[menubar_home]
NRG en nucleair in het nieuws Krantenartikelen
   
 

 
Zoeken in NRG krantenartikelen

Fusie lijkt te zeer een religie FOM EXPRESS
Door: Elly Plooij-van Gorsel 0 november 1999
 
Dr. Elly Plooij-van Gorsel is lid van het Europees Parlement voor de VVD en woordvoerder onderzoek en energiebeleid namens de Liberale Fractie

Graag wil ik het FOM-Instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen feliciteren met het veertigjarig bestaan. Mede dankzij het uitstekende onderzoek dat door Rijnhuizen is verricht, heeft het fusieonderzoek grote vorderingen gemaakt. Het Rijnhuizen Tokarnak Project is weliswaar gesloten, maar het onderzoek wordt samen met Duitse en Belgische onderzoekers in Jülich voortgezet. Dat is legitimatie van Europees onderzoeksgeld.

Ondanks de geboekte vooruitgang is een commerciële fusiereactor nog ver weg, zowel in tijd, naar schatting een mensenleven, als in geld, naar schatting minstens honderd miljard dollar. Of er ooit een rendabele fusiereactor komt is daarom niet alleen een wetenschappelijke, maar ook een politieke vraag, zoals Kees Braams in de FOM expres van oktober opmerkt.

Ieder stuk regelgeving of Europees programma over kernenergie heeft levendige discussies in het Europees Parlement tot gevolg. Compromissen zijn moeilijk te bereiken. Men is voor of tegen, genuanceerde standpunten bestaan nauwelijks.

Het is daarom op zijn minst verbazingwekkend dat de EU de laatste dertig jaar 8 miljard euro heeft geïnvesteerd in fusieonderzoek, vooral omdat fusie geen rol speelt in onze huidige energiestrategie. Die enorme investering is volgens mij te danken aan het prestige dat aan fusieonderzoek kleeft en aan de bevlogenheid en beloftes van de onderzoekswereld zelf. De vraag is echter of die beloftes ooit worden waargemaakt.

Zelfs al is men in staat het grootschalige fusieproces technisch te beheersen, dan blijft echter de vraag of een cormmerciële fusiereactor economisch rendabel is. Uit een door mij voorgezeten workshop in het Europees Parlement twee jaar geleden, bleek dat energieproductieen distributiebedrijven, de uiteindelijke eigenaars en operators van een fusiereactor, weinig belangstelling hebben voor fusie.

Energie is nu goedkoop en verder dan vijftien à twintig jaar wordt niet vooruit gedacht.

Daarnaast wordt het toekomstig succes van fusie bepaald door sociale en milieu-overwegingen. Het meest prangende milieuprobleem blijft afvalverwerking en -opslag. Daarvoor is tot nu toe geen bevredigende oplossing gevonden en ieder transport van radioactief afval in de Europese Unie levert een golf van protest op. Ook de vraag of burgers wel een centrale in hun backyard willen wordt steeds belangrijker.

Bij de besluitvorming over het Vijfde Kaderprogramma bestond er in het Europees Parlement twijfel over de verdere financiering van het fusieonderzoek. Is het nog te verdedigen eenderde deel van het totaalbudget voor energieonderzoek voor de komende vier jaar te investeren in fusie, vooral nu andere vormen van energie, zoals hernieuwbare energiebronnen, steeds veelbelovender worden?

De Europese steun voor het internationale onderzoeksprogramma ITER brokkelt bovendien af orfidat de VS afgehaakt zijn. Rusland betaalde al niet meer, dus dat betekent dat de Europese Unie een zeer groot deel van de investering zou moeten dragen. Ik denk niet dat Europa bereid en in staat is ITER alleen te trekken.

Of energie uit kernfusie realiteit wordt, hangt af van de vraag of er draagvlak is bij de bevolking, de industrie en de politiek. Een probleem daarbij is dat fusie voor de betrokken wetenschappers te zeer een religie lijkt te zijn geworden. Natuurlijk, de fusiewereld is bezeten van zijn kindje, dat zou ik ook zijn, ik ben ook wetenschapper geweest. De politiek bereik je echter niet met Hosanna-verhalen, maar met politieke argumenten. Fusiewetenschappers moeten meer investeren in uitleggen. Daarbij horen ook twijfels en een reële risico-analyse. Onze toekomstige energievoorziening, met fusie als optie, is een onderwerp dat een serieus debat verdient. Ik verheug mij op een open dialoog in Nederland en in Europa.

