|
Voor de opslag van kernafval zijn geen snel beschikbare oplossingen
voorhanden. De kernenergie-wereld pleit nu voor discussie en internationale
opslag.
De Engelse regering besloot in 1997 te stoppen met de plannen voor ondergrondse
opslag van kernafval te Sellafield en zich te beraden. De uitkomst verscheen
de vorige week: er komt geen verdere technische studie, maar wel een brede
maatschappelijke discussie. De regering houdt alle opbergopties open.
Het kernafval kan zowel in bovengrondse bunkers komen, als dicht onder
het maaiveld of in diep gelegen geologische formaties. De regering heeft
vastgesteld dat er te veel plutonium is. De opslag daarvan kent volgens
de regering problemen vanwege verspreiding van kernwapens en risico's
van criticaliteit zoals recent bleek in Tokai Mura.
De discussies over kernafval nemen niet weg dat er wereldwijd jaarlijks
zo'n 10.000 ton uraniumbrandstof wordt gebruikt en er in totaal 160.000
ton is geproduceerd. Dit jaar hebben zich twee consortia gevormd voor
internationale opslag. De Amerikaanse firma Non-proliferation Trust
wil gebruikte brandstof opslaan in Rusland. Het is de bedoeling bij Krasnoyarsk
bovengrondse bunkers te bouwen voor om te beginnen 6000 ton kernbrandstof
uit Amerika, Zwitserland, ZuidKorea en Japan.
De Engelse onderneming British Nuclear Fuel Ltd heeft samen met het Zwitserse
kernafvalagentschap Nagra en de Canadese Enterra Holdings de firma
Pangea opgericht. Het plan is om in het zeer dun bevolkte westen van Australie
75.000 ton gebruikte brandstof op te slaan.
Het plan van Pangea is slecht ontvangen in Australie. Eerdere plannen
voor internationale opslag in de Gobi-woestijn in China, op de Marshall
eilanden of op Nova Zembla gingen niet door vanwege protesten.
|