|
Dr. Elly Plooij-van Gorsel is lid van het Europees Parlement voor de
VVD en woordvoerder onderzoek en energiebeleid namens de Liberale Fractie
Graag wil ik het FOM-Instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen feliciteren
met het veertigjarig bestaan. Mede dankzij het uitstekende onderzoek
dat door Rijnhuizen is verricht, heeft het fusieonderzoek grote vorderingen
gemaakt. Het Rijnhuizen Tokarnak Project is weliswaar gesloten, maar
het onderzoek wordt samen met Duitse en Belgische onderzoekers in Jülich
voortgezet. Dat is legitimatie van Europees onderzoeksgeld.
Ondanks de geboekte vooruitgang is een commerciële fusiereactor
nog ver weg, zowel in tijd, naar schatting een mensenleven, als in geld,
naar schatting minstens honderd miljard dollar. Of er ooit een rendabele
fusiereactor komt is daarom niet alleen een wetenschappelijke, maar
ook een politieke vraag, zoals Kees Braams in de FOM expres van oktober
opmerkt.
Ieder stuk regelgeving of Europees programma over kernenergie heeft
levendige discussies in het Europees Parlement tot gevolg. Compromissen
zijn moeilijk te bereiken. Men is voor of tegen, genuanceerde standpunten
bestaan nauwelijks.
Het is daarom op zijn minst verbazingwekkend dat de EU de laatste dertig
jaar 8 miljard euro heeft geïnvesteerd in fusieonderzoek, vooral omdat
fusie geen rol speelt in onze huidige energiestrategie. Die enorme investering
is volgens mij te danken aan het prestige dat aan fusieonderzoek kleeft
en aan de bevlogenheid en beloftes van de onderzoekswereld zelf. De vraag is echter of die beloftes ooit worden waargemaakt.
Zelfs al is men in staat het grootschalige fusieproces technisch te beheersen,
dan blijft echter de vraag of een cormmerciële fusiereactor economisch
rendabel is. Uit een door mij voorgezeten workshop in het Europees Parlement
twee jaar geleden, bleek dat energieproductieen distributiebedrijven,
de uiteindelijke eigenaars en operators van een fusiereactor, weinig belangstelling hebben voor fusie.
Energie is nu goedkoop en verder dan vijftien à twintig jaar wordt niet
vooruit gedacht.
Daarnaast wordt het toekomstig succes van fusie bepaald door sociale
en milieu-overwegingen. Het meest prangende milieuprobleem blijft
afvalverwerking en -opslag. Daarvoor is tot nu toe geen bevredigende
oplossing gevonden en ieder transport van radioactief afval in de Europese
Unie levert een golf van protest op. Ook de vraag of burgers wel een centrale
in hun backyard willen wordt steeds belangrijker.
Bij de besluitvorming over het Vijfde Kaderprogramma bestond er in het
Europees Parlement twijfel over de verdere financiering van het fusieonderzoek.
Is het nog te verdedigen eenderde deel van het totaalbudget voor energieonderzoek
voor de komende vier jaar te investeren in fusie, vooral nu andere vormen
van energie, zoals hernieuwbare energiebronnen, steeds veelbelovender
worden?
De Europese steun voor het internationale onderzoeksprogramma ITER
brokkelt bovendien af orfidat de VS afgehaakt zijn. Rusland betaalde
al niet meer, dus dat betekent dat de Europese Unie een zeer groot deel
van de investering zou moeten dragen. Ik denk niet dat Europa bereid en
in staat is ITER alleen te trekken.
Of energie uit kernfusie realiteit wordt, hangt af van de vraag of er draagvlak
is bij de bevolking, de industrie en de politiek. Een probleem daarbij
is dat fusie voor de betrokken wetenschappers te zeer een religie lijkt
te zijn geworden. Natuurlijk, de fusiewereld is bezeten van zijn kindje,
dat zou ik ook zijn, ik ben ook wetenschapper geweest. De politiek bereik
je echter niet met Hosanna-verhalen, maar met politieke argumenten.
