|
De Stichting Borssele 2004+ lijkt vrijdag voor de Raad van State een slag
te hebben gewonnen. Als die verwachting wordt bewaarheid, betekent
dat zeker niet dat de stichting daarmee het pleit in haar voordeel heeft
beslist. De beschikking uit 1997 waarmee de minister van Economische
Zaken de sluiting van de kerncentrale dacht te bewerkstelligen, kan
heel wel worden vernietigd, maar daarmee is dit politieke feit niet veranderd:
een meerderheid in de Tweede Kamer wil de centrale per 1 januari 2004 dicht
hebben. Als de Raad van State oordeelt dat oneigenlijke argumenten zijn
gebruikt om tot de beschikking te komen, dan zullen procedurele oneffenheden
alsnog worden gladgestreken. Alles wijst erop dat de werknemers van
de centrale er verstandig aan doen naar nieuwe banen om te zien.
Het juridische steekspel rond de beslissing over de Borssele bergt voor
specialisten wellicht aardige elementen in zich, maarhet is gerommel
in de marge. Sinds de bouw van de centrale heeft de samenleving zich in
steeds sterkere mate gekeerd tegen kernenergie. De anti-beweging heeft
na een reeks van jaren stem gekregen in de politiek. De voorstanders hebben
sindsdien Den Haag bestookt met een bombardement van argumenten en feiten,
maar die misten de beoogde uitwerking. Het falen der nucleaire vaderen
bezoekt zich thans aan het volgende geslacht. Dat falen is gelegen in een
jarenlange patriarchale opstelling. De voorstanders van de technologie
wisten exact waar ze mee bezig waren en de bevolking moest dat maar ongezien
aannemen. Sinds een aantal jaren raken ondernemingen er steeds meer
van doordrongen dat ze alleen toekomst hebben als ze in staat zijn de acceptatie
en het vertrouwen van het publiek te winnen en te behouden. Het gaat daarbij
niet alleen om feiten. De affaire rond de verwijdering van het boorplatform
Brent Spar van Shell kan dienen om dat te illustreren. Greenpeace had
ongelijk. Het afzinken van het platform was uit milieu-oogpunt de minst
kwade oplossing. Maar Shell moest bakzeil halen omdat de onderneming
niet in staat bleek dat aan de samenleving duidelijk te maken.
De kernenergie lobby heeft, als het erom gaat breed vertrouwen te winnen,
een extra handicap. Nucleaire energieopwekking dient omgeven te zijn
door bijzondere veiligheidsmaatrelen. Daardoor ontstaat een sfeer
van behoedzaamheid en zelfs geheimzinnigheid die haaks staat op de
openheid die nodig is om een nieuwe technologie aanvaard te krijgen.
De voorvechters van kernenergie hebben dat probleem te laat onderkend.
Zij hebben bovendien geen kans gezien het afvalprobleem afdoende op
te lossen. Voor de meerderheid in de Tweede Kamer blijft dat onoverkomelijk.
Op langere termijn worden de onzekerheden als te groot beschouwd.
De voorstanders van kernenergie zullen het gevecht vooralsnog voortzetten.
Met heel weinig kans op succes. Ze zijn te laat.
|