|
Hoogradioactief afval roept bij velen onbehaaglijke gevoelens op.
Terecht, want het gaat immers om zeer gevaarlijk materiaal. De opslag
van kernafval moet daarom absoluut veilig geschieden. En dat mag flink
wat geld kosten.
Toch kunnen langzamerhand vraagtekens gezet worden bij de enorme hoeveelheden
geld die het Nederlandse kabinet pompt in het oplossen van het afvalprobleem
van de Hoge Flux Reactor in Petten. In opdracht van het kabinet heeft de
Centrale Opslagorganisatie voor Radioactief Afval (Covra) in Borsele
eerst 250 miljoen gulden geïnvesteerd in een superdegelijke opslagbunker.
Toen deze bunker niet op tijd klaar bleek te zijn, is er ook nog eens een
tijdelijke opslagplaats gecreeerd in Zeeland. Maar nu de Covra alles
in gereedheid heeft gebracht om het kernafval uit Petten op te slaan,
verandert milieuminister Pronk van koers. Het afval wil hij terugsturen
naar de Verenigde Staten, waardoor de opslag in Zeeland grotendeels
overbodig wordt.
Op zich is er niets op tegen om het afval naar de Verenigde Staten te verschepen.
De bewerkte splijtstofstaven komen daar tenslotte oorspronkelijk
ook vandaan. Ook Amerika is er blij mee, want dat land houdt de bewaking
van kernafval met het oog op terroristen het liefst in eigen hand. Maar
of het kernafval in Zeeland of in Amerika opgeslagen wordt, het is in beide
gevallen geen echte oplossing voor het kernafvalprobleem. Een belangrijk
verschil is wel dat het verschepen naar Amerika nog eens een heleboel
extra geld gaat kosten.
De inspanningen van milieuactiegroepen als Greenpeace hebben er in
ieder geval toe geleid dat de overheid uiterst gevoelig is voor de emoties,
die kernafval telkens weer oproept. In een land waar voortdurend gesteggeld
wordt over extra geld om bijvoorbeeld de wachtlijsten in de gezondheidszorg
weg te werken, worden wel zonder enige discussie ettelijke miljoenen
gespendeerd aan de opslag van hoogradioactieve splijtstof.
De Covra in Zeeland zal ongetwijfeld de reeds gemaakte kosten voor de
opslag van het afval uit Petten vergoed willen hebben. Die rekening komt
allereerst op het bordje van het ministerie van VROM te liggen. Maar uiteindelijk
is het de belastingbetaler die het gelag betaalt.
|