen onze
verantwoordelijkheid. We houden ons aan de wet." Dumpen is in zijn visie
niet aan de orde. Als de opslagfaciliteiten opraken kan dat wel leiden
tot stopzetten van de olie- en/ of gasproductie.
Komend jaar dreigt de situatie helemaal uit de hand te lopen, wanneer
in mei het besluit straling kernenergie (BSK) van kracht wordt. Dan worden
de normen aangescherpt. Samson: "De Nogepa moet niet lichtvaardig zijn
over de risico's van hun afval. Wereldwijd worden de gevaren van kernstraling,
ook van lage doses, steeds meer erkend. De Engelsen en Noren ontkomen
niet aan aanscherping van de normen. Dan zou het van de gekke zijn als Nederland
de omgekeerde route volgt en ze gaat versoepelen."
Dat gebeurt ook niet. De Nogepa verwacht juist dat door de aangetrokken
touwtjes in het BSK de hoeveelheid boorafval dat vanwege een te hoge radioactieve
straling bewaard moet blijven explosief zal toenemen. In één jaar
een verdrievoudiging, van 50 naar 150 kubieke meter. De kreet dat de boorbazen
hun troep maar naar de Covra (Centrale Organisatie voor Opslag radio-actief
Afval) in Borssele moeten verschepen vindt Mathey een loze kreet. Los
van de kosten (de Nogepa vindt die oplossing veel te duur), is volgens
Mathé de Covra helemaal niet in staat om al het boorafval onbewerkt
op te slaan, en beschikt het Zeeuwse bedrijf ook niet over een vergunning
om zulks te doen. "De Covra is voor ons geen alternatief."
Als het om politieke besluitvorming gaat, moet je in Nederland een lange
adem hebben en een stevige laag eelt op je ziel. Het zijn de bijwerkingen
van het veelgeprezen 'poldermodel', waarbinnen iedereen het met iedereen
eens probeert te worden. Zo ook over het radioactieve boorafval. Het
is geen probleem dat plotsklaps op het bordje van de dames en heren Kamerleden
is gelegd. Een jaar geleden waarschuwde de Nogepa de parlementariers
al voor de tijdbom die buitengaats tikt. Maar geregeld is er nog immer
niks. Volgens een woordvoerder van het ministerie van economische zaken
wordt er wel aan gewerkt. Er circuleert een plan, en er is een heuse richtlijn
in de maak, die de weg opent naar het opslaan/bewerken van licht radioactief
afval op een vuilnisbelt met een zogeheten C-3 status, zoals Nauerna
bij Zaandam. Deze stortplaats is daarvoor nadrukkelijk in beeld. Het
idee is de meeste radon-deeltjes uit het afval te halen in een nieuw te
ontwikkelen scheidingsinstallatie. Die deeltjes kunnen daarna in
geconcentreerde porties alsnog naar de Covra in Borssele gebracht worden.
Daar volgt opslag in bunkers. De rest van het afval, met wellicht nog hele
kleine beetjes radio-activiteit, maar ook met zware metalen, is geschikt
voor gecontroleerde stort op Nauerna. In eerste instantie moet er een
lokatie komen waar de volle containers met het stralende afval van de
booreilanden neergezet kunnen worden, in afwachting van verwerking.
Onderzoek
Het NRG doet al geruime tijd onderzoek naar de mogelijkheden
om het boorafval milieuverantwoord te verwerken en de radondeeltjes
er uit te halen. Volgens Versteegh is dat in de duinen bij Petten op laboratoriumschaal
al goed gelukt, en lukt het ook in een wat grotere proefopstelling. "Het
ziet er goed uit." Blubberig afval wordt eerst gedroogd, daarna wordt
de zaak verdicht en gescheiden. Het volume van het afval wordt sterk beperkt,
en bij de Covra hoeven geen spullen opgeborgen te worden die niet radioactief
zijn.
De vraag is echter of de methode niet alleen technisch, maar ook financieel
haalbaar is. Boorbazen klagen nu al dat de exploitatie van kleine olie-
en gasvelden in de Noordzee nauwelijks meer winstgevend is, onder andere
door allerlei extra milieumaatregelen. Komt daar een high-tec en dus
kostbare afvalwerking overheen, dan wordt de (boor)spoeling nog dunner.
Bij een steeds vrijer wordende energiemarkt valt er niet meer tegen de
Engelsen en de Noren te concurreren. Er dreigt een versnelde afbouw van
de Nederlandse offshoreactiviteiten. Het zoeken naar nieuwe olie-
en gasbellen ligt reeds stil.
|