Fusiewetenschappers moeten meer investeren in uitleggen. Daarbij
horen ook twijfels en een reële risico-analyse. Onze toekomstige
energievoorziening, met fusie als optie, is een onderwerp dat een serieus
debat verdient. Ik verheug mij op een open dialoog in Nederland en in Europa.
Elly Plooij -van Gorsel
Beste mevrouw Plooij
Door: Chris Schüller
Prof. dr. Chris Schüller is hoofd van de Afdeling
Experimentele Plasmafysica van het FOM-Instituut voor Plasmafysica
Pijnhuizen
Naast het uiten van gelukwensen met veertig jaar onderzoek op Rijnhuizen,
waarvoor dank, wilt u graag een open debat over de toekomst van het fusieonderzoek.
Dat komt goed uit. Aan een debat gebaseerd op rationele argumenten doe
ik graag mee. Van religieuze gevoelens hebben fusieonderzoekers minder
last dan u denkt.
In deze reactie beperk ik mij tot het centrale argument in uw betoog: energieproducenten
zijn niet in fusie geïnteresseerd want energie is nu goedkoop en verder
dan vijftien à twintig jaar wordt niet vooruitgedacht. U behandelt
energie als een product dat bij verschillende concurrerende leveranciers
verkregen kan worden, waarvoor de vrije markt zijn werking moet hebben.
Op dit essentiële punt ben ik het volstrekt niet met u eens. Wij ontwikkelen
fusie omdat het in de tweede helft van de komende eeuw bijzonder moeilijk
wordt om (zonder een enorme vergroting van de CO2,-uitstoot) voldoende
energie te produceren, niet om er geld mee te verdienen voor eiektriciteitsmaatschappijen.
Daarom is fusie geen za k van de energieproducenten, maar van de politiek,
wier taak het is lange-termijnontwikkelingen te voorzien, ook al levert
dat niet direct stemmen op. Mijn stelling is: er komt een energiecrisis
op ons af van mondiale proportie en elke oplossingsrichting moet krachtig
onderzocht worden.
Natuurlijk dienen 'hernieuwbare energiebronnen' ook met alle kracht
ontwikkeld te worden, Maar u stapt over twee essentiële problemen
heen:
-zelfs in de meest optimistische scenario's (zie bijvoorbeeld
de recente internationale studie van het ECN: ecn-98-071) is er voor
het eind van de 21ste eeuw geen oplossing voor het energieprobleem zonder
fusie;
-voor de 'renewables' geldt evenzeer als voor fusie dat de
aanloopinvesteringen groot zijn en de tijdschalen lang. Wist u dat de
eerste commerciële zonnecel al bijna vijftig jaar geleden te koop
was?
Fusie is nog ver van commerciële toepassing, de huidige stand is 16
MW geproduceerd fusievermogen. De volgende stap, meer dan 500 MW gedurende
pulsen van een half uur, ITER, is noodzakelijk om de levensvatbaarheid
van fusie als energiebron te onderzoeken. De politieke wil voor dit type
lange-termijninvestering blijkt omgekeerd evenredig met de beschikbaarheid
van energiebronnen.
De term 'politieke argumenten' bezie ik dan ook met een lichte scepsis.
Het fusiebudget van de Verenigde Staten correleert over de afgelopen
dertig jaar keihard met de olieprijs. Vorig jaar was de olieprijs op een
dieptepunt, dus kelderde het fusiebudget en trokken de VS zich uit ITER
terug. Dit jaar verhoogden Huis en Senaat het fusiebudget met ruim 10
procent en klinken er weer geluiden over deelname aan ITER. In Europa
behoren Engeland (Noordzeeolie) en Nederland (aardgas) niet tot de
trekkers van het fusieonderzoek, Italië en Frankrijk zijn dat wel.
Het energiearme Japan is vastbesloten door te gaan met een 'next step'fusiereactor,
desnoods zonder de rest van de wereld.
Gelukkig maar, want als het Europees Parlement het Zesde Kaderprogramma
voor fusie verwerpt, kunnen we over vijftig jaar in elk geval nog een reactor
van Mitsubishi kopen. Hosanna.
|