Elly Plooij -van Gorsel

Beste mevrouw Plooij

Door: Chris Schüller

Prof. dr. Chris Schüller is hoofd van de Afdeling Experimentele Plasmafysica van het FOM-Instituut voor Plasmafysica Pijnhuizen

Naast het uiten van gelukwensen met veertig jaar onderzoek op Rijnhuizen, waarvoor dank, wilt u graag een open debat over de toekomst van het fusieonderzoek. Dat komt goed uit. Aan een debat gebaseerd op rationele argumenten doe ik graag mee. Van religieuze gevoelens hebben fusieonderzoekers minder last dan u denkt.

In deze reactie beperk ik mij tot het centrale argument in uw betoog: energieproducenten zijn niet in fusie geïnteresseerd want energie is nu goedkoop en verder dan vijftien à twintig jaar wordt niet vooruitgedacht. U behandelt energie als een product dat bij verschillende concurrerende leveranciers verkregen kan worden, waarvoor de vrije markt zijn werking moet hebben.

Op dit essentiële punt ben ik het volstrekt niet met u eens. Wij ontwikkelen fusie omdat het in de tweede helft van de komende eeuw bijzonder moeilijk wordt om (zonder een enorme vergroting van de CO2,-uitstoot) voldoende energie te produceren, niet om er geld mee te verdienen voor eiektriciteitsmaatschappijen. Daarom is fusie geen za k van de energieproducenten, maar van de politiek, wier taak het is lange-termijnontwikkelingen te voorzien, ook al levert dat niet direct stemmen op. Mijn stelling is: er komt een energiecrisis op ons af van mondiale proportie en elke oplossingsrichting moet krachtig onderzocht worden.

Natuurlijk dienen 'hernieuwbare energiebronnen' ook met alle kracht ontwikkeld te worden, Maar u stapt over twee essentiële problemen heen: -zelfs in de meest optimistische scenario's (zie bijvoorbeeld de recente internationale studie van het ECN: ecn-98-071) is er voor het eind van de 21ste eeuw geen oplossing voor het energieprobleem zonder fusie; -voor de 'renewables' geldt evenzeer als voor fusie dat de aanloopinvesteringen groot zijn en de tijdschalen lang. Wist u dat de eerste commerciële zonnecel al bijna vijftig jaar geleden te koop was?

Fusie is nog ver van commerciële toepassing, de huidige stand is 16 MW geproduceerd fusievermogen. De volgende stap, meer dan 500 MW gedurende pulsen van een half uur, ITER, is noodzakelijk om de levensvatbaarheid van fusie als energiebron te onderzoeken. De politieke wil voor dit type lange-termijninvestering blijkt omgekeerd evenredig met de beschikbaarheid van energiebronnen.

De term 'politieke argumenten' bezie ik dan ook met een lichte scepsis. Het fusiebudget van de Verenigde Staten correleert over de afgelopen dertig jaar keihard met de olieprijs. Vorig jaar was de olieprijs op een dieptepunt, dus kelderde het fusiebudget en trokken de VS zich uit ITER terug. Dit jaar verhoogden Huis en Senaat het fusiebudget met ruim 10 procent en klinken er weer geluiden over deelname aan ITER. In Europa behoren Engeland (Noordzeeolie) en Nederland (aardgas) niet tot de trekkers van het fusieonderzoek, Italië en Frankrijk zijn dat wel. Het energiearme Japan is vastbesloten door te gaan met een 'next step'fusiereactor, desnoods zonder de rest van de wereld.

Gelukkig maar, want als het Europees Parlement het Zesde Kaderprogramma voor fusie verwerpt, kunnen we over vijftig jaar in elk geval nog een reactor van Mitsubishi kopen. Hosanna.

 

[MailBox]  
 

 
NRG, PO Box 25, NL-1755 ZG Petten, Netherlands, Tel +31-224564080, Fax +31-224563912
Informatie: info@nrg-nl.com
Update 0 november 1999